Advertentie

Johannes 19:8-16

9 verzen · 17 kanttekeningen · Statenvertaling

Jezus door Pilatus overgegeven

Vers 8 Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij meer bevreesd;12 werd hij meer Namelijk omdat hij te doen had niet alleen met een onschuldig mens, maar ook met een, die hij hoorde dat van goddelijke afkomst was.Vers 9 En ging wederom in het rechthuis, en zeide tot Jezus: Van waar zijt Gij? Maar Jezus gaf hem geen antwoord.13 Van waar zijt Gij? Namelijk afkomstig, omdat gij u Gods Zoon maakt.14 geen antwoord. Van dit en dergelijk stilzwijgen geeft Christus reden; Luk. 22:67,68.Vers 10 Pilatus dan zeide tot Hem: Spreekt Gij tot mij niet? Weet Gij niet, dat ik macht heb U te kruisigen, en macht heb U los te laten?Vers 11 Jezus antwoordde: Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware; daarom die Mij aan u heeft overgeleverd, heeft groter zonde.15 tegen Mij, indien Namelijk om mij, die de Zoon Gods ben, te kruisigen.16 boven gegeven Dat is, van God geordineerd en toegelaten ware; Hand. 2:23, en Hand. 4:27,28.17 die Mij aan u Namelijk het Joods volk, of de overheid der Joden.18 groter zonde. Overmits zij, meerder kennis hebbende van Gods Woord en van mijne wonderwerken, uit een vijandelijken haat u persen, tegen uw ambt en gemoed, om in mijn dood te bewilligen.Vers 12 Van toen af zocht Pilatus Hem los te laten; maar de Joden riepen, zeggende: Indien gij Dezen loslaat, zo zijt gij des keizers vriend niet; een iegelijk, die zichzelven koning maakt, wederspreekt den keizer.19 zocht Pilatus Namelijk meer en meer.20 zijt gij des Dat is, gij zult daarmede tonen dat gij des keizers vriend niet zijt; of gij zult des keizers vriend niet blijven, wiens stadhouder gij nochtans zijt.21 wederspreekt Dat is, werpt zich op tegen de hoogheid en majesteit des keizers.Vers 13 Als Pilatus dan dit woord hoorde, bracht hij Jezus uit, en zat neder op den rechterstoel, in de plaats, genaamd Lithostrotos, en in het Hebreeuws Gabbatha.22 uit, en zat neder Grieks buiten.23 Lithostrotos, Dat is, ene plaats met stenen geplaveid.24 Hebreeuws Dat is, Syrisch, welke taal de Hebreën toentertijd meest gebruikten.25 Gabbatha. Dat is, een hoge en verheven plaats, in welke de Romeinse stadhouders recht deden, en vanwaar zij het volk aanspraken.Vers 14 En het was de voorbereiding van het pascha, en omtrent de zesde ure; en hij zeide tot de Joden: Ziet, uw Koning!26 voorbereiding van Namelijk volgens der Joden gebruik; want anders was het, naar de instelling Gods, dezelfde dag, op welken het paaslam geslacht en gegeten moest worden, gelijk ook Christus en Zijne apostelen gedaan hebben. Zie de aantekeningen Matth. 26:20.27 de zesde ure; Markus zegt, Mark. 15:25, dat het de derde ure was, als Christus gekruisigd werd, en Johannes zegt hier dat het omtrent de zesde ure was, als Hij voor de Joden voortgebracht werd, eer Hij nog van Pilatus ter dood veroordeeld was. Om welk schijnbaar verschil te verenigen, gevoelen sommigen dat de Joden den dag niet alleen afdeelden in twaalf uren, van den opgang der zon tot den ondergang, Joh. 11:9; maar ook, gelijk zij den nacht in vier waken afdeelden, zij alzo ook in den dag vier delen stelden; Matth. 20:1,3,5; Mark. 15:1,25,34; noemende elk deel van het uur, waar het van begon, het eerste deel de eerste ure, het tweede deel de derde ure, het derde de zesde ure, en het vierde deel de negende ure; en dat volgens dien Johannes niet tegenspreekt hetgeen Markus zegt, dat Christus in het tweede deel van den dag, hetwelk de derde ure genaamd wordt, gekruisigd is, maar dat hij het nader verklaart, namelijk dat het ging naar het derde deel des daags, genaamd de zesde ure, en dat hij daarom het woord omtrent daarbij voegt. Anderen menen dat Markus de uren rekent naar de wijze der Joden, maar dat Johannes die rekent naar de wijze der Romeinen, gelijk wij ook doen, beginnende van den middernacht. Alzo dat hetgeen Johannes hier verhaalt, zou geschied zijn tussen zes en zeven uren des morgens, niet zeer lang na den opgang der zon. Want Christus was des morgens heel vroeg tot Pilatus gebracht, Matth. 27:1,2; Mark. 15:1; Joh. 18:28; daarna heeft hij Hem nog gezocht te verlossen, wederom in het rechthuis gebracht; aldaar is Hij wederom van de krijgsknechten smadelijk mishandeld; Matth. 27:27; Mark. 15:16, en daarna uit de stad geleid en naar het gericht gebracht. Zodat hiermede lichtelijk nog twee uren zijn verstreken. Want hoewel Johannes, gelijk hij de woorden van Christus of van andere Joden verhaalt, der Joden rekening in de uren volgt, nochtans gelijk hij zelf spreekt, zo schijnt hij ook elders de rekening der Romeinen te volgen, gelijk te zien is Joh. 20:19, overmits toen hij zijn Evangelie schreef, de stad Jeruzalem verwoest was en de Joden geen volk meer waren.Vers 15 Maar zij riepen: Neem weg, neem weg, kruis Hem! Pilatus zeide tot hen: Zal ik uw Koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning, dan den keizer.Vers 16 Toen gaf hij Hem dan hun over, opdat Hij gekruist zou worden. En zij namen Jezus, en leidden Hem weg.28 zij namen Jezus, Namelijk de Joden door de Romeinse soldaten, nadat zij Hem ten anderen maal bespot hadden.

Lees heel Johannes 19

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.