Johannes 4:31-42

De oogst en de werklieden

Vers 31 En ondertussen baden Hem de discipelen, zeggende: Rabbi, eet.Vers 32 Maar Hij zeide tot hen: Ik heb een spijs om te eten, die gij niet weet.Vers 33 Zo zeiden dan de discipelen tegen elkander: Heeft Hem iemand te eten gebracht?Vers 34 Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge.Vers 35 Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst? Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten.Vers 36 En die maait, ontvangt loon, en vergadert vrucht ten eeuwigen leven; opdat zich te zamen verblijde, beide, die zaait en die maait.Vers 37 Want hierin is die spreuk waarachtig: Een ander is het, die zaait, en een ander, die maait.Vers 38 Ik heb u uitgezonden, om te maaien, hetgeen gij niet bearbeid hebt; anderen hebben het bearbeid, en gij zijt tot hun arbeid ingegaan.Vers 39 En velen der Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb.Vers 40 Als dan de Samaritanen tot Hem gekomen waren, baden zij Hem, dat Hij bij hen bleef; en Hij bleef aldaar twee dagen.Vers 41 En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil;Vers 42 En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.

Advertentie

Liever lezen zonder advertenties? Lees meer over Plus