Vrede door recht
Vers 14 Want het paleis zal verlaten zijn, het gewoel der stad zal ophouden; Ofel en de wachttorens zullen tot spelonken zijn, tot in der eeuwigheid, een vreugde der woudezelen, een weide der kudden.42 het paleis Te weten des konings paleis.43 verlaten zijn, Of, ledig staan.44 het gewoel Of, de menigte.45 ophouden; Of, nagelaten worden.46 Ofel Zie 2 Kron. 27:3, en de aantekening aldaar, en Jes. 33:14; Neh. 3:26, en Neh. 11:21.47 de wachttorens Hebreeuws, wachttoren; genoemd Neh. 3:26, de uitstekende toren.48 tot spelonken Dat is, tot plaatsen waar geen mensen, maar slangen en padden in wonen zullen.49 tot in der eeuwigheid, Dat is, een langen tijd.50 een vreugde De zin is: De woudezels, die gaarne in woeste plaatsen zijn, zullen aldaar goede weiden hebben.Vers 15 Totdat over ons uitgegoten worde de Geest uit de hoogte; dan zal de woestijn tot een vruchtbaar veld worden, en het vruchtbare veld zal voor een woud geacht worden.51 uitgegoten Hebreeuws, ontbloot worde. Omdat de bodem van een vat ontbloot wordt als het water daaruit wordt gegoten.52 de Geest Te weten de Heilige Geest, dien ons de Messias van den Vader zenden zal. Zie Luk. 24:49; Joh. 14:26.53 uit de hoogte; Dat is, uit den hemel.54 de woestijn Dat is, die van nature onduchtig zijn tot het goede, die zullen duchtig gemaakt worden, voornamelijk de heidenen.55 een vruchtbaar veld worden, Of, land, of landbouw. Hebreeuws, tot een Karmel; zie de aantekening 2 Kon. 19:23; Jes. 29:17, en Jer. 2:7.56 en het vruchtbare veld Dat is, het Joodse land en volk, hetwelk hier genoemd wordt het vruchtbare veld, omdat God hetzelve eer dan de heidenen geroepen en tot zijn volk uitverkoren en aangeroepen heeft, en omdat Gods wet lang bij hen geweest was. Dat zal alsdan woest en onvruchtbaar zijn.Vers 16 En het recht zal in de woestijn wonen, en de gerechtigheid zal op het vruchtbare veld verblijven.57 het recht Dat is, de heidenen, die tevoren als een woestijn waren, zullen zich tot den Heere bekeren en naar zijne rechten en geboden leven, zijnde gerechtvaardigd en geheiligd.58 op het vruchtbare veld Dat is, op de gemeente der gelovige Joden en heidenen. Zie boven Jes. 29:17.59 verblijven. Of, wonen, of met de woning blijven.Vers 17 En het werk der gerechtigheid zal vrede zijn; en de werking der gerechtigheid zal zijn gerustheid en zekerheid tot in eeuwigheid.60 het werk Het werk, of maaksel; dat is, de vrucht. Zie Ps. 1:3.61 vrede zijn; Te weten vrede der conscientie; Rom. 5:1.62 de werking Of, de uitgewrochte vrucht der gerechtigheid.Vers 18 En mijn volk zal in een woonplaats des vredes wonen, en in welverzekerde woningen, en in stille geruste plaatsen.63 mijn volk De profeet geeft in Jes. 32:18 met andere woorden te kennen even hetzelfde, dat hij boven in Jes. 32:15,16,17 gezegd heeft.64 des vredes wonen, Versta hier, den vrede der conscientie, onder de bescherming van hun oppersten Herder den Messias.65 stille Of, in stille rust, of in grote stilligheid [en] gerustheid.Vers 19 Maar het zal hagelen, waar men afgaat in het woud, en de stad zal laag worden in de laagte.66 het zal hagelen, Dat is, God zal zijne straffen laten gaan over het woud; dat is, over de wilde, woeste, ongehoorzame mensen. Vergelijk Joz. 10:11; Ezech. 38:22; Openb. 8:7, en Openb. 16:21. Sommigen nemen het aldus: Dat de hagel, dat is de plaag, zo weinig zal schaden, alsof hij op het woud viel, waar hij weinig schade kan doen.67 waar men afgaat Anderen aldus: Het zal hagelen in den afgang, of in het onderste des wouds; alsof de profeet wilde zeggen: waar men placht beschermd te zijn voor den hagel, daar zal hij [te weten de hagel] doordringen tot den grond, of tot het onderste toe. Anders: zodat het woud zal nedervallen; vergelijk Deut. 28:52.68 de stad Dat is, het wederspannige Jeruzalem, mitsgaders alle ongehoorzamen en ondankbaren zullen vernederd worden; zie boven Jes. 32:14, en vergelijk Matth. 11:23.Vers 20 Welgelukzalig zijt gijlieden, die aan alle wateren zaait; gij, die den voet des osses en des ezels derwaarts henenzendt!69 Welgelukzalig Hier wendt zich de profeet tot alle getrouwe leraars, en hij vergelijkt hen bij de gelukkige akkerlieden, die een waterigen of vruchtbaren akker bouwende, een goeden oogst verwachten; alsof hij zeide: Welgelukzalig zijt gijlieden, die het Woord Gods met vrucht predikt in de gemeente des Heeren, die ten tijde van Christus overal zal verzameld worden, en die vele vruchten dragen zal als een akker, die aan het water gelegen is; vergelijk wijders Ps. 72:16, en Luk. 8:11. Sommigen verstaan door de wateren allerlei volken [gelijk elders meer geschiedt], wien het Evangelie in het Nieuwe Testament zou gepredikt worden.70 gij, die den voet Dat is, gijlieden, die dien vruchtbaren akker bouwt, dewijl gij daarvan groot nut en voordeel zult te verwachten hebben; want in het Joodse land trokken de ossen en de ezels den ploeg en deden het akkerwerk. En versta hier, door den voet van den ezel en den os, den ezel en den os zelf.