Het nieuwe gebod der liefde
Vers 31 Als hij dan uitgegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt, en God is in Hem verheerlijkt.39 Nu is de Zoon Dat is, nu is de tijd nabij, dat Ik door mijn lijden en sterven den duivel en den dood zal tenietdoen, en daarna in mijne heerlijkheid ingaan.Vers 32 Indien God in Hem verheerlijkt is, zo zal ook God Hem verheerlijken in Zichzelven, en Hij zal Hem terstond verheerlijken.40 Indien God Of, overmits.41 in Hem verheerlijkt Dat is, door Hem. Zie hiervan de aantekeningen Joh. 17:1.Vers 33 Kinderkens, nog een kleinen tijd ben Ik bij u. Gij zult Mij zoeken, en gelijk Ik den Joden gezegd heb: Waar Ik heenga, kunt gij niet komen; alzo zeg Ik ulieden nu ook.42 zoeken, en Dat is, naar mijne tegenwoordigheid verlangen.43 Waar Ik heenga, Namelijk in den hemel, waar Ik binnen korten tijd zal opvaren, na mijn dood en opstanding.44 zeg Ik ulieden Namelijk dat gij voor dezen tijd met mij niet kunt daar gaan. Zie Joh. 8:21, en Joh. 13:36.Vers 34 Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt.45 nieuw gebod geef Dat is, nieuwelijks van mij, door mijn leer en voorbeeld mijner bijzondere liefde, verklaard en versterkt, Joh. 15:13, want hetzelfde gebod is ook in het Oude Testament geweest. Zie 1 Joh. 2:7,8, en 2 Joh. 5.Vers 35 Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.46 Mijn discipelen Dat is, mijn rechte en ware discipelen, die Ik daarvoor erken.