De voetwassing
Vers 1 En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.1 voor het feest Namelijk des avonds vóór Zijn lijden en sterven. Want Christus heeft het pascha gehouden op den rechten tijd; naar de instelling Gods; maar de Joden stelden het toendertijd uit, op den volgenden dag. De reden hiervan zie in de aantekeningen Matth. 26:20.2 overgaan tot den Namelijk door Zijn dood, opstanding en hemelvaart.3 tot het einde. Namelijk van Zijn leven; of zonder ophouden; Joh. 17:12.Vers 2 En als het avondmaal gedaan was, toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskariot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou),4 avondmaal gedaan Dat is, de maaltijd in welken het paaslam van hen gegeten was, alzo dat zij nog aten aan de tafel, die nog niet afgenomen was, Joh. 13:12, na welken Christus daarna Zijn Avondmaal heeft ingesteld en gehouden. Zie Luk. 22:15, enz. Anderen zetten het over: Als het Avondmaal gehouden werd.5 gegeven had, dat Grieks Geworpen.Vers 3 Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging,6 in de handen gegeven Dat is, in Zijne macht gesteld; Matth. 28:18.Vers 4 Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven.7 klederen af, Namelijk opperklederen, gelijk dit woord dikwijls genomen wordt. Zie Matth. 5:40, en Luk. 6:29. Aldus plachten de dienstknechten hunne heren te dienen. Zie Luk. 17:8.8 omgordde Zichzelven. Namelijk om te vaardiger te zijn tot dezen dienst, en met dezen handdoek de voeten te drogen.Vers 5 Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was.9 goot Hij water Grieks wierp.10 bekken, en begon Of, wasvat.Vers 6 Hij dan kwam tot Simon Petrus; en die zeide tot Hem: Heere, zult Gij mij de voeten wassen?11 Gij mij de Namelijk die mijn Heere en Meester zijt. Hoewel hij dit zegt uit eerbied, zo is daar nochtans onverstand mede gemengd, alzo Christus wil dat wij Hem gehoorzamen, ook als het ons dunkt dat Hij wat vreemds gebiedt.Vers 7 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan.12 Wat Ik doe, Dat is, waarom Ik zulks doe.13 na dezen verstaan. Namelijk als Ik het u zal verklaard hebben, gelijk Hij doet Joh. 13:13,14.Vers 8 Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.14 in der eeuwigheid! Dat is, nimmermeer zal ik dat toelaten.15 Indien Ik u Christus neemt gelegenheid van het uiterlijk wassen om te spreken van het geestelijk wassen, of reinigen der zonden, door Zijn bloed en Geest, 1 Cor. 6:11; Tit. 3:5; 1 Joh. 1:7,8, gelijk Hij dergelijke gelegenheden meermalen waarneemt.Vers 9 Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd.Vers 10 Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet allen.16 Die gewassen is, Christus leert hier, gelijk degenen, die in de badstoven hun gehele lichaam gewassen hebben, de voeten ook daarna moeten wassen, dat alzo ook Zijne discipelen, inwendig door Zijn bloed en Geest gewassen zijnde, uiterlijk ook hunne gangen en hun doen moeten reinigen.17 rein, doch niet Dat is, gereinigd door mij van de zonde en de heerschappij derzelve; Rom. 6:11,12.Vers 11 Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.Vers 12 Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn klederen genomen had, zat Hij wederom aan, en zeide tot hen: Verstaat gij, wat Ik ulieden gedaan heb?18 wat Ik ulieden Dat is, waartoe Ik dit gedaan heb?Vers 13 Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben het.19 ben het. Namelijk in der waarheid.Vers 14 Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen.20 voeten te wassen. Dat is, veel meer allerlei diensten der liefde, in nood zijnde, elkander te betonen, ook die van de geringsten anders plegen gedaan te worden, maar niet om zulks als een sacrament te gebruiken; alzo Christus' oogmerk hier niet is.Vers 15 Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet.Vers 16 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder, dan die hem gezonden heeft.21 een gezant meerder, Of, gezondene. Grieks Apostolos.Vers 17 Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet.22 gij deze dingen Namelijk die Ik u met mijn voorbeeld geleerd heb, als liefde, nederigheid en onderlinge gedienstigheid.Vers 18 Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven.23 van u allen: Namelijk dat gij allen dat zult nakomen. Want Judas zou het niet doen, gelijk volgt.24 uitverkoren Namelijk tot de eeuwige zaligheid; Ef. 1:4.25 die met Mij Dat is, die dagelijks aan mijne tafel is en met mij omgaat.26 verzenen opgeheven. Dat is, heeft zich vijandelijk tegen mij gesteld. Zie de aantekeningen Ps. 41:10.Vers 19 Van nu zeg Ik het ulieden, eer het geschied is, opdat, wanneer het geschied zal zijn, gij geloven moogt, dat Ik het ben.27 dat Ik het ben. Namelijk de ware Messias en Zoon Gods, die alles tevoren weet.Vers 20 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo Ik iemand zende, wie dien ontvangt, die ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, die ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft.