Advertentie

Jesaja 28:1-15

15 verzen · 52 kanttekeningen · Statenvertaling

Gericht over Efraïm en Juda

Vers 1 Wee de hovaardige kroon der dronkenen van Efraïm, welker heerlijk sieraad is een afvallende bloem, die daar is op het hoofd der zeer vette vallei, der geslagenen van den wijn.1 de hovaardige Hebreeuws, wee de kroon der hovaardij, enz. Het is een beschrijving van het koninkrijk der tien stammen van Israël, waarvan Samaria de hoofdstad was, die hij hier noemt het hoofd der vette vallei, omdat zij lag op een berg en beneden dien was een zeer vruchtbare vallei. Zie onder Jes. 28:3; Hos. 5:5, en Hos. 7:10.2 welker Dat is, welker heerlijke staat [te weten Efraïm, of het koninkrijk van Samaria] die tevoren voortreffelijk gebloeid heeft, maar nu verwelkt en haast geheel vervallen zal.3 is een afvallende Of, verwelkende bloem.4 die Te weten, bloem.5 daar is Die over een zeer vet dal gezet is.6 der geslagenen Dat is, die van den wijn dagelijks vol en dol zijn, en welker hersenen van den wijn als geslagen en gekwetst zijn.Vers 2 Ziet, de Heere heeft een sterke en machtige, er is gelijk een hagelvloed, een poort des verderfs; gelijk een vloed der sterke wateren; die overvloeien, zal Hij ze ter aarde nederwerpen met de hand.7 een sterke Te weten den koning van Assyrië, door wien de Heere had voorgenomen de tien stammen van Israël te straffen en hun land te verderven.8 een poort Dit betekent de verwoesting en ondergang van den gansen stand van het Israëlitische rijk. In de stadspoorten plachten de overheden te zitten ten gericht. Of men kan het zo nemen, poort des verderfs; dat is, een wijde opening tot ondergang. Anders: Een onweder des verderfs.9 sterke Of, veler wateren.10 met de hand. Dat is, met kracht, Salmanassar heeft het koninkrijk der tien stammen in weinige jaren overmeesterd; 2 Kon. 18:10,11.Vers 3 De hovaardige kronen der dronkenen van Efraïm zullen met voeten vertreden worden.11 De hovaardige Of, met voeten zullen vertreden worden de kroon en de hovaardij der dronkenen van Efraïm.Vers 4 En de afvallende bloem zijns heerlijken sieraads, die op het hoofd der zeer vette vallei is, zal zijn gelijk een vroegrijpe vrucht voor den zomer, welke, wanneer ze iemand ziet, terwijl zij nog in zijn hand is, slokt hij ze op.12 zijns heerlijken Te weten van Efraïm.13 vroegrijpe Of, vroegtijdige.14 voor den zomer, Of, eer het zomer is; dat is vóór haar seizoen.15 wanneer Hebreeuws, [wanneer] de ziener dezelve ziet, of zo haast als hij ze in zijne hand [Hebreeuws, palm] krijgt.16 terwijl Dat is, terstond.17 slokt Of, zwelgt hij ze in. De zin van Jes. 28:4 is dat Efraïm haastiglijk en met groten lust van zijne vijanden zal verslonden worden.Vers 5 Te dien dage zal de Heere der heirscharen tot een heerlijke Kroon en tot een sierlijken Krans zijn den overgeblevenen Zijns volks;18 Te dien dage Te weten als de Heere zijnen toorn over de goddelozen zal uitgegoten hebben.19 tot een heerlijke De Heere zal hen ter ere brengen en heerlijk versieren.20 den overgeblevenen Hebreeuws, voor het overblijfsel.Vers 6 En tot een Geest des oordeels dien, die ten oordeel zit, en tot een sterkte dengenen, die den strijd afkeren tot de poort toe.21 die ten oordeel Of, die over het oordeel zitten zal; dat is, God zal den rechters en regenten van zijn volk zijn Heiligen Geest rijkelijk mededelen om wel te oordelen en hunne onderzaten wel voor te staan.22 tot een sterkte Dat is, God zal zijn volk ook dappere helden geven om tegen de vijanden te strijden en die terug te drijven tot aan de poorten hunner vijanden toe. Als men de vijanden van het land tot aan en in hun eigen poorten drijven en daar binnen houden kan, zo houden de verdrijvers hunne landpalen vrij.Vers 7 En ook dwalen dezen van den wijn, en zij dolen van den sterken drank; de priester en de profeet dwalen van den sterken drank; zij zijn verslonden van den wijn, zij dolen van sterken drank; zij dwalen in het gezicht; zij waggelen in het gericht.23 dezen Te weten, velen onder de Joden, of van den stam van Juda.24 van den wijn, Of, in den wijn; dat is, zij hebben zich zo geheel begeven tot dronkenschap en vleselijke wellusten, dat zij schier van al hun verstand beroofd worden. Dit kan ook van de geestelijke dronkenschap verstaan worden, door welke men in de zonden versmoord ligt, gelijk onder Jes. 29:9. Zie Spreuk. 20:1.25 de priester Of overste. Zie Gen. 41:45.26 de profeet Te weten de valse profeten, gelijk onder Jes. 29:10.27 zij zijn verslonden De zin is: Gelijk zij den wijn ingezopen hebben, alzo verslindt en verderft de wijn hen ook.28 zij dwalen Dat is, de priesters dolen in het uitleggen der profetieën, zij keren en draaien die naar hun eigen lusten en inbeeldingen.29 waggelen Of, struikelen in het oordelen.Vers 8 Want alle tafels zijn vol van uitspuwsel en van drek, zodat er geen plaats schoon is.30 zijn vol Of, zijn vervuld met uitbrakingen.31 drek, Of, van vuiligheid.32 zodat Versta hierbij, maar overal is het bespogen en vuil gemaakt, of, zodat er gene plaats meer is; te weten die niet vuil gemaakt of ontreinigd is.Vers 9 Wien zou Hij dan de kennis leren, en wien zou Hij het gehoorde te verstaan geven? Den gespeenden van de melk, den afgetrokkenen van de borsten?33 Hij dan Te weten de Heere door zijne profeten.34 de kennis Te weten der noodwendige of kenwaardige zaken.35 het gehoorde Hebreeuws, het gehoor. De zin is: Hetgeen ik, Jesaja, van den Heere gehoord heb, of prediking. Zie Jes. 53:1.36 Den gespeenden De profeet wil zeggen dat zij zo dol en vol zijn van den wijn, dat zij zijn gelijk de kleine kinderen, die tot geen onderwijs bekwaam zijn.Vers 10 Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig.37 het is gebod Dit zijn Gods woorden door den mond des profeten, en dit is de zin: Men geeft hun het ene gebod na het andere, en evenwel helpt het niet, want zij zijn kinderen in het verstand, zowel de ouden als de jongen.Vers 11 Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken;38 Daarom De zin is: Dewijl zich dit volk niet heeft willen laten onderwijzen door het klare woord Gods, zo zal Hij op een andere wijze met hen handelen; Hij zal met een onbekende taal hen laten aanspreken, tot straf hunner ondankbaarheid, en hardnekkigheid. Zie Jes. 33:19; 1 Cor. 14:21.39 door belachelijke Dat is, met vreemde talen; want men is gewoon die te belachen, die men niet verstaat. Anders: door belachelijken van lippen. De zin van deze woorden Gods, alsook der naastvolgende, is dat Hij hen met uitlandse vijanden en heirlegers, wier taal zij niet verstaan zouden, tehuiszoeken wilde.40 een andere Dat is, een vreemde taal.Vers 12 Tot dewelken Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft den moeden rust, en dit is de verkwikking; doch zij hebben niet willen horen.41 dewelken Dat is, tot welk volk.42 Hij gezegd heeft: Te weten de Heere, door zijne dienaren de profeten.43 Dit is de rust, Alzo zult gijlieden tot rust en vrede geraken en den zegen des Heeren verkrijgen, indien gij den vermoeiden troost en bijstand doet; zie Jes. 1:17; of dat is de rust, dat gij Gods geboden houdt, en alzo doende zult gij uw vermoeid vaderland tot rust brengen.Vers 13 Zo zal hun het woord des Heeren zijn; gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.44 Zo zal De zin is: Dewijl zij des Heeren woord veracht hebben, zo zullen zij in hun onverstand gelaten worden en den kleinen kinderen gelijk zijn, welke men het ene gebod na het andere, den enen regel op den anderen, enz., leren moet.45 opdat zij Dat is, opdat zij tot verderf en allerlei ellenden vervallen zouden, want dat volgt er gemeenlijk op als men Gods Woord niet wil aannemen.Vers 14 Daarom, hoort des Heeren woord, gij bespotters, gij heersers over dit volk, dat te Jeruzalem is!46 gij bespotters, Hebreeuws, gij mannen der bespotting, gij heersers van het volk.Vers 15 Omdat gijlieden zegt: Wij hebben een verbond met den dood gemaakt, en met de hel hebben wij een voorzichtig verdrag gemaakt; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, zal hij tot ons niet komen; want wij hebben de leugen ons tot een toevlucht gesteld, en onder de valsheid hebben wij ons verborgen.47 gemaakt, Zie de aantekening Gen. 15:18.48 met de hel Of, wij hebben ene overlegging met het graf of de hel gemaakt. Dit zou men zeggen op de hedendaagse manier van spreken: wij hebben intelligentie, of een verbond met de hel, of het graf. De weelde en hoogheid dezer wereld maakt de goddelozen gemeenlijk zo verwaand en zo moedig, dat zij zich laten voorstaan dat zij dood noch hel hebben te vrezen, zodat zij zelfs den Almachtige durven uitdagen en trotseren. Zie Job 5:23, en Jes. 5:19.49 de overvloeiende Hij meent het heirleger van den koning van Babel, dat als een watervloed het land zou overstelpen en bedekken.50 doortrekken Anders: door [het land] passeert, of doorgaat.51 de leugen Aldus noemt de profeet de aanslagen van dit volk, die zij meenden dat hun niet zouden mislukken.52 de valsheid Dat is huichelarij.

Lees heel Jesaja 28

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.