Lijden en verhoging van den Knecht des HEEREN
Vers 13 Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.44 Ziet, Hier beginnen sommigen Jes. 53.45 Mijn Dit spreekt God de Vader.46 Knecht Te weten Christus, gelijk boven Jes. 42:1.47 verstandelijk Of, gelukkiglijk, voorzichtiglijk, voorspoediglijk handelen; dat is, hij zal het ambt, hetwelk Ik hem opgelegd heb, wel en bekwamelijk verrichten.48 Hij zal Zie Filipp. 2:9.Vers 14 Gelijk als velen zich over u ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen;49 zich Of, over U zijn verbaasd geweest, of verbaasd zijn geworden.50 u ontzet hebben, O Jezus Christus.51 alzo Of, zo ijselijk zal zijn gelaat wezen; namelijk vanwege de kroning met de doornenkroon, de geseling en kruisiging, waarvan in Jes. 53:wijdlopiger zal gesproken worden, zie Filipp. 2:7. Het zijn de woorden Gods, sprekende in den derden persoon, met welke Hij reden geeft waarom zich velen over Christus zouden ontzetten. Sommigen houden het voor ingevoegde woorden van den profeet.52 Zijn gelaat, Of, zijn aangezicht; te weten van mijn knecht, Jezus Christus.Vers 15 Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan.53 Hij Te weten Christus.54 besprengen, Te weten met zijn vergoten bloed en uitzending der gaven van zijn Geest bij de predikatie van het heilig Evangelie en het gebruik der heilige sacramenten.55 over Hem toehouden; Of, voor Hem, of om Hem; dat is zijnenthalve; te weten als Hij door de predikatie van het heilig Evangelie in hunne tegenwoordigheid en in hunne koninkrijken zal verkondigd worden, en als zij zullen verstaan dat Hij een Koning van den gansen aardbodem is.56 denwelken Dat is, de heidenen, wien de geheimenis van het heilig Evangelie tevoren was verborgen geweest. Zie Rom. 15:21.57 het niet verkondigd was, Of, daarvan; gelijk de apostel Paulus het verklaart, Rom. 15:21.