Job 42:1-9

Job bekent zijn schuld

Vers 1 Toen antwoordde Job den Heere, en zeide:Vers 2 Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen van Uw gedachten kan afgesneden worden.Vers 3 Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.Vers 4 Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.Vers 5 Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog.Vers 6 Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.Vers 7 Het geschiedde nu, nadat de Heere die woorden tot Job gesproken had, dat de Heere tot Elifaz, den Themaniet, zeide: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.Vers 8 Daarom neemt nu voor ulieden zeven varren en zeven rammen, en gaat henen tot Mijn knecht Job, en offert brandoffer voor ulieden, en laat Mijn knecht Job voor ulieden bidden; want zekerlijk, Ik zal zijn aangezicht aannemen, opdat Ik aan ulieden niet doe naar uw dwaasheid; want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.Vers 9 Toen gingen Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet, henen, en deden, gelijk als de Heere tot hen gesproken had; en de Heere nam het aangezicht van Job aan.

Lees heel Job 42

Advertentie

Online-Bijbel draait op steun van lezers. Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.