Een zesvoudig wee
Vers 8 Wee dengenen, die huis aan huis trekken, akker aan akker brengen, totdat er geen plaats meer zij, en dat gijlieden alleen inwoners gemaakt wordt in het midden des lands!33 trekken, Of, doen strekken, of voegen; te weten onrechtvaardiglijk en met schade van hunnen naaste.34 geen plaats Te weten, waar de arme moge wonen, of akkeren.Vers 9 Voor mijn oren heeft de Heere der heirscharen gesproken: Zo niet vele huizen tot verwoesting zullen worden, de grote en de treffelijke zonder inwoner!35 Voor mijn oren Dat is, de Heere heeft het mij geopenbaard, of Hij heeft het gezegd dat ik het gehoord heb.36 Zo niet vele Dit is een wijze of manier van zweren. Zie Gen. 14:23. Anders: zekerlijk, of voorwaar vele huizen zullen, enz.37 de treffelijke Hebreeuws, de goede; dat is treffelijke, schone.38 zonder inwoner! Terwijl daar niemand zijn zal die ze bewoont.Vers 10 Ja, tien bunderen wijngaards zullen een enig bath geven, en een homer zaads zal een efa geven.39 Ja, tien God de Heere dreigt in Jes. 5:10 dat Hij, vanwege de gruwelijke zonden des volks, het land onvruchtbaar zou maken, alzo dat zij van het gezaaide en geplante het tiende deel niet inoogsten zouden.40 bunderen Een bunder is zoveel land als een paar ossen op één dag kan omploegen. Anders, tien juk ossen; dat is, zoveel land als tien juk ossen op een dag kunnen omploegen.41 een enig bath Bath en efa waren even groot, maar bath was een maat, waar men natte dingen mede mat, al wijn, olie, enz., en efa was een maat, waar men droge dingen mede mat, als koren, enz. Van bath zie 1 Kon. 7:26, en van efa Lev. 5:11.41 efa Bath en efa waren even groot, maar bath was een maat, waar men natte dingen mede mat, als wijn, olie, enz., en efa was een maat, waar men droge dingen mede mat, als koren, enz. Van bath zie 1 Kon. 7:26, en van efa Lev. 5:11.42 homer zaads Van homer, [anders, cor] zie de aantekening 1 Kon. 4:22, en Ezech. 45:11,14.43 geven. Hebreeuws, maken. Alsook in het voorgaande.Vers 11 Wee dengenen, die, zich vroeg opmakende in den morgenstond, sterken drank najagen, en vertoeven tot in de schemering, totdat de wijn hen heeft verhit!44 sterken drank Hebreeuws, Schechar; zie onder Jes. 5:22.45 vertoeven Of, houden zich op.46 de schemering, Het Hebreeuwse woord betekent zowel de morgenschemering als de avondschemering, gelijk Job 7:4; Spreuk. 7:9.Vers 12 En harpen en luiten, trommelen en pijpen, en wijn zijn in hun maaltijden; maar zij aanschouwen het werk des Heeren niet, en zij zien niet op het maaksel Zijner handen.47 zij aanschouwen Dat is, zij geven geen acht op het werk des Heeren, dat is op de gevankelijke wegvoering der tien stammen naar Assyrië, te weten door Salmanasser; 2 Kon. 17:6, en 2 Kon. 18:12; Amos 6:6. Anderen nemen het woord werk algemener in dezen zin: Zij zien niet op zijne gerichten, die Hij in het werk stellen zal, dat is, op de straffen, die hun zullen overkomen, welke zij wel behoorden voor te komen met berouw en hartelijk leedwezen.48 zij zien niet Dit verstaan sommigen van het aanschouwen der zon, maan, sterren, enz., die ons des Heeren macht en wijsheid voor ogen stellen, en die ons behoorden te verwekken om God te eren, te loven en te prijzen.Vers 13 Daarom zal mijn volk gevankelijk weggevoerd worden, omdat het geen wetenschap heeft; en deszelfs heerlijken zullen honger lijden, en hun menigte zal verdorren van dorst.49 zal mijn volk Hebreeuws, is mijn volk weggevoerd. Dit was wel te dezer tijd nog niet geschied; maar de profeten zijn gewoon te spreken van toekomstige dingen alsof zij alrede geschied en voltrokken waren, ten aanzien van de zekerheid der voorzeggingen Gods.50 gevankelijk Te weten, naar Babel.51 omdat Dat is, dewijl het des Heeren werk niet gekend noch in acht genomen heeft.52 en zijne heerlijken Hebreeuws, en zijne eer zullen mannen, of lieden des hongers zijn; dat is, de heerlijksten en voornaamsten onder het volk zullen honger lijden.53 hun menigte Dat is, het gemene volk, gelijk Jes. 5:14. Anders: en hun rijkdom zal verdorren van dorst, alzo ook Jes. 5:14.Vers 14 Daarom zal het graf zichzelf wijd opensperren, en zijn mond opendoen, zonder maat; opdat nederdale haar heerlijkheid, en haar menigte, met haar gedruis, en die in haar van vreugde opspringt.54 Daarom De profeet wil zeggen dat er velen zullen omkomen, hetzij door honger en kommer, of door het zwaard. Anders: het graf heeft zichzelf wijd opengesperd, en zo doorgaans.55 zich wijd opensperren, Hebreeuws, zijne ziel; dat is, zichzelven. Anders: zijnen lust; [namelijk, die het graf heeft om vele mensen in te slokken en te verteren] gelijk Ps. 27:12, en Ps. 41:3, en Ps. 105:22; Ezech. 16:27.56 zonder maat; Anders: boven gewoonte; zie de aantekening Richt. 11:39.57 nederdale Te weten in het graf.58 haar heerlijkheid, Te weten Jeruzalem, doch men kan hieronder het ganse Joodse volk verstaan.59 menigte, Dat is, het gemene volk, of hun rijkdom; gelijk boven Jes. 5:13.60 met haar gedruis, Te weten met die woeling, of het gedruis, hetwelk het heilloze gezin maakt in zijne brasserijen. Zie boven Jes. 5:11,12.61 die in haar Te weten, vrolijk zijnde in zijne brasserijen en wellusten binnen Jeruzalem, en voorts in het Joodse land.Vers 15 Dan zal de gemene man nedergebogen worden, en de aanzienlijke man zal vernederd worden, en de ogen der hovaardigen zullen vernederd worden.62 de gemene man, de aanzienlijke man Zie boven Jes. 2:9,11,17.63 zullen vernederd worden. Te weten nadat zij met honger, pest, het zwaard en de gevangenschap bezocht zullen wezen.Vers 16 Doch de Heere der heirscharen zal verhoogd worden door het recht; en God, die Heilige, zal geheiligd worden door gerechtigheid.64 door het recht; Te weten als Hij zichzelven zal betonen rechter te zijn, straffende de boosdoeners vanwege hunne zonden.65 zal geheiligd worden Dat is, God zal voor heilig erkend en geroemd worden, nadat Hij recht en gerechtigheid over de boze mensen zal geoefend hebben, straffende de boosdoeners en voorstaande degenen, die men met geweld is onderdrukkende.Vers 17 En de lammeren zullen weiden naar hun wijze, en de vreemdelingen zullen de woeste plaatsen der vetten eten.66 En Hier stelt nu de profeet ene vertroosting na de dreigementen, willende te kennen geven dat God zijn volk eindelijk zal redden.67 de lammeren Anders: schapen; dat is de vrome, onnozele armen, die tevoren van de rijke goddelozen verdrukt werden.68 zullen weiden Dat is, God de Heere zal hen in zulken algemenen nood onderhouden en van nooddruft verzorgen.69 naar hun wijze, Hebreeuws, naar hunne leiding; dat is, gelijk zij tevoren gewoon waren te doen.70 de vreemdelingen Versta hier ook de vrome armen, die een tijdlang van de rijke goddelozen als vreemdelingen zijn geacht geweest, of die van de goddelozen of tirannen alzo zijn gekweld geweest, dat zij huis en hof hebben moeten verlaten. Anders: en zij zullen de verwoeste plaatsen der vette vreemdelingen eten.71 zullen de woeste plaatsen Dat is, genieten of bezitten de woeste plaatsen der vetten; dat is de huizen en akker, die de rijken hebben moeten verlaten, daaruit verdreven en gevankelijk weggevoerd zijnde.72 vetten eten. Vetten voor rijke weelderige personen, wordt ook gebruikt Ps. 22:30; Jes. 10:16. Zij worden Amos 4:1 genoemd koeien van Basan.Vers 18 Wee dengenen, die de ongerechtigheid trekken met koorden der ijdelheid, en de zonde als met dikke wagenzelen!73 trekken Anders, [tot zich] trekken.74 met koorden Of, met zelen, of strikken, of banden der leugen. De zin is, die met schoonschijnende redenen, onder dezen of dien dekmantel, boosheid oefenen en als aanhalen en aanhouden, zichzelven inbeeldende dat het hun altijd wel zal gaan, en dat alles wat de profeten hun dreigen en prediken van de aanstaande straffen Gods, maar verbeelding is. Het is ene manier van spreken, genomen van degenen, die een schip of wagen met koorden aanhalen.Vers 19 Die daar zeggen: Dat Hij haaste, dat Hij Zijn werk bespoedige, opdat wij het zien; en laat naderen en komen den raadslag des Heiligen van Israël, dat wij het vernemen!75 zeggen: Te weten al spottende. Alsof zij zeiden: Men dreigt ons elke reis, maar daar volgt niets op. Is het God ernst, zo laat Hem spoeden, enz.; wij vragen naar uwe dreigementen niet, laat God vrij komen als Hij wil. Aldus bespottende de lankmoedigheid des Heeren; zie boven Jes. 5:12.76 Zijn werk Dat is, zijne straffen, waarmede gij ons zo dikwijls dreigt.77 den raadslag Of, den raad; dat is, hetgeen Hij in zijnen raad besloten heeft.78 des Heiligen Dat is, van God den Heere, die daar is die Heilige, die men schuldig is te eren en te vrezen. Zie boven Jes. 1:4.79 dat wij het Alsof zij zeiden: Gij, Jesaja en andere profeten, vervaart ons met ijdele dreigementen; doch God heeft tegen ons niets kwaads voor.80 vernemen! Of, wijs worden, of weten mogen.Vers 20 Wee dengenen, die het kwade goed heten, en het goede kwaad; die duisternis tot licht stellen, en het licht tot duisternis; die het bittere tot zoet stellen, en het zoete tot bitterheid!81 die het kwade Hebreeuws, die zeggen tot, of van het kwade goed, enz.; vergelijk boven Jes. 4:3. Dat is, die door hun arglistige redenen de onervarenen wijs maken dat het goede kwaad en het kwade goed is.82 die duisternis Dat is, die stoutelijk en onbeschaamdelijk durven zeggen dat de duisternis licht is en het licht duisternis.Vers 21 Wee dengenen, die in hun ogen wijs, en bij zichzelven verstandig zijn!83 in hun ogen Dat is, in hun eigen oordeel; alzo in het volgende. Hebreeuws, voor hun aangezicht; dat is, bij zichzelven.Vers 22 Wee dengenen, die helden zijn om wijn te drinken, en die kloeke mannen zijn om sterken drank te mengen!84 sterken drank Hebreeuws, Schechar. Enigen menen dat dit woord ook den wijn insluit en begrijpt. Anderen menen dat het allerlei sterken drank betekent, behalve den wijn. Zie de aantekening Lev. 10:9.85 te mengen! De Joden, alsook andere natiën in de oosterse landen, plachten eertijds, gelijk nu nog, hun wijn met water of specerijen te vermengen; maar het Hebreeuwse woord betekent hier zoveel als uitdrinken; want daar is gene kloekheid of dapperheid in het inschenken of vermengen van den wijn gelegen.Vers 23 Die den goddeloze rechtvaardigen om een geschenk, en de gerechtigheid der rechtvaardigen van dezelven afwenden.86 rechtvaardigen Dat is, recht geven daar hij onrecht heeft. Zie Num. 35:31; Deut. 25:1.87 afwenden. Mits hun onrecht gevende, alsof zij enige onrechtvaardige zaken voorhadden.Vers 24 Daarom, gelijk de tong des vuurs den stoppel verteert, en het kaf door de vlam verdaan wordt, alzo zal hun wortel als een uittering wezen; en hun bloem zal als stof opvaren; omdat zij verwerpen de wet des Heeren der heirscharen, en de rede des Heiligen van Israël versmaden.88 de tong Dat is, de vlam des vuurs, die enige gedaante der tong heeft; ook schijnt ze te lekken gelijk de tong doet.89 verteert, Hebreeuws, opeten, dat is verteert, verslindt.90 verdaan wordt, Hebreeuws, verslapt wordt, of afneemt, of verzwakt wordt.91 wortel Enigen verstaan hier door den wortel de ouders, door de bloemen de kinderen. Anderen menen dat hier in het algemeen te verstaan zij de nietigheid en verdwijning der goddelozen; alzo dat opvaren, opgaan [hetwelk in het Hebreeuws staat] hier betekent tenietgaan, verdwijnen, verzwinden, gelijk een opgaande rook.92 als een uittering Anders, als snot worden, dat is, hun wortel zal vervuilen en als snot worden; want de vervuilende wortelen worden als witte snot.93 bloem Of, bot, knop.Vers 25 Daarom is de toorn des Heeren ontstoken tegen Zijn volk, en Hij heeft tegen hetzelve Zijn hand uitgestrekt, en Hij heeft het geslagen, zodat de bergen hebben gebeefd, en hun dode lichamen zijn geworden als drek in het midden der straten. Om dit alles keert zich Zijn toorn niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.94 uitgestrekt, Te weten om hetzelve te slaan. Zie boven Jes. 1:5.95 de bergen Dit is een overtollige manier van spreken, hyperbole in de scholen genoemd. Het is een voorzegging van de aanstaande verwoesting van het Joodse volk.96 hun dode lichamen Te weten die van de vijanden verslagen zijn.97 zijn geworden Of, zijn verscheurd, of verdelgd, in het midden der straten.98 Om dit Of, met dit al. Alsof hij zeide: Al is het dat de Heere zijn volk zo zwaarlijk gestraft heeft, gelijk straks verhaald is, en mocht schijnen derhalve met hetzelve verzoend te wezen; nochtans blijft Hij nog evenwel op hetzelve vertoornd; aangezien het zich tot God niet keert; alzo onder Jes. 9:11,12.99 uitgestrekt. Om verder te slaan; zie Lev. 26:14,15, enz.Vers 26 Want Hij zal een banier opwerpen onder de heidenen van verre, en Hij zal hen herwaarts sissen van het einde der aarde; en ziet, haastelijk, snellijk zullen zij aankomen.100 Want Hij Hier verhaalt nu de profeet verder hetgeen hij op het einde van Jes. 5:25 begonnen heeft te zeggen, te weten dat de hand des Heeren verheven is.101 een banier Dat is, een leger van vijanden.102 opwerpen Dat is, Hij zal hun een teken geven, dat zij komen en het Joodse volk overvallen. Of, Hij zal de Chaldeën, Babyloniërs, Assyriërs [die hier onder den naam van heidenen te verstaan zijn] door zijn heimelijke en rechtvaardige regering aanlokken en tegen de Joden opmaken.103 onder de heidenen Of, onder de heidenen, die verre zijn; dat is, die van verre komen zullen.104 sissen Of, schuifelen, sijfelen, fluiten. Anders: Hij zal hen tot hem sissen. De zin is: Dat het God den Heer zeer licht is een groot heir op de been te brengen tot uitvoering van zijne oordelen over degenen, die Hij straffen wil. Zie dergelijke manier van spreken Jes. 7:18; Zach. 10:8.105 ziet Dit ziet op hetgeen boven Jes. 5:19 staat. Alsof hij hier zeide: Gijlieden bespot mijne dreigementen, zeggende: Dat Hij haaste, dat Hij zijn werk bespoedige, enz. Zie nu zal Hij haasten, teweegbrengende dat haastelijk, snellijk, de vijand komen zal om u te verdelgen.106 zullen zij aankomen. Hebreeuws, zal zij komen, te weten de banier met het volk daaronder behorende. Anders, hij, te weten de koning van Babel met zijn leger. Anders, het, te weten het volk.Vers 27 Geen moede, en geen struikelende zal onder hen wezen; niemand zal sluimeren noch slapen, noch de gordel zijner lendenen ontbonden worden, noch de schoenriem zijner schoenen afgescheurd worden.107 Geen moede, Hij wil zeggen: Dat er niemand in dat leger, of onder dat krijgsvolk, moede zal worden in het marcheren op die lange reis; aldus te kennen gevende de gewillige gehoorzaamheid der volkeren, die God tewerk stellen zou.108 niemand Zij zullen altegaar wakker en in hunne aanslagen voorzichtig zijn.109 noch de gordel Dat is, zij zullen steeds vaardig zijn om te strijden, staande gewapend tot aller ure.Vers 28 Welker pijlen scherp zullen zijn, en al hun bogen gespannen; hunner paarden hoeven zullen als een rots geacht zijn, en hun raderen als een wervelwind.110 Welker pijlen Hebreeuws, welker, te weten volks, namelijk dat in het leger zijn zal. Alzo wordt in het volgende het getal van een gesteld voor het getal van velen. De profeet wil zeggen dat het volk, hetwelk God gebruiken zal om strafoefening te doen, welgewapend en toegerust zal wezen.111 gespannen; Hebreeuws, getreden; omdat men den voet op en kruisboog zet als men hem spant. Zie Ps. 7:13.112 hoeven Hebreeuws, klauwen.113 een rots Te weten zo scherp en zo hard als een kei of rotssteen, zodat zij van lopen en rennen niet verslijten zullen. Het tegendeel is geschied Richt. 5:22.114 hunne raderen Dat is, hunne wagens zullen zeer snellijk aankomen.Vers 29 Hun gebrul zal zijn als van een ouden leeuw, en zij zullen brullen als de jonge leeuwen, en zij zullen briesen, en den roof aangrijpen en wegvoeren; en er zal geen verlosser zijn.115 Hun gebrul Met deze woorden beschrijft de profeet de wreedheid van het volk, hetwelk de Heere tegen de Joden zou zenden om hen te vernielen.116 ouden leeuw, Of, fellen, of gruwelijken leeuw.117 den roof Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een dier, hetwelk met de tanden en klauwen van een ander dier verscheurd is.Vers 30 En zij zullen tegen hetzelve te dien dage bruisen, als het bruisen der zee. Dan zal men de aarde aanzien, maar ziet, er zal duisternis en benauwdheid zijn, en het licht zal verduisterd worden in hun verwoestingen.118 zij zullen Te weten die vreemde natiën, de Chaldeën en anderen.119 tegen hetzelve Te weten tegen het Joodse volk, dat zo jammerlijk zal mishandeld wezen.120 Dan zal men Dit is ene gelijkenis, genomen van degenen, die in storm en onweder op zee in groot gevaar van hun leven zijnde, van verre het land aanzien, wensende dat zij ergens konden aanvaren en aanlanden. Zij zien ook dikwijls opwaarts ten hemel of het weder niet opklaart; alzo zullen die van Jeruzalem, als zij van hunne vijanden aangevallen worden, rondom zich zien of er nergens gene hulp voor hen te vinden is, maar tevergeefs, zij zullen gene vinden.121 daar zal duisternis Anders: daar is duisternis der benauwdheid. De zin is, daar zal gene hoop voorhanden zijn; wat gemeenlijk vreugde pleegt aan te brengen, dat zal hun angst aanbrengen.122 in hare verwoestingen. Anders, in, of, aan, of onder hunnen hemel; dat is, aan den hemel, waaronder het land van Judea gelegen is. Van duisternis, zie Gen. 15:12; van het licht, Job 18:5; van beiden, Job 30:26.