Advertentie

Johannes 19:17-37

21 verzen · 35 kanttekeningen · Statenvertaling

De kruisiging

Vers 17 En Hij, dragende Zijn kruis, ging uit naar de plaats, genaamd Hoofdschedelplaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Golgotha;29 dragende Zijn De reden hiervan zie de aantekeningen Matth. 27:32.30 uit naar de Namelijk buiten de stad.31 Hebreeuws genaamd Dat is in het Syrisch, welke taal de Joden toen gebruikten, zijnde wel wat veranderd van de Hebreeuwse taal, maar evenwel voor ééne taal met dezelve in den grond gehouden.Vers 18 Alwaar zij Hem kruisten, en met Hem twee anderen, aan elke zijde een, en Jezus in het midden.32 twee anderen, Namelijk moordenaars en kwaaddoeners; Matth. 27:38; Mark. 15:27; Luk. 23:33.33 aan elke zijde Grieks van hier en van daar; dat is, van de ene en de andere zijde.34 in het midden. Grieks de middelste; namelijk alsof Hij de grootste kwaaddoener ware geweest.Vers 19 En Pilatus schreef ook een opschrift, en zette dat op het kruis; en er was geschreven: JEZUS, DE NAZARENER, DE KONING DER JODEN.35 opschrift, en Het Griekse woord titlos betekent ook een tafeltje of bordje, waar men op schrijft, maar hier wordt het genomen voor hetgeen waarop geschreven was, gelijk het woord schrijven medebrengt, en uit de andere Evangelisten blijkt; Matth. 27:37; Mark. 15:26; Luk. 23:38.Vers 20 Dit opschrift dan lazen velen van de Joden; want de plaats, waar Jezus gekruist werd, was nabij de stad; en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Grieks, en in het Latijn.36 in het Latijn. Grieks In Romeins. In deze drie talen is het opschrift gesteld, omdat dezelve de bekendste en algemeenste waren in het Romeinse rijk, zodat toen niemand te Jeruzalem was of hij verstond een van dezelve.Vers 21 De overpriesters dan der Joden zeiden tot Pilatus: Schrijf niet: De Koning der Joden; maar, dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning der Joden.Vers 22 Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven.37 dat heb ik Dat is, blijft geschreven; ik wil het niet veranderen.Vers 23 De krijgsknechten dan, als zij Jezus gekruist hadden, namen Zijn klederen, (en maakten vier delen, voor elken krijgsknecht een deel) en den rok. De rok nu was zonder naad, van boven af geheel geweven.38 zonder naad, Namelijk geweven of gebreid.39 geheel geweven. Grieks door het geheel; dat is, geheel door.Vers 24 Zij dan zeiden tot elkander: Laat ons dien niet scheuren, maar laat ons daarover loten, wiens die zijn zal; opdat de Schrift vervuld worde, die zegt: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld, en over Mijn kleding hebben zij het lot geworpen. Dit hebben dan de krijgsknechten gedaan.40 opdat de Schrift Dat is, zodra daarmede de Schrift vervuld is.Vers 25 En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder en Zijner moeders zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.41 de vrouw van Of, dochter; want dat haar man Alfeüs geweest is, blijkt Matth. 10:3, vergelijk met Matth. 27:56; tenware dat Klopas, of Kleopas, haar tweede man geweest ware, gelijk sommigen menen.42 Klopas, en Die anders ook Kleopas genaamd wordt; Luk. 24:18.Vers 26 Jezus nu, ziende Zijn moeder, en den discipel, dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon.43 dien Hij liefhad, Dat is, Johannes, die zichzelven alzo placht te beschrijven, gelijk blijkt Joh. 13:23, vergelijk met Joh. 21:20,24.44 uw zoon. Dat is, deze zal u zijn als een zoon, om voor u zorg te dragen en u bij te staan.Vers 27 Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.45 moeder. En van Dat is, draag gij voor haar zorg als voor uwe moeder.46 in zijn huis. Grieks in zijn eigen, of, tot zijnent.Vers 28 Hierna Jezus, wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide: Mij dorst.47 volbracht was, Namelijk zover en tot hiertoe, wat van mij voorzegd is.Vers 29 Daar stond dan een vat vol ediks, en zij vulden een spons met edik, en omlegden ze met hysop, en brachten ze aan Zijn mond.48 stond dan een Grieks lag.49 omlegden ze Of, legden ze, namelijk de spons, om een hysopssteel, welke sommigen menen dat een rozemarijnstok geweest is, en ook in het Hebreeuws Ezob genaamd, 1 Kon. 4:33, en in die landen hoog opwies; zodat deze stok hetzelfde zou zijn hetgeen Mattheüs noemt een rietstok, Matth. 27:48. Anderen nemen het voor rechte hysop, die daar in het wild groeide, met welker takken zij de spons aan den stok bonden.Vers 30 Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest.50 volbracht! Namelijk alles wat Ik om de mensen met God te verzoenen lijden moest, en wat door de profeten daarvan tevoren gezegd is geweest.51 gaf den geest. Grieks gaf den geest over; namelijk in handen van Zijn Vader; Luk. 23:46; Joh. 10:18.Vers 31 De Joden dan, opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op den sabbat, dewijl het de voorbereiding was (want die dag des sabbats was groot), baden Pilatus, dat hun benen zouden gebroken, en zij weggenomen worden.52 (want die dag Anders, want de dag van dien sabbat was een grote dag; namelijk overmits het tezamen sabbat en de eerste paasdag was, naar de gewoonte der Joden, waarvan zie de reden in de aantekeningen Matth. 26:20.53 hun benen zouden Namelijk der drie gekruisigden; hetwelk schijnt dat een gebruik is geweest om den dood van de misdadigers te verhaasten.54 weggenomen worden. Namelijk vóór den avond, naar de wet; Deut. 21:22.Vers 32 De krijgsknechten dan kwamen, en braken wel de benen des eersten, en des anderen, die met Hem gekruist was;Vers 33 Maar komende tot Jezus, als zij zagen, dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn benen niet.Vers 34 Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit.55 doorstak Zijn Namelijk òf uit moedwil, òf om te zien of Hij waarlijk dood was.56 water uit. Dit is een teken dat hij het hart heeft doorstoken, hetwelk ligt in een vel, waarin waterachtige vochtigheid besloten is, tot verkoeling van het hart.Vers 35 En die het gezien heeft, die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig; en hij weet, dat hij zegt, hetgeen waar is, opdat ook gij geloven moogt.57 die het gezien heeft, Namelijk Johannes zelf. Zie Joh. 19:27.58 getuigd, en zijn Namelijk dat bloed en water uit Zijne zijde gevloten is.59 hetgeen waar is, Grieks waarachtige; namelijk zaken.60 geloven moogt. Namelijk dat in Christus vervuld is hetgeen in het Oude Testament door de reiniging met water en door de bloedstorting der offeranden is afgebeeld geweest; te weten dat Hij door Zijnen dood ons verkregen heeft niet alleen vergeving der zonden, maar ook de reiniging der zonden door Zijn Heiligen Geest. Zie de aantekeningen 1 Joh. 5:6.Vers 36 Want deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde: Geen been van Hem zal verbroken worden.61 Geen been van Hem Dit wordt van het paaslam wel gezegd, Exod. 12:46, maar hier in Christus vervuld, omdat het paaslam een voorbeeld van Christus was, 1 Cor. 5:7.Vers 37 En wederom zegt een andere Schrift: Zij zullen zien, in Welken zij gestoken hebben.62 een andere Schrift: Dat is, een andere plaats der Heilige Schrift, te weten Zach. 12:10.63 Welken zij gestoken Of, op Hem, welken zij doorstoken hebben; hetwelk ten dele vervuld is in enigen der Joden, die Christus ter dood gebracht hebben, en daarna tot Hem bekeerd zijn, Hand. 2:37, en eensdeels vervuld zal worden ten laatsten dage, wanneer Hem ook alle onbekeerlijken als hun rechter zullen zien; Openb. 1:7.

Lees heel Johannes 19

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.