Advertentie

Johannes 14:1-14

14 verzen · 30 kanttekeningen · Statenvertaling

Christus vertroost Zijn discipelen

Vers 1 Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij.1 ontroerd; Namelijk met te grote droefheid of vrees, over mijn weggaan tot den Vader.2 gijlieden gelooft Of, gelooft gij in God? gelooft ook in mij. Of, gelooft in God, en gelooft in mij. Of, gij gelooft in God, en gij gelooft in mij.Vers 2 In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.3 het huis Mijns Dat is, in den hemel.4 woningen; Of, blijvingen, of verblijfplaatsen; dat is, daar is ruimte genoeg niet alleen voor mij, maar ook voor ulieden en voor alle gelovigen.5 anderszins zo Grieks en indien niet; namelijk het zo ware.6 gezegd hebben; Dat is, Ik zou u met geen ijdele hoop opgehouden hebben.Vers 3 En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.7 kome Ik weder Dat is, zal komen, namelijk ten laatsten dage; Hebr. 9:28.8 zijn moogt, Namelijk niet alleen naar de ziel, terstond na den dood, maar ook naar lichaam en ziel na het uiterste oordeel; Luk. 23:43; 2 Cor. 5:1,8; Filipp. 1:23; 1 Thess. 4:17.9 waar Ik ben. Dat is, waar Ik zijn zal.Vers 4 En waar Ik heenga, weet gij, en den weg weet gij.10 weet gij, en Dat is, kunt gij uit mijne woorden genoeg weten.11 den weg weet Namelijk waardoor Ik moet heengaan, en waardoor gij mij moet volgen.Vers 5 Thomas zeide tot Hem: Heere, wij weten niet, waar Gij heengaat; en hoe kunnen wij den weg weten?Vers 6 Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.12 Ik ben de Christus noemt zichzelven den weg, omdat niemand ten hemel kan komen, dan door Zijne verdiensten en kracht; Hand. 4:21; de waarheid, omdat al de beloften Gods en de schaduwen des Ouden Testaments, die den weg tot de zaligheid afbeelden, in Hem vervuld zijn, 2 Cor. 1:20; Joh. 1:17; en het leven, omdat Hij de oorsprong en gever des eeuwigen levens is; Joh. 11:25; Hebr. 5:9.Vers 7 Indien gijlieden Mij gekend hadt, zo zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu kent gij Hem, en hebt Hem gezien.13 gekend hadt, Namelijk recht gelijk het behoort.14 Vader gekend Namelijk alzo Ik eenswezens met den Vader ben en het uitgedrukte beeld Zijner zelfstandigheid; Col. 1:15; Hebr. 1:3.15 van nu Of, nu alrede.16 kent gij Hem, Namelijk voor zoveel als gij mij kent, Joh. 14:9.Vers 8 Filippus zeide tot Hem: Heere, toon ons den Vader, en het is ons genoeg.Vers 9 Jezus zeide tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons den Vader?17 Ben Ik zo Namelijk met mijne leer en werken zo dikwijls getoond hebbende wie Ik ben.18 gezien heeft, Dat is, recht gekend heeft.19 den Vader gezien; Namelijk in mijn persoon, dewijl de Vader en Ik van één wezen en macht zijn; Joh. 10:30.Vers 10 Gelooft gij niet, dat Ik in den Vader ben, en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader, Die in Mij blijft, Dezelve doet de werken.20 De woorden, Dat is, mijne leer. Zie Joh. 7:16.21 blijft, Of, woont; namelijk als zijnde eenswezens met mij.22 doet de werken. Namelijk in mij en door mij.Vers 11 Gelooft Mij, dat Ik in den Vader ben en de Vader in Mij is; en indien niet, zo gelooft Mij om de werken zelve.23 niet, zo Dat is, indien gij mijne woorden niet zoudt geloven.24 om de werken Namelijk overmits dezelve niet dan door een goddelijke kracht kunnen gedaan worden.Vers 12 Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en zal meerder doen, dan deze; want Ik ga heen tot Mijn Vader.25 ook doen, Namelijk door mijne kracht; Mark. 16:20; Hand. 3:12. De waarheid van deze voorzegging blijkt Hand. 3:7, en Hand. 5:15, en Hand. 19:12, en doorgaans in de Handelingen der Apostelen.26 meerder doen dan Namelijk gelijk sommige wonderen zijn, die Christus in de dagen Zijns vleses gedaan heeft, gelijk daar zijn door oplegging der handen den Heiligen Geest te geven, de kennis der talen, en de wonderbaarlijke bekering der wereld, en andere. Zie ook Mark. 16:17, enz.27 tot Mijn Vader. Namelijk om vandaar den Heiligen Geest en deze kracht u te zenden; Hand. 2:33.Vers 13 En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde.28 zo wat Namelijk nodig tot uitvoering van uwe ambt en tot uwe zaligheid.29 in Mijn Naam, Dat is, steunende op mijne beloften en verdiensten.30 in den Zoon Dat is, door den Zoon.Vers 14 Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

Lees heel Johannes 14

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.