Voorzegging van het Messiaanse rijk
Vers 1 (8:23) Maar het land, dat beangstigd was, zal niet gans verduisterd worden; gelijk als Hij het in den eersten tijd verachtelijk gemaakt heeft, naar het land van Zebulon aan, en naar het land van Nafthali aan, alzo heeft Hij het in het laatste heerlijk gemaakt, naar den weg zeewaarts aan gelegen over de Jordaan, aan Galilea der heidenen.90 Maar het land, Hier beginnen sommigen het negende hoofdstuk. Immers begint hier de profeet het volk te troosten, nadat hij het in de naastvoorgaande verzen door zware dreigementen verschrikt had; alsof hij zeide: Alhoewel God de Heere zijn land, dat is het land van Israël, zwaarlijk heeft aangetast, toen Hij het eerst door Tiglath Pileser [2 Kon. 15:29] heeft laten bederven en daarna nog zwaarder het ganse land aan de zee, en hetgeen over de Jordaan ligt, ja ook Galilea, dat aan de grenzen der heidenen strekt, door Salmanasser gestraft heeft, zo zal Hij nochtans niet toelaten dat het in de uiterste duisternis en ellende blijft, maar het volk, dat in duisternis zit, of wandelt, zal ten tijde van Christus heerlijk gemaakt worden, gelijk hier in het algemeen gezegd wordt, en daarna bijzonderlijk in Jes. 9.91 Hij het Te weten God de Heere.92 Zebulon aan, Versta hier door het land Zebulon en Nafthali het land der tien stammen, die de profeet hier noemt, omdat de verlossing eerst in dezelve begonnen is, te weten, door de predikatie van Christus; Matth. 4:12,13,14,15.93 in het laatste Of, ten laatste, in de laatste tijden.94 zeewaarts Versta hier de Galilese zee, ander de zee Genezareth, of van Tiberias genoemd.95 over de Jordaan, Anders: aan deze zijde der Jordaan. Het Hebreeuwse woord betekent zo het een als het ander. Anders: omtrent de Jordaan.96 der heidenen. Aldus genoemd omdat die van Tyrus, Sidon en andere heidense natiën westwaarts en andere oostwaarts daaraan grensden. Anders: aan het volkrijke Galilea, hetwelk is Neder-Galilea, bij de zee Genezareth of van Tiberias gelegen, hetwelk volkrijk was, omdat het vruchtbaar was, gelijk te zien is Deut. 33:23. Zo van onder- en boven-Galilea, 1 Kon. 9:11, en Ezech. 47:8.Vers 2 (9:1) Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.1 volk, Te weten, het volk Gods, zo in Juda als in Israël.2 in duisternis wandelt, Dat is, onwetenschap, of in grote ellende.3 een groot Te weten, predikatie van het heilig Evangelie; Matth. 4:13,16, ten tijde der verschijning van Christus in het vlees, gelijk af te nemen is uit Jes. 9:5.4 in het land Dat is, in het land waar het schrikkelijk duister is; dat is, in zeer grote ellende; zie Job 3:5.5 een licht schijnen. Dat is, vreugde en blijdschap vanwege de zaligmakende kennis van God, hun oorsprong nemende uit de predikatie van het heilige Evangelie, zie Matth. 4:15. Zie ook Ps. 36:10.Vers 3 (9:2) Gij hebt dit volk vermenigvuldigd, maar Gij hebt de blijdschap niet groot gemaakt; zij zullen nochtans blijde wezen voor Uw aangezicht, gelijk men zich verblijdt in den oogst, gelijk men verheugd is, wanneer men de buit uitdeelt.6 Gij hebt Dit wordt gesproken tot God, aangaande het volk der Joden of Israëlieten.7 maar Anders: en Gij hebt hun de blijdschap groot gemaakt, of: hebt Gij niet de blijdschap groot gemaakt? Naar de eerste overzetting is dit de zin: De Israëlieten hebben zich wel meermalen verblijd vanwege de treffelijke weldaden en verlossingen, die zij van uwe hand, o Heere, verkregen hebben, maar dat alles is klein ten aanzien van de overgrote, zo lichamelijke als geestelijke weldaden, die zij van U, Heere God, nog verwachtende zijn. Naar de andere overzetting is dit de zin: Heere, Gij hebt de blijdschap des volks groot gemaakt [sprekende van den stand der kerk van het Nieuwe Testament] doordien zij [bestaande uit Israëlieten en heidenen] met elkander eenparig U zullen loven vanwege de grote weldaden, hun in Christus bewezen.8 blijde wezen Te weten als zij U zullen danken voor uwe genade en weldaden; namelijk als zij Christus zullen horen prediken en zijne wonderwerken zien zullen.9 voor Uw aangezicht, Dit schijnt te betekenen de geestelijke blijdschap des harten, hetwelk alleen voor God openstaat. Of, voor uw aangezicht; dat is, voor U nederbukkende, als zij U komen dankzeggen.Vers 4 (9:3) Want het juk van hun last, en den stok hunner schouders, en den staf desgenen, die hen dreef, hebt Gij verbroken, gelijk ten dage der Midianieten;10 het juk Dat is, het juk, waarmede zij belast of bezwaard waren, en den stok, waarmede men hen op de schouders sloeg. Doch dit alles is te verstaan van een geestelijk juk des duivels en der zonde, van welke Christus zijn volk verlost. En deze geestelijke verlossing wordt hier vergeleken bij de lichamelijke, die ten tijde van Midian geschied is, Richt. 7:22; Jes. 10:26. Want gelijk Gideon de Midianieten door het geklank der bazuinen verstrooid en verslagen heeft, alzo zou Christus door de bazuin van het heilig Evangelie het rijk des duivels verstoren.11 desgenen, Of, desgenen, die daarmede dreef.Vers 5 (9:4) Toen de ganse strijd dergenen, die streden, met gedruis geschiedde, en de klederen in het bloed gewenteld en verbrand werden, tot een voedsel des vuurs.12 met gedruis Te weten, als die schrik over hen kwam en zij elkander ombrachten; Richt. 7:22. Anders: met verward gewoel.13 de klederen Anders, de mantels; te weten der Midianieten.14 in het bloed Anders: in het vergoten bloed; te weten der Midianieten.15 voedsel des vuurs. Hebreeuws, spijs.Vers 6 (9:5) Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;16 Want Hier geeft de profeet reden waarom hij gezegd heeft dat het volk, hetwelk in duisternis wandelde, Jes. 9:1, groter vreugde en blijdschap genieten zou dan het eertijds gedaan heeft, en waarom hunne lasten zouden verbroken worden, te weten omdat hun een kind zou geboren worden, hetwelk hun een eeuwige vreugde en zaligheid zou aanbrengen. Vergelijk onder Jes. 10:27.17 een Kind Te weten Jezus Christus, den vaderen van den aan beginne der wereld beloofd.18 is ons geboren, Dat is, zal ons in de volheid des tijds geboren worden. De profeet spreekt van de geboorte van Christus niet anders, dan of het alrede geschied ware vanwege de zekerheid dezer profetie. Zie Jes. 53,in de beschrijving van het lijden van Christus.19 een Zoon Te weten Jezus Christus, de Zoon van God; Ps. 2:7, en de Zoon van Maria; Jes. 7:14.20 ons Te weten het volk Gods; of [ons], dat is, tot onze zaligheid; Luk. 2:10,11.21 gegeven, Te weten van God; Joh. 4:10.22 de heerschappij Anders: op wiens schouders de heerschappij zal zijn; dat is, wien van den Vader alle heerschappij en inzonderheid der kerk, wordt opgelegd, en die dezelve met ernst aanneemt. Zie Matth. 28:18; Ef. 1:21,22.23 noemt Zijn naam Christus Jezus heet niet alleen alzo met den bloten naam, maar Hij is het ook inderdaad, en zijne kerk kent hem voorzulks.24 Wonderlijk, Christus is wonderlijk, zowel ten aanzien van zijn persoon, dewijl Hij God en mens is in één persoon, als ten aanzien zijner wonderlijke werken en daden.25 Raad, Of, raadsman, raadgever, raadsheer. Versta dit alzo, dat Christus alleen den raad en het voornemen van zijnen Vader weet en aan zijne kerk openbaart en mededeelt, Joh. 1:18, zoveel hun ter zaligheid te weten van node is, Hand. 20:27; Hij is het ook, die ons in allen angst en nood raad geeft en hulp doet.26 Sterke God, Die door de sterkte zijner Godheid den onverdragelijken last van den toorn Gods over de zonden van alle uitverkorenen aan zijne mensheid gedragen heeft, en door zijn eigen kracht van de doden is opgestaan, en de harten zijner uitverkorenen wederbaart ten eeuwigen leven; alsook door de sterkte zijner Godheid grote wonderen gedaan heeft, nog doet, en eindelijk alle doden opwekken zal.27 Vader der eeuwigheid, Dat is, die zelf van eeuwigheid is, en ons het eeuwige leven geeft.28 Vredevorst; Dat is, die ons met God verzoent. Zie Ef. 2:14, enz.