Advertentie

Johannes 11

57 verzen · 61 kanttekeningen · Statenvertaling

De opwekking van Lázarus 

Vers 1 En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus, van Bethanië, uit het vlek van Maria en haar zuster Martha.1 Maria en haar Dat is, waar Maria en Martha woonden, Luk. 10:38; Joh. 12:1. Van de ligging van dit vlek zie Joh. 11:18.Vers 2 (Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.)2 gezalfd heeft Zie hiervan in Joh. 12:3.Vers 3 Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank.3 zonden tot Hem, Namelijk naar Bethabara over de Jordaan, waar Hij toen was. Zie Joh. 10:40.Vers 4 En Jezus, dat horende, zeide: Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde.4 tot den dood, Namelijk om daarin te blijven; namelijk tot den tijd der algemene opstanding.5 ter heerlijkheid Grieks voor de eer Gods.6 dezelve Namelijk krankheid, gelijk het Griekse woord klaarlijk uitwijst.7 verheerlijkt worde. Namelijk als Hij hem wederom van de doden zal opwekken.Vers 5 Jezus nu had Martha, en haar zuster, en Lazarus lief.Vers 6 Als Hij dan gehoord had, dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was.Vers 7 Daarna zeide Hij verder tot de discipelen: Laat ons wederom naar Judea gaan.8 naar Judea gaan. Namelijk waar Hij uitgeweken was, omdat de Joden Hem wilden stenigen; Joh. 10:40.Vers 8 De discipelen zeiden tot Hem: Rabbi! de Joden hebben U nu onlangs gezocht te stenigen, en gaat Gij wederom derwaarts?9 nu onlangs Want het was omtrent twee maanden geleden.10 derwaarts? Namelijk om u daar in gevaar te begeven.Vers 9 Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indien iemand in den dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmits hij het licht dezer wereld ziet;11 twaalf uren Dit moet verstaan worden naar de rekening der Joden, die de uren telden van den opgang der zon tot den ondergang, en deelden den dag altijd af in twaalf uren. Zie ook Matth. 20:3.12 in den dag? Grieks des daags.13 dag wandelt, Christus' vergelijkt hier Zijn leven bij den dag en Zijn sterven bij den nacht, gelijk ook Joh. 9:4, en wil daarmede zeggen dat gelijk de dag zekere uren heeft, namelijk zolang het licht der wereld, dat is de zon, schijnt, dat ook alzo Zijn leven op aarde een zeker perk of tijd heeft van zijnen Vader gesteld, vóór welken de mensen Hem het leven niet zullen kunnen benemen, of verhinderen de werken Zijns beroeps uit te voeren. Maar als die tijd zal verstreken zijn, dat zij alsdan macht zullen krijgen om Hem te doden.Vers 10 Maar indien iemand in den nacht wandelt, zo stoot hij zich, overmits het licht in hem niet is.14 in hem niet is. Dat is, in zijne ogen niet schijnt.Vers 11 Dit sprak Hij; en daarna zeide Hij tot hen: Lazarus, onze vriend, slaapt; maar Ik ga heen, om hem uit den slaap op te wekken.Vers 12 Zijn discipelen dan zeiden: Heere, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden.15 gezond worden. Grieks behouden worden; dat is, dat is een goed teken dat hij van de ziekte zal genezen.Vers 13 Doch Jezus had gesproken van zijn dood; maar zij meenden, dat Hij sprak van de rust des slaaps.16 de rust des Dat is, van den natuurlijken en eigenlijk genaamden slaap.Vers 14 Toen zeide dan Jezus tot hen vrijuit: Lazarus is gestorven.Vers 15 En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt; doch laat ons tot hem gaan.17 geloven moogt; Dat is, in uw geloof door zijne opwekking gesterkt worden.Vers 16 Thomas dan, genaamd Didymus, zeide tot zijn medediscipelen: Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven.18 Didymus, Dat is, tweeling, met welk Grieks woord het Hebreeuwse woord Thomas uitgelegd wordt, gelijk Cefas door het woord Petrus; Joh. 1:43.19 Hem sterven. Namelijk Christus onzen Meester, dewijl Hij immers zich in gevaar wil begeven. Zie Joh. 11:8.Vers 17 Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.20 in het graf Grieks in het graf had; dat is gelegen had.Vers 18 (Bethanië nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadiën van daar.)21 stadiën van Een stadie houdt honderd vijf en twintig schreden; en vijftien stadiën maken wat meer dan een half uur gaans. Zie Luk. 24:13.Vers 19 En velen uit de Joden waren gekomen tot Martha en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder.22 Joden waren Namelijk die te Jeruzalem en daaromtrent, gelijk Joh. 11:18 uitwijst, woonden.23 tot Martha Grieks tot de vrouwen omtrent Martha en Maria zijnde.24 zij haar vertroosten Namelijk de Joden.Vers 20 Martha dan, als zij hoorde, dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; doch Maria bleef in huis zitten.25 bleef in huis zitten. Grieks zat in het huis.Vers 21 Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven;26 zo ware mijn Dat is, ik vertrouw dat gij hem van zijne krankheid zoudt genezen hebben.Vers 22 Maar ook nu weet ik, dat alles, wat Gij van God begeren zult, God U het geven zal.27 alles, wat Gij Namelijk zelfs ook dat mijn broeder weder levend worde.Vers 23 Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal wederopstaan.Vers 24 Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage.28 in de opstanding Dat is, in de algemene opstanding aller mensen.29 laatsten dage. Namelijk dezer wereld.Vers 25 Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven;30 Ik ben de Opstanding Dat is, ik ben de bewerker en oorzaak der opstanding en des levens.31 leven, al ware Dat is, zal tot het eeuwige leven weder opgewekt worden.32 gestorven; Namelijk naar het lichaam.Vers 26 En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?33 niet sterven in Namelijk den eeuwigen en tweeden dood; Openb. 20:6.Vers 27 Zij zeide tot Hem: Ja, Heere; ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou.Vers 28 En dit gezegd hebbende, ging zij heen, en riep Maria, haar zuster, heimelijk, zeggende: De Meester is daar, en Hij roept u.Vers 29 Deze, als zij dat hoorde, stond haastelijk op, en ging tot Hem.Vers 30 (Jezus nu was nog in het vlek niet gekomen, maar was in de plaats, waar Hem Martha tegemoet gekomen was.)34 het vlek niet Namelijk van Bethanië.Vers 31 De Joden dan, die met haar in het huis waren, en haar vertroostten, ziende Maria, dat zij haastelijk opstond en uitging, volgden haar, zeggende: Zij gaat naar het graf, opdat zij aldaar wene.35 het graf, opdat Namelijk dat buiten het vlek was, naar de gewoonte der Joden.Vers 32 Maria dan, als zij kwam, waar Jezus was, en Hem zag, viel aan Zijn voeten, zeggende tot Hem: Heere, indien Gij hier geweest waart, zo ware mijn broeder niet gestorven.Vers 33 Jezus dan, als Hij haar zag wenen, en de Joden, die met haar kwamen, ook wenen, werd zeer bewogen in den geest, en ontroerde Zichzelven;36 zeer bewogen Of, zeer gestoord, in zijn gemoed. Zie ook Joh. 11:38.37 ontroerde Zichzelven; Namelijk door medelijden en droefheid; Hebr. 4:15.Vers 34 En zeide: Waar hebt gij hem gelegd? Zij zeiden tot Hem: Heere, kom en zie het.Vers 35 Jezus weende.38 weende. Of, liet tranen.Vers 36 De Joden dan zeiden: Ziet, hoe lief Hij hem had!Vers 37 En sommigen uit hen zeiden: Kon Hij, Die de ogen des blinden geopend heeft, niet maken, dat ook deze niet gestorven ware?Vers 38 Jezus dan wederom in Zichzelven zeer bewogen zijnde, kwam tot het graf; en het was een spelonk, en een steen was daarop gelegd.39 daarop gelegd. Of daartegen.Vers 39 Jezus zeide: Neemt den steen weg. Martha, de zuster des gestorvenen, zeide tot Hem: Heere, hij riekt nu al, want hij heeft vier dagen aldaar gelegen.40 aldaar gelegen. Namelijk in het graf, gelijk blijkt uit Joh. 11:17. Grieks hij is vierdagig.Vers 40 Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd, dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult?41 de heerlijkheid Dat is, de wonderbaarlijke opwekking uws broeders, waardoor de kracht Gods gezien en Zijne eer verbreid wordt.Vers 41 Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.42 lag. En Grieks was liggende.43 zeide: Vader, Christus bidt Zijnen Vader, niet omdat Hij als Zoon Gods de macht niet zou hebben om doden te verwekken, Joh. 5:21; maar omdat Hij als Middelaar Zich in het gebruik dezer macht den wil des Vaders had onderworpen; Filipp. 2:7,8; Hebr. 10:7.Vers 42 Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort; maar om der schare wil, die rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij zouden geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.Vers 43 En als Hij dit gezegd had, riep Hij met grote stemme: Lazarus, kom uit!Vers 44 En de gestorvene kwam uit, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken, en zijn aangezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zeide tot hen: Ontbindt hem, en laat hem heengaan.44 grafdoeken, en Of, windselbanden, waar Hij mede begraven was, naar de gewoonte der Joden; Joh. 20:6,7.Vers 45 Velen dan uit de Joden, die tot Maria gekomen waren, en aanschouwd hadden, hetgeen Jezus gedaan had, geloofden in Hem.Vers 46 Maar sommigen van hen gingen tot de Farizeën, en zeiden tot hen, hetgeen Jezus gedaan had.

De farizeeën beraadslagen om Jezus te doden 

Vers 47 De overpriesters dan en de Farizeën vergaderden den raad, en zeiden: Wat zullen wij doen? want deze Mens doet vele tekenen.45 den raad, Grieks Synedrion; van welken zie Matth. 5:22.Vers 48 Indien wij Hem alzo laten geworden, zij zullen allen in Hem geloven, en de Romeinen zullen komen, en wegnemen beide onze plaats en volk.46 laten geworden, Grieks aflaten.47 komen, en wegnemen Namelijk tegen ons als tegen rebellen.48 onze plaats en volk. De stad en tempel van Jeruzalem uitroeien.Vers 49 En een uit hen, namelijk Kajafas, die deszelven jaars hogepriester was, zeide tot hen: Gij verstaat niets;49 deszelven jaars Het hogepriesterambt werd toen door de Romeinen vergeven voor zekeren tijd, somwijlen ook van jaar tot jaar, Luk. 3:2; Hand. 4:6, tegen de ordinantie Gods. Zie Num. 35:28; Joz. 20:6; Hebr. 7:23.Vers 50 En gij overlegt niet, dat het ons nut is, dat een mens sterve voor het volk, en het gehele volk niet verloren ga.50 dat een mens Hij verstond dit wel van den wereldlijken stand des Joodsen volks, maar God heeft zijne tong alzo bestuurd, dat hij onwetend geprofeteerd heeft van de vrucht des doods van Christus, tot verzoening en behoudenis der uitverkoren kinderen Gods.Vers 51 En dit zeide hij niet uit zichzelven; maar, zijnde hogepriester deszelven jaars, profeteerde hij, dat Jezus sterven zou voor het volk;51 het volk; Namelijk der Joden.Vers 52 En niet alleen voor dat volk, maar opdat Hij ook de kinderen Gods, die verstrooid waren, tot een zou vergaderen.52 de kinderen Gods, Dat is, de uitverkorenen uit alle volken door de ganse wereld; Openb. 5:9.53 een zou vergaderen. Namelijk lichaam, kudde of gemeente; gelijk Joh. 10:16; Ef. 2:14.Vers 53 Van dien dag dan af beraadslaagden zij te zamen, dat zij Hem doden zouden.54 beraadslaagden Dat is, besloten in hun Raad.Vers 54 Jezus dan wandelde niet meer vrijelijk onder de Joden; maar ging van daar naar het land bij de woestijn, naar de stad, genaamd Efraïm, en verkeerde aldaar met Zijn discipelen.55 van daar naar Namelijk van Jeruzalem en daaromtrent.56 Efraïm, en Anders, Efrem; welke sommigen menen te wezen de stad Efraïm of Efron, waarvan men leest 2 Kron. 13:19.Vers 55 En het pascha der Joden was nabij, en velen uit dat land gingen op naar Jeruzalem, voor het pascha, opdat zij zichzelven reinigden.57 pascha der Joden Dit was het laatste pascha, dat Christus gehouden heeft, in hetwelk Hij gekruisigd is.58 reinigden. Namelijk volgens het bevel Gods; Num. 9:6, en 2 Kron. 30:15.Vers 56 Zij zochten dan Jezus, en zeiden onder elkander, staande in den tempel: Wat dunkt u? Dunkt u, dat Hij niet komen zal tot het feest?59 Hij niet komen Namelijk Jezus.Vers 57 De overpriesters nu en de Farizeën hadden een gebod gegeven, dat, zo iemand wist, waar Hij was, hij het zou te kennen geven, opdat zij Hem mochten vangen.60 gebod gegeven, Dat is, laten afkondigen.61 vangen. Grieks grijpen.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.