Profetie tegen Duma
Vers 11 De last van Duma. Men roept tot mij uit Seïr: Wachter! wat is er van den nacht? Wachter! wat is er van den nacht?44 De last Zie Jes. 13:1.45 Duma. Dat is, Idumea, of Edom, alzo staat er Job 32:2. Ram voor Aram.46 tot mij Den profeet Jesaja, die tot een wachter over het Joodse volk gesteld was.47 uit Seïr: Dat is, een uit Seïr roept tot mij, dat is, een Edomiet. De profeet neemt hier den berg Seïr [gelegen in het land der Edomieten, Gen. 36,en Deut. 2:],voor het gehele land der Edomieten.48 Wachter! Dat is, gij profeet Jesaja, die uzelven uitgeeft voor een wachter over Juda en Israël. Zie Ezech. 3:17.49 wat is er van den nacht? De woorden der Edomieten spottenderwijze gesproken, alsof zij zeiden: Gij profeet hebt vóór dezen veel gezegd van den nacht, of het ongeluk, dat ons en onzen naburen zou overkomen, maar wij genieten al vast den morgen, dat is, den gelukzaligen tijd, in welken wij ulieden niet meer onderworpen zijn, maar van de tijden af, dat wij uws konings Jorams juk afgeworpen hebben, tot nu toe, hebben wij onzen eigen koning; 2 Kon. 8:20.Vers 12 De wachter zeide: De morgenstond is gekomen, en het is nog nacht; wilt gijlieden vragen, vraagt; keert weder, komt.50 De wachter zeide: Dat is, ik, Jesaja, spreek ulieden, o gij Edomieten, dit toe.51 De morgenstond Alsof hij zeide: Het is waar, gijlieden hebt nu lang in goede rust gezeten, maar dit zult gij weten, dat gij binnenkort door de Assyriërs zult overvallen worden, te weten als zij uwe naburen zullen aantasten.52 het is nog nacht; Of, het zal ook nacht worden; alsof hij zeide: Na deze rust zal u ellende overkomen.53 vragen, Te weten den Heere, namelijk door mij, hoe het u gaan zal. Anders: zoeken; te weten den Heere.54 vraagt; Dat is zo doet het met ernst, en drijft den spot niet met God noch met mij, zijn dienaar.55 keert weder, Bekeer u van uw boze wegen tot den weg der gerechtigheid, welke de rechte weg is.56 komt. Komt tot ons, die het volk Gods zijn.