Advertentie

Jesaja 32:1-8

8 verzen · 28 kanttekeningen · Statenvertaling

Het Rijk van Christus

Vers 1 Ziet, een koning zal regeren in gerechtigheid, en de vorsten zullen heersen naar recht.1 een koning Te weten Christus Jezus. Doch enigen verstaan hier door dezen koning den koning Hizkia, voorzoveel hij een voorbeeld van Christus geweest is.2 de vorsten Dat is, de dienaars van dezen koning in zijn geestelijk rijk.3 zullen heersen Te weten door het Woord van God.Vers 2 En die man zal zijn als een verberging tegen den wind, en een schuilplaats tegen den vloed, als waterbeken in een dorre plaats, als de schaduw van een zwaren rotssteen in een dorstig land.4 die man Te weten Jezus Christus.5 zal zijn Te weten, den gelovigen.6 als een verberging Dat is, als ene plaats, waar men zich voor den wind verbergen kan. De zin is: De Messias zal zijn de rechte toevlucht aller uitverkorenen.7 den wind, Versta hier, den wind der geestelijke aanvechting en allerlei vervolging; vergelijk Matth. 11:28.8 als waterbeken Dat is, Hij zal den beangstigden een sterken troost aanbrengen door werking en kracht van den Heiligen Geest. Vergelijk deze woorden met Matth. 5:6; Joh. 4:10,14, en Joh. 7:37,38,39.9 een dorstig land. Of, moede land; te weten, mat en moede van dorst. Zie Ps. 143:6; Spreuk. 25:25; Jes. 29:8.Vers 3 En de ogen dergenen, die zien, zullen niet terugzien, en de oren dergenen, die horen, zullen opmerken.10 dergenen, die zien, Dat is, der gelovigen, die allen van den Heere zullen verlicht zijn; Jes. 54:13. Zie ook boven Jes. 29:18, en Jes. 30:21.11 niet terugzien, Dat is, niet elders heenzien, niet mis zien. Versta hierbij, maar zij zullen naarstiglijk op den Heere zien. Anders: niet bestreken zijn, of niet schemeren, niet verduisterd zijn.12 zullen opmerken. Te weten, op hetgeen de Heere zegt. Zie Matth. 7:28; Luk. 4:22.Vers 4 En het hart der onbedachtzamen zal de wetenschap verstaan, en de tong der stamelenden zal vaardig zijn, om bescheidenlijk te spreken.13 der onbedachtzamen Of, der onvoorzichtigen. Hebreeuws, dergenen, die zich verhaasten; alzo onder Jes. 35:4.14 bescheidenlijk te spreken. Hebreeuws, nette; te weten, woorden.Vers 5 De dwaas zal niet meer genoemd worden milddadig, en de gierige zal niet meer mild geheten worden.15 De dwaas De zin is, de kwade daden zullen niet meer onder den naam van de deugden schuilen, maar zij zullen door de predikatie van het heilige Evangelie openbaar gemaakt en ernstiglijk bestraft worden, het kwaad zal kwaad en het goede zal goed genoemd worden.16 mild Of, wild gevende. Het Hebreeuwse woord betekent ook somtijds rijk, gelijk Job 34:19.Vers 6 Want een dwaas spreekt dwaasheid, en zijn hart doet ongerechtigheid, om huichelarij te plegen, en om dwaling te spreken tegen den Heere, om de ziel des hongerigen ledig te laten, en den dorstige drank te doen ontbreken.17 een dwaas Anders: maar het zal een dwaas zijn die, enz. en zo in het volgende.18 dwaling Dat is, valse leer, die den mens van den rechten weg der zaligheid afleidt en tot dwaling brengt.19 om de ziel Dat is, om de mensen te verhinderen tot de kennis der waarheid Gods te komen; verstaande door de ziel des hongerigen die altegaar, die begeerte en lust hebben om de hemelse en zaligmakende waarheid te weten; vergelijk Matth. 5:6; Joh. 6:32, enz.20 den dorstige Hebreeuws, des dorstigen drank; dat is, den drank, dien men den dorstigen behoort te geven, of dien de dorstige behoeft, of dien hij wenst en begeert.Vers 7 En eens gierigaards ganse gereedschap is kwaad; hij beraadslaagt schandelijke verdichtselen, om de ellendigen te bederven met valse redenen, en het recht, als de arme spreekt.21 eens gierigaards Dat is de beschrijving van den gierigaard.22 gereedschap Of, werktuig is kwaad, dat is, zijn raadslagen en handelingen, gewicht, maat, enz., zijn altemaal schadelijk. De gierigheid is een wortel van alle kwaad; 1 Tim. 6:10.23 hij beraadslaagt Zie de aantekening Job 21:27.24 het recht, De zin is, dat de gierigaard niet past op de woorden, die de armen tot hunne bescherming of verschoning bijbrengen, maar dat hij even stoutelijk het recht bederft, of verkeert. Anders: ja, ook wanneer de arme spreekt wat recht is; dat is, ofschoon hij recht heeft in hetgeen hij zegt. Anders: wanneer de nooddruftige met oordeel spreekt; dat is, met goede reden en verstand.Vers 8 Maar een milddadige beraadslaagt milddadigheden, en staat op milddadigheden.25 milddadige Gelijk boven Jes. 32:5,6.26 beraadslaagt Of, doet voorslagen, of neemt zich voor.27 en staat Dat is, hij is naarstig om liefde en weldadigheid aan zijnen naaste te bewijzen.28 op milddadigheden. Hebreeuws, op liberaalheden.

Lees heel Jesaja 32

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.