Advertentie

Jesaja 43

28 verzen · 85 kanttekeningen · Statenvertaling

God verlost Zijn volk, zoals Hij beloofd heeft

Vers 1 Maar nu, alzo zegt de Heere, uw Schepper, o Jakob! en uw Formeerder, o Israël! vrees niet, want Ik heb u verlost; Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn.1 uw Schepper, Dat is, die u geschapen, tot zijn volk gemaakt en wedergeboren heeft door zijn Heiligen Geest, u roepende tot zijne kennis, naar zijn welgevallen, opdat gij Hem zoudt zijn een uitverkoren volk, geëigend tot zijne eer; zie Ef. 2:10.2 o Jakob!, Israël! O gij mijn uitverkoren volk van Israël.4 vrees niet, Ofschoon gij een tijdlang in de Babylonische gevangenschap en in het land uwer vijanden zult moeten zijn.5 Ik heb u verlost; Te weten uit het geweld des duivels, namelijk door Christus; en Ik zal u verlossen uit de Babylonische gevangenschap.Vers 2 Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken.6 Wanneer gij Dat is, als gij in nood en gevaar zijt, zo zal Ik u verlossen, en Ik zal altijd uw beschutter en beschermer zijn; zie de aantekening 2 Sam. 22:17.7 door het vuur Te weten het vuur der tegenheden en der plagen; gelijk Job 15:30.Vers 3 Want Ik ben de Heere, uw God, de Heilige Israëls, uw Heiland; Ik heb Egypte, Morenland en Seba gegeven tot uw losgeld in uw plaats.8 de Heilige Israëls, Dat is, die heilige God, dien de Israëlieten, als hun God, heiliglijk behoorden te eren en te dienen.9 Egypte, De zin is: Ik heb u verschoond, en Ik heb de Moren gelijk de Egyptenaars [als tot uw losgeld] overgegeven en laten onderdrukken; zie boven Jes. 20:4,5.10 Seba Dat is, de Sabeërs, die van Seba afkomstig zijn; zie Gen. 10:7.11 tot uw losgeld Of, tot uw rantsoen; zie Spreuk. 21:18.12 in uw plaats. Of, voor u; zie Spreuk. 11:8, en de aantekening aldaar.Vers 4 Van toen af, dat gij kostelijk zijt geweest in Mijn ogen, zijt gij verheerlijkt geweest, en Ik heb u liefgehad; daarom heb Ik mensen in uw plaats gegeven, en volken in plaats van uw ziel.13 Van toen af, Te weten van dien tijd af, toen Ik u uit Egypte gevoerd heb.14 dat gij kostelijk Dat is, dat gij mijn lief eigendom geworden zijt. Zie Exod. 19:5.15 Ik heb u liefgehad; Ik heb u mijne liefde bewezen door vele en menigerlei weldaden.16 mensen Te weten de Egyptenaars, Moren en Sabeërs, Jes. 43:3.17 in plaats Dat is, voor uw leven.Vers 5 Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van den opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van den ondergang.18 uw zaad Dat is, uwe nakomelingen, te weten in het geloof, die Ik tot de gemeenschap mijner kerk roepen zal.19 van den opgang Dat is, Ik zal mij ene gemeente verzamelen uit alle gewesten des aardbodems.19 van den ondergang. Dat is, Ik zal mij ene gemeente verzamelen uit alle gewesten des aardbodems.20 brengen, Niet alleen naar het vlees uit de Babylonische gevangenschap, maar ook naar den geest en uit de helse gevangenschap.Vers 6 Ik zal zeggen tot het noorden: Geef; en tot het zuiden: Houd niet terug; breng Mijn zonen van verre, en Mijn dochters van het einde der aarde;21 zonen Dat is, de gelovigen.Vers 7 Een ieder, die naar Mijn Naam genoemd is, en dien Ik geschapen heb tot Mijn eer, dien Ik geformeerd heb, dien Ik ook gemaakt heb.22 Een ieder, Dat is, alle kinderen Gods, want de kinderen dragen den naam huns vaders.23 dien Ik Gelijk boven Jes. 43:1.24 gemaakt heb. Of dien Ik heerlijk en voortreffelijk gemaakt heb; zie de aantekening Ps. 100:3.Vers 8 Breng voort het blinde volk, hetwelk ogen heeft, en de doven, die oren hebben.25 het blinde volk, Dat is, het volk, dat van nature blind is en niet ziet in goddelijke zaken.26 ogen heeft, Te weten vleselijke of lichamelijke, maar geen geestelijke ogen, die door den Heiligen Geest verlicht zijn.27 de doven, Te weten die van nature het woord en den wil Gods niet horen of verstaan.28 oren hebben. Te weten lichamelijke oren, maar geen geestelijke oren.Vers 9 Laat al de heidenen samen vergaderd worden, en laat de volken verzameld worden; wie onder hen zal dit verkondigen? Of laat hen ons doen horen de vorige dingen, laat hen hun getuigen voortbrengen, opdat zij gerechtvaardigd worden, en men het hore en zegge: Het is de waarheid.29 Laat al de heidenen Dit zijn de woorden des Heeren.30 wie onder hen Wat god is er onder hen en onder al degenen, die de afgoden aanhangen, die enz.?31 zal dit verkondigen? Te weten hetgeen Ik ulieden voorzeg van de verlossing uit de Babylonische gevangenschap, en voorts van de geestelijke verlossing door Christus.32 laat hen ons Te weten de afgoden der heidenen.33 de vorige dingen, Dat is, wat er voorbijgegaan is. Veel minder kunnen zij voorzeggen wat er nog geschieden zal. Zie boven Jes. 41:22. De Heere bewijst met deze woorden dat Hij alleen de ware God is.34 laat hen hun getuigen Te weten om aan te wijzen en te betuigen, dat zij toekomende dingen voorzegd hebben.35 opdat zij Dat is, opdat het blijke dat zij met der waarheid zich voor goden uitgeven.36 Het is de waarheid. Te weten dat zij goden zijn.Vers 10 Gijlieden zijt Mijn getuigen, spreekt de Heere, en Mijn knecht, dien Ik uitverkoren heb; opdat gij het weet, en Mij gelooft, en verstaat, dat Ik Dezelve ben, dat voor Mij geen God geformeerd is, en na Mij geen zijn zal.37 Mijn getuigen, Om te betuigen dat Ik een waarachtig God ben, overmits Ik zulke dingen gedaan en voorzegd heb, die gene afgoden kunnen doen of voorzeggen.38 Mijn knecht, Te weten de profeet Jesaja en andere profeten, die zulks uit mijnen mond tevoren hebben verkondigd. Enigen verstaan hier door dezen knecht Jezus Christus, gelijk boven Jes. 42:1.39 dat voor Mij De zin is: Ik alleen ben de enige en eeuwige ware God.40 geformeerd is, Versta hierbij, gelijk de afgoden, die van mensenhanden geformeerd zijn, niet van of uit zichzelven bestaande, gelijk Ik de ware God van eeuwigheid besta.Vers 11 Ik, Ik ben de Heere, en er is geen Heiland behalve Mij.41 Ik ben de HEERE, Te weten de ware en van zichzelven eeuwig bestaande God. Zie boven, Jes. 41:4; Gen. 2:4.Vers 12 Ik heb verkondigd, en Ik heb verlost, en Ik heb het doen horen, en geen vreemd god was onder ulieden; en gij zijt Mijn getuigen, spreekt de Heere, dat Ik God ben.42 Ik heb verkondigd, Te weten mijn volk, dat Ik het zou helpen.43 geen vreemd Te weten heeft het verkondigd, noch gedaan, dat Ik ulieden heb verkondigd en dat Ik onder ulieden gedaan heb.Vers 13 Ook eer de dag was, ben Ik, en er is niemand, die uit Mijn hand redden kan; Ik zal werken, en wie zal het keren?44 eer de dag was, Dat is, vóór dien tijd, eer de eerste dag geworden is, dat is, vóór het begin der wereld aan.45 keren? Of, afwenden; dat is, wie zal mij verhinderen te doen hetgeen Ik te doen eens besloten en mij voorgenomen heb; Job 9:12, en Jes. 14:27.Vers 14 Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Om ulieder wil heb Ik naar Babel gezonden, en heb hen allen vluchtig doen nederdalen, te weten de Chaldeën, in de schepen, op welke zij juichten.46 heb Ik Dat is, Ik zal zekerlijk zenden. De profeten spreken dikwijls van hetgeen nog geschieden zal alsof het alreeds geschied ware.47 naar Babel Te weten Cyrus, met de Perzen en Meden. Dezen heeft God daarom naar Babel gezonden, en heeft die stad laten verdelgen, opdat de Joden uit de Babylonische gevangenschap zouden verlost worden.48 allen vluchtig Anders: grendelen; dat is, de macht der Chaldeën, die de Joden als met deuren en grendels besloten en vasthielden.49 in de schepen, Hebreeuws, in de schepen van hun gejuich, of geschrei. Aldus noemt hij die grote en voortreffelijke schepen der Chaldeën, met welke zij den Eufraat, Tiger en andere rivieren bezeilden en bedwongen; doch daarna in en met dezelve moesten vluchten voor de Perzen en Meden, zonder twijfel met geschrei of geween.Vers 15 Ik ben de Heere, uw Heilige; de Schepper van Israël, ulieder Koning.50 de Schepper Gelijk Jes. 43:1.Vers 16 Alzo zegt de Heere, Die in de zee een weg, en in de sterke wateren een pad maakte;51 zee Zie Exod. 14.52 de sterke Versta, de Rode zee en de Jordaan. Zie Exod. 14; Joz. 3.53 maakte; Hebreeuws, gaf.Vers 17 Die wagenen en paarden, heir en macht voortbracht; te zamen zijn zij nedergelegen, zij zullen niet weder opstaan, zij zijn uitgeblust, gelijk een vlaswiek zijn zij uitgegaan.54 Die wagenen Dit schijnt te zien op den optocht van Farao tegen Israël naar het Rode meer. Anders: die, enz. voortbrengt. Duidende dit op God, door wiens macht allen, die zich stellen tegen de verlossing, welke het Hem believen zal zijn volk te bewijzen, zullen tezamen te schande en ten verderve gebracht worden.55 voortbracht; Die door zijn goddelijke voorzienigheid Farao en de Egyptenaars daartoe gebracht heeft, dat zij met hunne wagens en paarden tot in de Rode zee de Israëlieten zijn nagevolgd, alwaar zij tezamen zijn verdronken en omgekomen. Zie Exod. 14:3,4, enz.56 zij nedergelegen, Te weten de Egyptenaars. Anders: zij zullen nederliggen; te weten de Chaldeën en Babyloniërs.57 niet weder Te weten hier in dit tijdelijke leven.58 een vlaswiek Vergelijk boven Jes. 42:3.Vers 18 Gedenkt der vorige dingen niet, en overlegt de oude dingen niet.59 Gedenkt Hij wil zeggen dat de verlossing door Christus, die door de verlossing uit de Babylonische gevangenschap werd afgebeeld, zo heerlijk en voortreffelijk zal zijn, dat de verlossing der Israëlieten uit Egypte, die eertijds geschied is, bij dezelve niet zou te vergelijken zijn. Zie Jer. 16:14, enz., en Jer. 23:7.Vers 19 Ziet, Ik zal wat nieuws maken, nu zal het uitspruiten, zult gijlieden dat niet weten? Ja, Ik zal in de woestijn een weg leggen, en rivieren in de wildernis.60 wat nieuws maken, Dat is, wat voortreffelijks, iets dat tevoren nimmer is gehoord of gezien geweest.61 nu zal het Dat is, in korteren tijd.62 uitspruiten, Dat is, in het werk gesteld worden; ene manier van spreken, genomen van de kruiden en bloemen, die uit de aarde spruiten.63 zult gijlieden Dat is, zekerlijk, gijlieden zult dit weten.64 Ik zal in de woestijn De zin is: Ik zal mijne kerk wonderbaar verlossen en bewaren, gelijk Ik eertijds mijn volk wonderbaar door de woestijn heb gevoerd en uit een steenrots water heb gegeven; Exod. 17:6.Vers 20 Het gedierte des velds zal Mij eren, de draken en de jonge struisen; want Ik zal in de woestijn wateren geven, en rivieren in de wildernis, om Mijn volk, Mijn uitverkorenen drinken te geven.65 Het gedierte Hij wil zeggen: Alle creaturen, zelfs de onvernuftige dieren, zullen mij, elk op zijne wijze, deshalve roemen en prijzen. Het is een oneigen en verbloemde manier van spreken, daartoe dienende om aan te wijzen de overgrote genade, die God zijnen uitverkorenen in Christus bewijzen zou.66 de jonge struisen; Gelijk Jes. 13:21.Vers 21 Dit volk heb Ik Mij geformeerd, zij zullen Mijn lof vertellen.Vers 22 Doch gij hebt Mij niet aangeroepen, o Jakob! als gij u tegen Mij vermoeid hebt, o Israël!67 gij hebt Mij De Heere wil zeggen dat zij het met hunne vroomheid niet verdiend hadden dat Hij hen verlossen zou, want dat zij hem naar behoren niet gediend hadden. Alsof Hij zeide: Het heeft tot mijne eer en tot mijn dienst niet gestrekt, dat gij zoveel moeite gedaan hebt, met zoveel offeranden te slachten, onderhoudende zeer nauw de ceremoniën der wet; zoveel het uiterlijke aangaat hebt gij dit gedaan om de sleur te houden, zonder geloof, en dienvolgens tegen mij, dat is, met overtredingen tegen mij en tot mijn verdriet; zie Jes. 43:24. Anders: om mijnentwil; zie 1 Sam. 15:22; Jes. 1:11.68 als gij u Of, maar gij zijt mijner moeder geweest.Vers 23 Mij hebt gij niet gebracht het kleine vee uwer brandofferen, en met uw slachtofferen hebt gij Mij niet geëerd; Ik heb u Mij niet doen dienen met spijsoffer, en Ik heb u niet vermoeid met wierook.69 Mij hebt gij Te weten als gij vele offeranden hebt geslacht, en alzo scheent mij te dienen, aangezien het zonder geloof en boetvaardigheid des harten geschied is.70 het kleine vee Te weten schapen en geiten.71 spijsoffer, Hebreeuws, mincha; zie Lev. 2.72 met wierook. Dat is, met veel offerens van u te eisen, zie Jes. 1:11; bij de offeranden placht men wierook te gebruiken; zie Lev. 2.Vers 24 Mij hebt gij geen kalmus voor geld gekocht, en met het vette uwer slachtoffers hebt gij Mij niet gedrenkt; maar gij hebt Mij arbeid gemaakt, met uw zonden, gij hebt Mij vermoeid met uw ongerechtigheden.73 kalmus Dit gebruikte men in het reukwerk; zie Jer. 6:20.74 gedrenkt; Of, bevochtigd, dronken gemaakt; dat is, met vreugde en genoegen verheugd en vervuld; gelijk Spreuk. 5:19; Jer. 31:14.75 arbeid Of, moeite gemaakt. Hebreeuws, doen dienen; dat is, gij zijt mij lastig geweest. Zie Jes. 1:14.76 met uw zonden, Dat is, met uwe huichelarij, met onderdrukkingen van uwen naaste, enz., vergelijk Jes. 1:15, enz.Vers 25 Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg, om Mijnentwil, en Ik gedenk uwer zonden niet.77 uw overtredingen Vergelijk Ps. 51:3.78 om Mijnentwil, Niet om uwer verdiensten wil, maar om mijner eer wil, opdat Ik worde bekend te zijn een barmhartig en getrouw God.Vers 26 Maakt Mij indachtig, laat ons te zamen richten, vertelt gij uw redenen, opdat gij moogt gerechtvaardigd worden.79 Maakt Mij Of, doe mij gedenken; te weten indien gij meent dat het zo niet is, maar meen dat gij het met mij wèl gemaakt hebt; is dit uwe mening, zo breng mij in den zin uwe goede werken, die gij meent dat Ik vergeten heb. Maar men zal bevinden dat gij arme zondaars zijt, gelijk uwe voorvaders van den beginne geweest zijn.80 gerechtvaardigd Te weten indien gij de rechtzaak tegen mij wint.Vers 27 Uw eerste vader heeft gezondigd, en uw uitleggers hebben tegen Mij overtreden.81 Uw eerste vader Te weten Adam, van wien ulieden de zonde is aangeërfd.82 uw uitleggers Versta, de priester, die verordineerd waren om offeranden te doen, voor het volk te bidden en het volk uit de wet te onderwijzen. Anders: uwe middelaars; dat is, degenen, die als tusschensprekers tussen mij en ulieden zich stellen, om mij met ulieden te verzoenen, gelijk eertijds zijn geweest Mozes en Aäron, de hogepriesters, en andere priesters en Levieten.Vers 28 Daarom zal Ik de oversten des heiligdoms ontheiligen, en Jakob ten ban overgeven, en Israël tot beschimpingen.83 zal Ik Of, mocht Ik wel; te weten als Ik met ulieden en met hen zou handelen naar verdiensten, en niet naar mijne goedertierenheid.84 de oversten Dat is, de priesters. Zie Jer. 35:4.85 Jakob, Israël Dat is, de Joden, of het volk van Israël.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.