Johannes getuigt van Christus
Vers 22 Na dezen kwam Jezus en Zijn discipelen in het land van Judea, en onthield Zich aldaar met hen, en doopte.38 in het land van Dat is, buiten Jeruzalem, in de landpalen van Judea.39 doopte. Namelijk door Zijne discipelen. Zie Joh. 4:2.Vers 23 En Johannes doopte ook in Enon bij Salim, dewijl aldaar vele wateren waren; en zij kwamen daar, en werden gedoopt.40 Salim, Ene plaats in den stam van Benjamin, waarvan zie 1 Sam. 9:4.41 wateren waren; Dat is, beken, of riviertjes, of veel water. Omdat degenen, die van Johannes gedoopt werden, met hun gehele lichamen in het water gingen. Zie Matth. 3:16; Hand. 8:38.Vers 24 Want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen.Vers 25 Er rees dan een vraag van enigen uit de discipelen van Johannes met de Joden over de reiniging.42 vraag van enigen Of, geschil.43 over de reiniging. Namelijk over de vergelijking van de waardigheid van den doop van Johannes met de Joodse reinigingen; of van den doop van Johannes met den doop der discipelen van Christus.Vers 26 En zij kwamen tot Johannes, en zeiden tot hem: Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem.44 zij kwamen tot Johannes, Namelijk de discipelen van Johannes.45 over de Jordaan, Of, aan de Jordaan; namelijk te Bethabara, Joh. 1:28.46 komen allen tot Hem. Dat is, zij komen met grote menigte.Vers 27 Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit den hemel niet gegeven zij.47 kan geen ding Dat is, geen ambt wettelijk en met behoorlijken voortgang en vrucht bedienen. Of, iets, namelijk goeds, ontvangen; Hebr. 5:4; Jak. 1:17.48 uit de hemel Dat is, van God. Zie Matth. 21:25.Vers 28 Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet; maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben.Vers 29 Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden.49 de vriend des Dat is, ik die de vriend en getrouwe dienaar des bruidegoms ben, de bruid dat is de gemeente, tot Christus haren bruidegom, gebracht heb, die haar nu zelf ontvangt en aanspreekt. Zie 2 Cor. 11:2; Ef. 5:25.50 de stem des bruidegoms. Wanneer hij zijne bruid ontvangt en aanspreekt.Vers 30 Hij moet wassen, maar ik minder worden.Vers 31 Die van boven komt, is boven allen; die uit de aarde is voortgekomen, die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen.51 van boven komt, Dat is, uit den hemel, als waarachtig God, gelijk in de volgende woorden verklaard wordt.52 uit de aarde is Dat is, die een bloot mens is, natuurlijkerwijze gesproken, spreekt als een bloot mens, hoewel Hij met Gods Geest begaafd is.Vers 32 En hetgeen Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij; en Zijn getuigenis neemt niemand aan.53 hetgeen Hij gezien Dat is, waarvan Hij uit zichzelven volkomen en zekere kennis heeft.54 niemand aan. Dat is, zeer weinige, en bijna niemand, in vergelijking van de grote menigte dergenen, die het verwerpen, gelijk uit Joh. 3:33 blijkt.Vers 33 Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld, dat God waarachtig is.55 verzegeld, dat Dat is, door zijn geloof betuigd en bevestigd dat hij houdt, dat de beloften Gods waarachtig zijn.Vers 34 Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem den Geest niet met mate.56 met mate. Grieks uit mate; dat is, niet ten dele, gelijk Zijne dienaren, maar met alle volheid. Zie Ps. 45:8; Joh. 1:16.Vers 35 De Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.57 in Zijn hand Dat is, Zijne macht onderworpen. Zie Matth. 28:18.Vers 36 Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.58 ongehoorzaam is, Dat is, die naar zijn bevel in Hem niet gelooft, Rom. 1:5.59 niet zien, maar Dat is, niet genieten, Ps. 34:13.