Advertentie

Jeremia 49:34-39

6 verzen · 11 kanttekeningen · Statenvertaling

Profetie over Elam

Vers 34 Het woord des Heeren, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen Elam, in het begin des koninkrijks van Zedekia, den koning van Juda, zeggende:115 tegen Elam, Of, van Elam, aangaande Elam, dat is, de Perzen, of een zeker volk in Perzië. Zie boven Jer. 25:25, en Jes. 21:2.Vers 35 Zo zegt de Heere der heirscharen: Ziet, Ik zal verbreken Elams boog, het voornaamste van hunlieder geweld.116 Elams boog, Dat is, der Elamieten, alzo in het volgende. Vergelijk Jes. 22:6.117 voornaamste van hunlieder geweld. Of, het beginsel; dat is, waarin hun voornaamste krijgsmacht bestaat, of waardoor zij begonnen hebben machtig te worden, te weten dat zij kloeke boogschutters waren. Sommigen menen dat zij daarom ook, nevens andere volken, van Nebukadnezar in zijne heirkracht tegen Juda en Jeruzalem gebruikt zijn, en Gods volk zeer getiranniseerd hebben, en dat dit daarom hier tegen hen geprofeteerd is, gelijk zij ook de Tyriërs gediend hebben, Ezech. 27:10. Doch wanneer deze profetie vervuld is, daarvan is verscheiden gevoelen. Sommigen menen dat het geschied is door de Schytische volken, omtrent dien tijd als Nebukadnezar overal bezig was om Juda en andere volken te overmeesteren, en voorts daarna; zie Ezech. 38:2. Anderen, dat het is vervuld als Alexander de Grote den koning van Perzië overwonnen en de monarchie aan zich gebracht had, en voorts na zijnen dood. Het is altoos zeker, dat zij de waarheid dezer profetie verscheidenlijk hebben ondervonden.Vers 36 En Ik zal de vier winden uit de vier hoeken des hemels over Elam aanbrengen, en zal hen in al diezelve winden verstrooien; en er zal geen volk zijn, waarhenen Elams verdrevenen niet zullen komen.118 vier winden Dat is, de vijanden van alle kanten.119 verstrooien; Gelijk boven Jer. 49:32.120 zullen komen. Hebreeuws, zal, dat is, van hun verdreven volk zal er overal zijn.Vers 37 En Ik zal Elam versaagd maken voor het aangezicht hunner vijanden, en voor het aangezicht dergenen, die hun ziel zoeken, en zal een kwaad over hen brengen, de hittigheid mijns toorns, spreekt de Heere; en Ik zal het zwaard achter hen zenden, totdat Ik hen verteerd zal hebben.121 hun ziel zoeken, Dat is, die hen naar het leven staan; gelijk boven dikwijls zie Exod. 4:19, en 2 Sam. 4:8.122 kwaad over hen brengen, Der straf.123 totdat Ik hen verteerd zal hebben. Gelijk boven Jer. 9:16, en Jer. 14:12.Vers 38 En Ik zal Mijn troon in Elam stellen; en zal den koning en de vorsten van daar vernielen, spreekt de Heere;124 troon in Elam stellen; Des gerichts, gelijk de volgende woorden uitwijzen.Vers 39 Maar het zal geschieden in het laatste der dagen, dat Ik Elams gevangenis wenden zal, spreekt de Heere.125 wenden zal, Zie boven Jer. 49:6, en Jer. 48:47, en vergelijk Hand. 2:9.

Lees heel Jeremia 49

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.