Jeremia 29:24-32

Profetie over Semája

Vers 24 Tot Semaja nu, den Nechlamiet, zult gij spreken, zeggende:Vers 25 Zo spreekt de Heere der heirscharen, de God Israels, zeggende: Omdat gij brieven in uw naam gezonden hebt tot al het volk, dat te Jeruzalem is, en tot Zefanja, den zoon van Maaseja, den priester, en tot al de priesteren, zeggende:Vers 26 De Heere heeft u tot priester gesteld, in plaats van den priester Jojada, dat gij opzieners zoudt zijn in des Heeren huis over allen man, die onzinnig is, en zich voor een profeet uitgeeft, dat gij dien stelt in de gevangenis en in den stok.Vers 27 Nu dan, waarom hebt gij Jeremia, den Anathothiet, niet gescholden, die zich bij ulieden voor een profeet uitgeeft?Vers 28 Want daarom heeft hij tot ons naar Babel gezonden, zeggende: Het zal lang duren; bouwt huizen, en woont daarin, en plant hoven, en eet de vrucht daarvan.Vers 29 Zefanja nu, de priester, had dezen brief gelezen voor de oren van den profeet Jeremia.Vers 30 Daarom geschiedde des Heeren woord tot Jeremia, zeggende:Vers 31 Zend henen tot allen, die gevankelijk weggevoerd zijn, zeggende: Zo zegt de Heere van Semaja, den Nechlamiet: Omdat Semaja ulieden geprofeteerd heeft, daar Ik hem niet gezonden heb, en heeft gemaakt, dat gij op leugen vertrouwt;Vers 32 Daarom zegt de Heere alzo: Ziet, Ik zal bezoeking doen over Semaja, den Nechlamiet, en over zijn zaad; hij zal niemand hebben, die in het midden dezes volks wone, en zal het goede niet zien, dat Ik Mijn volke doen zal, spreekt de Heere; want hij heeft een afval gesproken tegen den Heere.

Advertentie

Liever lezen zonder advertenties? Lees meer over Plus