God alleen is de Machtige
Vers 12 Wie heeft de wateren met Zijn vuist gemeten, en van de hemelen met de span de maat genomen, en heeft met een drieling het stof der aarde begrepen, en de bergen gewogen in een waag, en de heuvelen in een weegschaal?49 Wie heeft Alsof hij zeide: Heeft het niet Jezus Christus, als een almachtig God, gedaan? wiens macht, wijsheid en majesteit oneindelijk en onbegrijpelijk zijn.50 met Zijn vuist Of, met zijn holle hand.51 een drieling Zie de aantekening Ps. 80:6.Vers 13 Wie heeft den Geest des Heeren bestierd, en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen?52 den Geest Vergelijk Rom. 11:34, en 1 Cor. 2:16.53 bestierd, Of, afgemeten, of afgewogen; dat is volkomenlijk gekend.54 onderwezen? Of, geleerd. Hebreeuws, kennis gegeven, of wetende gemaakt.Vers 14 Met wien heeft Hij raad gehouden, die Hem verstand zou geven, en Hem zou leren van het pad des rechts, en Hem wetenschap zou leren, en Hem zou bekend maken den weg des veelvoudigen verstands?55 Met wien Alsof hij zeide: Wie durft zich beroemen dat hij den Heere heeft gewezen den weg, dien Hij ingaan en houden moet om zijne schepselen wijs en rechtvaardig te regeren?56 die Hem verstand Of, die hem verstandig zou maken.57 veelvoudigen Hebreeuws, der verstandigheden.Vers 15 Ziet, de volken zijn geacht als een druppel van een emmer, en als een stofje van de weegschaal; ziet, Hij werpt de eilanden henen als dun stof!58 zijn geacht Te weten van den Heere, en bij Hem vergeleken zijnde.59 als een druppel Te weten als een druppel, die aan een emmer vol water blijft hangen, of als een dropje water, dat in een emmer blijft nadat er het water uitgegoten is.60 van de weegschaal; Dat is, dat in de weegschaal blijft, te weten als men poeder of gestoten kruid of iets dergelijks daarin gewogen heeft.61 werpt Of, Hij licht, of heft op; te weten om weg te werpen.Vers 16 En de Libanon is niet genoegzaam om te branden, en zijn gedierte is niet genoegzaam ten brandoffer.62 de Libanon Dat is, de bomen van den Libanon.63 is niet genoegzaam Dat is, zou niet genoeg hout kunnen leveren, te weten als men den Heere naar zijne waardigheid en hoogheid zou vereren met genoegzame menigte van brandoffers.64 om te branden, Anders: om [het brandoffer] te verbranden.65 zijn gedierte Te weten van den Libanon, dat is, de dieren, die op den berg Libanon weiden.Vers 17 Alle volken zijn als niets voor Hem; en zij worden bij Hem geacht minder dan niet, en ijdelheid.66 zijn als niets Te weten vergeleken zijnde bij den groten en almogenden God; Dan. 4:35.67 ijdelheid. Of, woest; zie de aantekening Gen. 1:2.Vers 18 Bij wien dan zult gij God vergelijken, of wat gelijkenis zult gij op Hem toepassen?68 dan zult gij Te weten, dewijl Hij zulk een groot en machtig God is, en zo vol van majesteit.Vers 19 De werkmeester giet een beeld, en de goudsmid overtrekt het met goud, en giet er zilveren ketenen toe.69 De werkmeester Het Hebreeuwse woord betekent een handwerksman in het koper, of in het ijzer, of in het hout; hier betekent het een kopergieter; want daar volgt straks dat het de goudsmid verguldt; Jes. 40:20 betekent het een timmerman of beeldsnijder.70 een beeld, Het Hebreeuwse woord betekent wel eigenlijk een gesneden of gegraveerd beeld, maar hier wordt het genomen voor een gegoten beeld.71 de goudsmid Eigenlijk betekent het Hebreeuwse woord een gieter of smelter.72 overtrekt Hebreeuws, rekt, of spant het uit. Gen. 1:6 is hetzelfde Hebreeuwse woord. De zin is hier: De goudsmid spreidt het goud eerst uit, te weten als hij het in dunne platen of bladen slaat; daarna overtrekt hij het beeld daarmede.73 giet Hebreeuws, hij giet, of smelt zilveren ketenen; te weten om het beeld daaraan vast te maken, dat het niet afvalle; of om hetzelve daarmede te versieren.Vers 20 Die verarmd is, dat hij niet te offeren heeft, die kiest een hout uit, dat niet verrotte; hij zoekt zich een wijzen werkmeester, om een beeld te bereiden, dat niet wankele.74 dat hij niet Dat is, dat hij geen koper heeft, hetwelk hij den kopergieter brenge, noch goud, noch zilver, dat hij den goudsmid brenge. De zin is: die zo arm is, dat hij niet veel missen kan om een kostelijk beeld te laten maken. Anderen: die arm is, die kiest ter offerande een hout uit, dat niet verrot. Anderen: is in een gevaar; een offerande, te weten belooft hij, hoe betaalt hij die? Hij kiest een hout uit, dat niet verrot, en dat offert hij in de plaats van goud of zilver.75 dat niet wankele. Of, dat zich niet kan bewegen, of dat niet bewogen wordt.Vers 21 Weet gijlieden niet? Hoort gij niet? Is het u van den beginne aan niet bekend gemaakt! Hebt gij op de grondvesten der aarde niet gelet?76 Weet gijlieden niet? Alsof hij zeide: Gij volk van Israël, aan wien zich God van den beginne heeft geopenbaard en zijne wet gegeven heeft, zoudt gijlieden niet weten of verstaan dat de beelden niet dan ijdelheid zijn, en dat God niet kan en mag afgebeeld worden, en dat er geen andere God is dan de enige, eeuwige, ware God, die alles geschapen heeft en nog onderhoudt, bestuurt en door zijne wijsheid regeert?77 van den beginne Hebreeuws, van het hoofd; dat is, van dien tijd af, dat het fondament der aarde gelegd was. Sommigen nemen ook het volgende aldus: En hebt gij het van de grondvesten der aarde af niet verstaan?Vers 22 Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen;78 Hij is het, Te weten God.79 als sprinkhanen; Te weten met God vergeleken zijnde. Zie deze gelijkenis ook Num. 13:33.80 breidt Te weten de hemelen. Zie Ps. 104:2.Vers 23 Die de vorsten te niet maakt; de richters der aarde maakt Hij tot ijdelheid.81 maakt; Hebreeuws, geeft; vergelijk Ps. 2:9.82 maakt Hij Dat is, Hij maakt dat zij als niets voor Hem zijn; of dat zij haast vergaan en teniet komen.Vers 24 Ja, zij worden niet geplant, ja, zij worden niet gezaaid, ja, hun afgehouwen stam wortelt niet in de aarde; ook als Hij op hen blazen zal, zo zullen zij verdorren, en een stormwind zal hen als een stoppel wegnemen.83 zij Te weten die heersers en rechters der aarde.84 worden niet geplant, Kunnen of zullen niet zijn of bestaan, indien het God gelieven zal zijne macht aan hen te betonen.85 als een stoppel Dat is, alsof zij stoppelen waren.Vers 25 Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige.86 de Heilige? Te weten God.Vers 26 Heft uw ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet een gemist.87 deze dingen Te weten die dingen, die in de hoogte zijn, als de hemel en al wat daarin en daaraan is.88 hun heir Dat is, de sterren, die Hij elk in haar orde gesteld heeft en als een heirleger elk op hare beurt doet tevoorschijn komen, en zij allen zijn Hem gehoorzaam; zie Ps. 147:4.89 voortbrengt; Of, uitvoert.90 niet een gemist. Te weten van al die soldaten in zijn heir; dat is, van al de sterren.Vers 27 Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israël! mijn weg is voor den Heere verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij?91 o Jakob! O mijn volk, mijne kerk.92 mijn weg Dat is, mijne gelegenheid, namelijk in welk ongeluk ik ben. Alsof hij zeide: De Heere weet niet hoe het mij gaat, dewijl Hij mij uit mijne ellende niet verlost.93 mijn recht Dat is, God doet mij geen recht over mijne vijanden, die mij onrechtvaardig vervolgen.Vers 28 Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de Heere, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand.94 noch moede noch mat Te weten in het regeren der wereld en zijner kerk in dezelve.Vers 29 Hij geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.Vers 30 De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen;95 De jongen Dat is, de jonge en rappe lieden, die zich op hunne jonkheid verlaten.Vers 31 Maar dien den Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.96 vernieuwen; Hebreeuws, verwisselen, of veranderen; te weten door de werking van den Heiligen Geest, die in hen woont, alzo Jes. 41:1.97 de arenden; Deze vogel verheft zich hoger in de lucht dat enige andere vogel. Zie Job 39:30; Ps. 103:5; Jer. 49:16; Obad.:4.