De oogst en de werklieden
Vers 31 En ondertussen baden Hem de discipelen, zeggende: Rabbi, eet.31 eet. Namelijk van deze spijs, die wij tot het middagmaal gekocht hebben.Vers 32 Maar Hij zeide tot hen: Ik heb een spijs om te eten, die gij niet weet.32 Ik heb een spijs Dit wordt verklaard Joh. 4:34.Vers 33 Zo zeiden dan de discipelen tegen elkander: Heeft Hem iemand te eten gebracht?Vers 34 Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge.33 en Zijn werk Namelijk dat mij de Vader opgelegd heeft om het Evangelie te prediken, als de mensen tot mij komen, gelijk de Samaritanen terstond doen zouden.34 volbrenge. Of, voleinde.Vers 35 Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst? Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten.35 de oogst? Namelijk de natuurlijke oogst, welke begon in Judea van pasen aan. Zie Lev. 23:10,15; Deut. 16:9.36 om te oogsten. Grieks tot den oogst. Dit moest verstaan worden van een geestelijken oogst, welke hier waren de Samaritanen, die met menigte over de velden kwamen om Christus te horen derhalve als rijp waren om geestelijk geoogst, dat is, tot de gemeente gebracht te worden.Vers 36 En die maait, ontvangt loon, en vergadert vrucht ten eeuwigen leven; opdat zich te zamen verblijde, beide, die zaait en die maait.Vers 37 Want hierin is die spreuk waarachtig: Een ander is het, die zaait, en een ander, die maait.37 spreuk waarachtig: Grieks woord, of rede.Vers 38 Ik heb u uitgezonden, om te maaien, hetgeen gij niet bearbeid hebt; anderen hebben het bearbeid, en gij zijt tot hun arbeid ingegaan.38 u uitgezonden, Namelijk apostelen.39 anderen hebben Namelijk de voorgaande profeten en Johannes de Doper, welke Christus hiervoren bij zaaiers vergelijkt, gelijk de apostelen bij maaiers.Vers 39 En velen der Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb.Vers 40 Als dan de Samaritanen tot Hem gekomen waren, baden zij Hem, dat Hij bij hen bleef; en Hij bleef aldaar twee dagen.Vers 41 En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil;40 om Zijns woords wil; Dat is omdat zij Hem zelf nu gehoord en de kracht Zijns woord gevoeld hadden.Vers 42 En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.