Advertentie

Johannes 1

51 verzen · 93 kanttekeningen · Statenvertaling

Het vlees geworden Woord 

Vers 1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.1 beginne was Namelijk der schepping van alle dingen, zie Gen. 1:1, en dienvolgens van eeuwigheid; alzo voor de schepping anders niet was dan de eeuwigheid, Joh. 17:5; Ef. 1:4.2 het Woord, en Grieks ho logos; dat is, het woord, of het zelfstandig woord en de rede; gelijk ook het woordje rede bij ons zo de inwendige rede, of het verstand des mensen, als het uitwendige woord, waarmede de inwendige rede aan anderen verklaard wordt, betekent. Aldus wordt Christus de Zoon Gods genaamd van Johannes, niet alleen hier, maar ook elders, 1 Joh. 1:1, 1 Joh. 5:7; Openb. 19:13; zo omdat Hij is de wijsheid des Vaders en het uitgedrukte beeld zijns persoons, Spreuk. 8:1,12,24; Col. 1:15; Hebr. 1:3, alsook omdat de Vader door Hem Zijn verborgen raad van onze zaligheid den mensen, zo in het Oude als in het Nieuwe Testament, heeft geopenbaard, Joh. 1:18; Hebr. 1:1.3 bij God, Namelijk den Vader, als een onderscheiden persoon van den Vader. Zie Joh. 1:18.4 was God. Dat is, was des enigen en eeuwigen goddelijken wezens deelachtig, met den Vader en den Heiligen Geest; Joh. 10:30; 1 Joh. 5:7.Vers 2 Dit was in den beginne bij God.Vers 3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.5 gemaakt, en Grieks geworden; dat is geschapen.6 zonder Hetzelve Want de Vader heeft met en door den Zoon de wereld geschapen; Joh. 5:18,19.7 geen ding gemaakt, Grieks ook niet een ding.Vers 4 In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.8 Hetzelve was Namelijk woord.9 het Leven, en Dat is, de oorsprong en fontein des levens, gelijk Ps. 36:10; Hand. 17:28.10 het Leven was Dat is, het Woord, hetwelk de bewerker des levens is.11 het Licht der mensen. Dat is, de auteur en oorsprong van het licht, namelijk van het vernuft en verstand, met hetwelk de mens in de schepping begaafd was.Vers 5 En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.12 het Licht Dat is, datzelfde Woord, hetwelk de mensen verlicht.13 schijnt Dat is, verlicht het verstand des mensen met enige kennis van Gods natuur en dienst, die na den val in den mens nog overgebleven is. Zie hiervan breder Rom. 1:19,20.14 in de duisternis, Dat is, in het verstand des mensen door den val en de zonde verduisterd; Hand. 26:18.15 de duisternis heeft Dat is, de verdorven mensen hebben dat licht, hetwelk in hen overgebleven was, niet gebruikt om den Zoon Gods, den auteur van dit licht, recht te kennen, dienen en eren; Rom. 1:21,22; 1 Cor. 1:21.Vers 6 Er was een mens van God gezonden, wiens naam was Johannes.16 van God gezonden, Van deze zending zie Luk. 3:2.17 naam was Johannes. Zie van dezen naam Luk. 1:13,63.Vers 7 Deze kwam tot een getuigenis, om van het Licht te getuigen, opdat zij allen door hem geloven zouden.18 het Licht te Dat is, van dat eeuwige Woord, waardoor de mensen ook ter zaligheid verlicht worden.19 door hem geloven Namelijk Johannes, gelijk 1 Cor. 3:5.Vers 8 Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou.Vers 9 Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld.20 verlicht Namelijk met rede en verstand.21 een iegelijk mens, Grieks alle.22 komende in Namelijk door de natuurlijke geboorte, gelijk Joh. 18:37.Vers 10 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend.23 in de wereld, en Namelijk als een onderhouder en regeerder van alles.24 gemaakt; en Grieks geworden.25 wereld heeft Hem Dat is, de onwedergeboren mensen door hun natuurlijke wijsheid; noch gelijk ter zaligheid nodig was, 1 Cor. 1:21.Vers 11 Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.26 het Zijne, en Of, in Zijn eigen; namelijk land, of volk, dat is, tot het Israëlietische volk, uit hetwelk Hij Zijn menselijke natuur heeft aangenomen, Rom. 9:5, en hetwelk Hij tot Zijn eigendom had verkoren, en tot hetwelk Hij bijzonder gekomen is, niet alleen na Zijne menswording door de predikatie des Evangelies, maar ook vóór Zijne menswording door velerlei verschijningen, openbaringen en verlossingen, Deut. 7:6; Ps. 147:19,20.27 de Zijnen hebben Dat is, het merendeel van die Israëlieten, die tot het uitwendig verbond behoorden, en daarom de Zijnen hier genaamd worden.28 aangenomen. Namelijk door een waar geloof.Vers 12 Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;29 macht gegeven Of, recht en waardigheid.30 kinderen Gods Of, dat zij kinderen Gods geworden zijn.Vers 13 Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.31 bloede, noch Grieks bloeden. Hebreeuws. Dat is, natuurlijker- en vleselijkerwijze, op welke natuurlijke geboorte en afkomst de Joden zich zeer beroemden en verlieten, Joh. 8:39; Rom. 9:7,8.32 uit God geboren Dat is, die door den Geest en het Woord Gods wedergeboren en vernieuwd zijn, Joh. 3:5; 1 Petr. 1:23.Vers 14 En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.33 vlees Dat is, een waar mens, ons in alles gelijk, Hebr. 2:17, doch zonder zonde, Hebr. 4:15. Zie Jes. 40:5; Joël. 2:28.34 geworden, en Namelijk niet door verandering of vermenging, maar door aanneming der menselijke natuur, in enigheid des persoons, Gen. 2:7; 1 Cor. 15:45, gelijk verklaard wordt Fil. 2:7; Hebr. 2:14,16.35 gewoond (en Grieks een tabernakel gehad; dat is, voor een tijd onder ons gewandeld en verkeerd.36 Zijn heerlijkheid Dat is, klare tekenen Zijner goddelijke majesteit, zo in Zijn doop en wonderwerken, Joh. 2:11, als in Zijne verandering op den berg en in Zijne opstanding.37 als des Eniggeborenen Dat is, zoals dien toebehoorde en betaamde, die van den Vader van eeuwigheid onuitsprekelijker wijze is geboren, Spreuk. 8:24; Micha 5:2.38 vol van genade Zie hiervan Joh. 1:17.Vers 15 Johannes getuigt van Hem, en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik.39 na mij komt, Of, achter mij. Zie ook de aantekeningen Joh. 1:27.40 voor mij geworden, Of, voor mij gesteld; dat is, boven mij verheven. Anders, voor mij geweest.41 eer dan ik. Grieks eerste; dat is, waardiger dan ik; of voor mij, omdat Hij vanwege Zijn goddelijke natuur van eeuwigheid is.Vers 16 En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade.42 genade voor genade. Dat is, de ene genade op de andere in overvloed; of de genade des Nieuwen Testaments voor de genade des Ouden Testaments; of de genade der heerlijkheid voor de genade der rechtvaardigmaking en wedergeboorte.Vers 17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.43 wet is Namelijk der zeden, of der tien geboden, met de bedreiging des eeuwigen vloeks tegen de overtreders, en ook de wet der ceremoniën.44 door Mozes gegeven, Dat is, door den dienst van Mozes, Hebr. 2:2,5,16.45 genade en Namelijk der verlossing van den vloed der wet, Rom. 10:3,4; Gal. 313,en der aanneming tot kinderen, Rom. 8:15.46 waarheid is Dat is, de vervulling, zo der beloften, 2 Cor. 1:20, als der ceremoniën en voorbeelden, Col. 2:17.47 door Jezus Christus Namelijk als den Zoon en Heere van het huis, Hebr. 3:5,6.Vers 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.48 gezien; de Dat is, gekend; namelijk met een volkomen en naakte kennis Zijns wezens en willens.49 in den schoot Dat is, die eenswezens met den Vader is, van Hem geliefd, en wien derhalve al de geheime wijsheid des Vaders bekend is.50 Hem ons verklaard. Of, het ons.51 verklaard. Dat is, klaar en volkomen geopenbaard de zaligmakende kennis Gods en Zijns raads, zoveel als ons van God te weten ter zaligheid nodig is.

Getuigenis van Johannes den Doper 

Vers 19 En dit is de getuigenis van Johannes, toen de Joden enige priesters en Levieten afzonden van Jeruzalem, opdat zij hem zouden vragen: Wie zijt gij?52 dit is de getuigenis Of, dat is ook.Vers 20 En hij beleed en loochende het niet; en beleed: Ik ben de Christus niet.53 loochende het niet; Namelijk openlijk en vrijmoedig wie Hij was, gelijk de volgende woorden het te kennen geven.Vers 21 En zij vraagden hem: Wat dan? Zijt gij Elias? En hij zeide: Ik ben die niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen.54 Ik ben die niet. Namelijk Elia de Thisbiet, dien gij verkeerdelijk meent dat in eigen persoon zou wederkomen in de wereld, hoewel Johannes ook anderszins Elia genaamd wordt, Matth. 17:12, omdat hij gekomen is in de kracht en den geest van Elia; Luk. 1:17.55 de profeet? Namelijk die bijzondere profeet, waarvan voorzegd is Deut. 18:15, dien de Joden meenden, doch kwalijk, dat hij een ander zou zijn dan de Messias.Vers 22 Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? opdat wij antwoord geven mogen dengenen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelven?Vers 23 Hij zeide: Ik ben de stem des roependen in de woestijn: Maakt den weg des Heeren recht, gelijk Jesaja, de profeet, gesproken heeft.56 Ik ben de stem Zie hiervan de verklaring Matth. 3:3.Vers 24 En de afgezondenen waren uit de Farizeën;Vers 25 En zij vraagden hem en spraken tot hem: Waarom doopt gij dan, zo gij de Christus niet zijt, noch Elias, noch de profeet?57 Waarom doopt Dat is, uit welke macht en last gebruikt gij deze nieuwe wijze van doen?Vers 26 Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water, maar Hij staat midden onder ulieden, Dien gij niet kent;58 staat midden onder Dit zeide Johannes niet terstond nadat Christus van hem gedoopt was, maar nadat Hij uit de woestijn, waar Hij veertig dagen verzocht was geweest, wedergekomen was, omtrent de plaats waar Johannes doopte.Vers 27 Dezelve is het, Die na mij komt, Welke voor mij geworden is, Wien ik niet waardig ben, dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden.59 na mij komt, Of, achter mij; dat is, wiens voorloper ik ben, om Hem den weg te bereiden. Zie Joh. 1:15.60 dat ik Zijn Dat is, dat ik Hem ook den geringsten dienst zou bewijzen. Zie Matth. 3:11.Vers 28 Deze dingen zijn geschied in Bethabara, over de Jordaan, waar Johannes was dopende.61 Bethabara, Dat is, een huis der overscheping, of een veerhuis.62 over de Jordaan, Of, aan, omtrent, nevens de Jordaan. Zie Matth. 4:15, en Matth. 19:1.Vers 29 Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!63 anderen daags Namelijk nadat Johannes den Farizeën geantwoord had, wie hij was.64 zag Johannes Grieks ziet.65 zeide: Zie Grieks zegt.66 het Lam Dat is, de Messias, door het paaslam en de dagelijkse offeranden voorgebeeld, 1 Cor. 5:7, en beloofd, Jes. 53:7.67 Gods, Dat de Dat is, van God geordineerd en gesteld.68 der wereld Dat is, van al degenen, die uit de gehele wereld in Hem zullen geloven; Joh. 6:33,35; 2 Cor. 5:19.69 wegneemt! Of, op Zich neemt; namelijk om de straf derzelve te dragen en ons van dezelve te verlossen; Jes. 53:11,12; 1 Petr. 2:24.Vers 30 Deze is het, van Welken ik gezegd heb: Na mij komt een Man, Die voor mij geworden is, want Hij was eer dan ik.70 gezegd heb: Zie de verklaring Joh. 1:15.71 eer dan ik. Grieks eerste. Zie Joh. 1:15.Vers 31 En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom ben ik gekomen, dopende met het water.72 kende Hem niet; Namelijk van aangezicht, of volkomenlijk.Vers 32 En Johannes getuigde, zeggende: Ik heb den Geest zien nederdalen uit den hemel, gelijk een duif, en bleef op Hem.73 Geest zien Namelijk den Heiligen Geest; Matth. 3:16.Vers 33 En ik kende Hem niet; maar Die mij gezonden heeft, om te dopen met water, Die had mij gezegd: Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven, Deze is het, Die met den Heiligen Geest doopt.74 kende Hem niet; Namelijk eer Hij tot mij kwam om gedoopt te worden. Want toen Christus tot hem kwam, heeft hem God geopenbaard dat dit de persoon was, Matth. 3:14, en daarna is hij door dit teken in deze kennis meer bevestigd.75 met water, Die Grieks in; gelijk ook Joh. 1:31.76 doopt. Zie Matth. 3:11.Vers 34 En ik heb gezien, en heb getuigd, dat Deze de Zoon van God is.

De eerste discipelen 

Vers 35 Des anderen daags wederom stond Johannes, en twee uit zijn discipelen.77 anderen daags Namelijk zijnde de tweede, nadat Johannes de Farizeën had geantwoord.Vers 36 En ziende op Jezus, daar wandelende, zeide hij: Ziet, het Lam Gods!Vers 37 En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.78 hoorden hem dat Namelijk alzo dat zij het ook geloofden.Vers 38 En Jezus Zich omkerende, en ziende hen volgen, zeide tot hen: (1:39) Wat zoekt gij? En zij zeiden tot Hem: Rabbi! (hetwelk is te zeggen, overgezet zijnde, Meester) waar woont Gij?79 Meester) waar Of, leraar.80 woont Gij? Grieks verblijft; dat is, waar logeert of herbergt gij? Zie Joh. 1:40.Vers 39 (1:40) Hij zeide tot hen: Komt en ziet! Zij kwamen en zagen, waar Hij woonde, en bleven dien dag bij Hem. En het was omtrent de tiende ure.81 omtrent de tiende ure. Dat is, tegen den avond, omtrent twee uren vóór den ondergang der zon. Zie Joh. 11:9.Vers 40 (1:41) Andreas, de broeder van Simon Petrus, was een van de twee, die het van Johannes gehoord hadden, en Hem gevolgd waren.Vers 41 (1:42) Deze vond eerst zijn broeder Simon, en zeide tot hem: Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.82 zijn broeder Simon, Grieks zijn eigen.83 Christus. Dat is, Gezalfde; met welken naam de beloofde Zaligmaker genaamd werd in het Oude Testament, Ps. 2:2; Dan. 9:25,26; omdat Hij van God verordineerd is tot onzen enigen en oppersten profeet, koning en priester, waarvan de gezalfde profeten, koningen en priesters in het Oude Testament voorbeelden geweest zijn.Vers 42 (1:43) En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jonas; gij zult genaamd worden Cefas, hetwelk overgezet wordt Petrus.84 gij zult genaamd Wat hier beloofd wordt, is geschied, Luk. 6:14.85 Petrus. Dat is, steen, of steenrots. Zie Matth. 16:18.Vers 43 (1:44) Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galilea, en vond Filippus, en zeide tot hem: Volg Mij.86 anderen daags Dat is, den derden dag na het antwoord van Johannes op de bezending der Farizeën.Vers 44 (1:45) Filippus nu was van Bethsaida, uit de stad van Andreas en Petrus.87 Bethsaida, Van Bethsaïda, zie Matth. 11:21.88 Andreas en Petrus. Dat is, uit dezelfde stad van welke Andreas en Petrus waren.Vers 45 (1:46) Filippus vond Nathanaël en zeide tot hem: Wij hebben Dien gevonden, van Welken Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten, namelijk Jezus, den zoon van Jozef, van Nazareth.Vers 46 (1:47) En Nathanaël zeide tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds zijn? Filippus zeide van hem: Kom en zie.89 uit Nazareth Dat is, uit zulk een verachte plaats en die in Galilea gelegen was. Zie Joh. 7:41,42.90 zijn? Filippus Dat is, voortkomen.Vers 47 (1:48) Jezus zag Nathanaël tot Zich komen, en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in welken geen bedrog is.91 Israëliet, Dat is, een oprecht en ongeveinsd man, gelijk de rechte Israëlieten behoren te zijn.Vers 48 (1:49) Nathanaël zeide tot Hem: Van waar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer u Filippus riep, daar gij onder den vijgeboom waart, zag Ik u.Vers 49 (1:50) Nathanaël antwoordde en zeide tot Hem: Rabbi! Gij zijt de Zone Gods, Gij zijt de Koning Israëls.Vers 50 (1:51) Jezus antwoordde en zeide tot hem: Omdat Ik u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, zo gelooft gij; gij zult grotere dingen zien dan deze.92 Omdat Ik u Of, gelooft gij omdat Ik u gezegd heb: Ik zag u onder den vijgeboom?Vers 51 (1:52) En Hij zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Van nu aan zult gij den hemel zien geopend, en de engelen Gods opklimmende en nederdalende op den Zoon des mensen.93 de engelen Gods Namelijk om Hem, als hunnen Heere, ten dienste te staan; gelijk geschied was in Zijne geboorte, Luk. 2:9,13, en in de woestijn, Matth. 4:11, en daarna in Zijn lijden, Luk. 22:43, in Zijne opstanding, Luk. 24:4, en in Zijne hemelvaart, Hand. 1:10.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.