Advertentie

Jeremia 23:9-40

32 verzen · 68 kanttekeningen · Statenvertaling

Bestraffing der valse profeten

Vers 9 Aangaande de profeten. Mijn hart wordt in mijn binnenste gebroken, al mijn beenderen bewegen zich; ik ben als een dronken man, en als een man, dien de wijn te boven gaat; vanwege den Heere, en vanwege de woorden Zijner heiligheid.19 Aangaande de profeten. Of, om der profeten [versta, de valse] wil is mijn hart, enz. Dit zijn de woorden van den profeet.20 gebroken, Van droefenis en ontsteltenis; vergelijk Ps. 51:19.21 te boven gaat; Zodat hij zijn verstand en leden niet recht gebruiken kan.22 heiligheid. Dat is, zijn heilige woorden, die de valse profeten verachten en voor leugen houden.Vers 10 Want het land is vol overspelers, want het land treurt vanwege den vloek, de weiden der woestijn verdorren, omdat hun loop boos is, en hun macht niet recht.23 vloek, Of, het vloeken; men kan het duiden op Gods vloek over het land, of op het vloeken en vals zweren der inwoners; zie boven Jer. 5:2, en Jer. 12:4, en gelijk gebruik van het Hebreeuwse woord Hos. 4:2.24 loop boos is, Dat is, manier van leven, de loop hunner handelingen, of hun overlast; zie van het Hebreeuwse woord boven Jer. 22:17.25 niet recht. Zij misbruiken ze tot enkel onrecht.Vers 11 Want beiden profeten en priesters zijn huichelaars; zelfs in Mijn huis vind Ik hun boosheid, spreekt de Heere.26 beiden Hebreeuws, ook profeet, ook priester.27 zijn huichelaars; Of, zijn onheilig, profaan, handelen onheiliglijk.Vers 12 Daarom zal hun weg hun zijn als zeer gladde plaatsen in de donkerheid; zij zullen aangedreven worden en daarin vallen; want Ik zal een kwaad over hen brengen in het jaar hunner bezoeking, spreekt de Heere.28 gladde plaatsen Hebreeuws, slibberigheden, gladdigheden. Zie Ps. 35:6, en Ps. 73:18.29 daarin vallen; In de donkerheid.30 kwaad over hen brengen Der straf, ongeluk, ellende.31 in het jaar Gelijk boven, Jer. 11:23.Vers 13 Ik heb wel ongerijmdheid gezien in de profeten van Samaria, die door Baäl, profeteerden, en Mijn volk Israël verleidden.32 ongerijmdheid Hebreeuws eigenlijk, onsmakelijkheid; dat is ongerijmde, dwaze dingen; zie Job 1:22, met de aantekening.33 door Baäl, Of van.34 Israël Dat is, de tien stammen.Vers 14 Maar in de profeten van Jeruzalem zie Ik afschuwelijkheid; zij bedrijven overspel, en gaan om met valsheid, en sterken de handen der boosdoeners, opdat zij zich niet bekeren, een iegelijk van zijn boosheid; zij allen zijn Mij als Sodom, en haar inwoners als Gomorra.35 afschuwelijkheid; Gelijk boven Jer. 5:30.36 gaan om met valsheid, Hebreeuws, wandelen in, of met valsheid.37 sterken de handen der boosdoeners, Geven hun goeden moed, belovende hun Gods zegen en vrede. Zie onder Jer. 23:17, en vergelijk Ezech. 13:22.38 Sodom, Dat is, als de inwoners van Sodom eertijds waren, te weten ten hoogste goddeloos.39 haar inwoners Van Jeruzalem.40 Gomorra. Dat is, de inwoners van Gomorra.Vers 15 Daarom zegt de Heere der heirscharen van deze profeten alzo: Ziet, Ik zal hen met alsem spijzigen, en met gallewater drenken; want van Jeruzalems profeten is de huichelarij uitgegaan in het ganse land.41 heirscharen Zie 1 Kon. 18:15.42 alsem spijzigen, Gelijk boven Jer. 9:15, zie aldaar.43 huichelarij Of, onheiligheid, profaanheid.Vers 16 Zo zegt de Heere der heirscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken u ijdel; zij spreken het gezicht huns harten, niet uit des Heeren mond.44 ijdel; Met valse en ijdele beloften bedriegen zij u, zodat gij bedrogen zult uitkomen als gij u daarop verlaat. Vergelijk Ps. 62:11.45 huns harten, Dat zij zelf versierd en niet van mij ontvangen hebben. Vergelijk Ezech. 13:2.Vers 17 Zij zeggen steeds tot degenen, die Mij lasteren: De Heere heeft het gesproken, gijlieden zult vrede hebben; en tot al wie naar zijns harten goeddunken wandelt, zeggen zij: Ulieden zal geen kwaad overkomen.46 steeds Hebreeuws, zij zijn zeggende zeggende.47 lasteren: Of, smadelijk verachten, tergen.48 vrede hebben; Dat is, het zal ulieden welgaan.Vers 18 Want wie heeft in des Heeren raad gestaan, en Zijn woord gezien of gehoord? Wie heeft Zijn woord aangemerkt en gehoord?49 wie heeft in des HEEREN raad gestaan, Anders dan wij, willen zij zeggen; vergelijk Jer. 23:22. Of, zij willen zeggen dat niemand Gods verborgen raad kan weten, en derhalve ook Jeremia niet; spottende alzo goddelooslijk met de getrouwe waarschuwingen, die God door zijne profeten hun deed. Sommigen verstaan hier de vergadering der heilige engelen, met wie God gezegd wordt als te beraadslagen, zie 1 Kon. 22:19, enz.50 gezien of gehoord? Dat is, vernomen; of wien is het door profetische gezichten geopenbaard? Vergelijk Amos 1:1; Micha 1:1.Vers 19 Ziet, een onweder des Heeren, een grimmigheid is uitgegaan, ja, een pijnlijk onweder, het zal blijven op der goddelozen hoofd.51 pijnlijk onweder, Of, smartelijk, bezwaarlijk, verdrietelijk; idem, aanstaande, aanhoudende; vergelijk onder Jer. 30:23.52 blijven Vergelijk 2 Sam. 3:29. Anders: het zal pijnlijk vallen.Vers 20 Des Heeren toorn zal zich niet afwenden, totdat Hij zal hebben gedaan, en totdat Hij zal hebben daargesteld de gedachten Zijns harten; in het laatste der dagen zult gij met verstand daarop letten.53 laatste der dagen In den toekomstigen tijd, gelijk Gen. 49:1, als deze profetieën zullen vervuld worden, die gij nu bespot.54 met verstand Of, verstand daarvan bekomen. Anders: zult gij het klaarlijk verstaan. Vergelijk onder Jer. 30:24.Vers 21 Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd.Vers 22 Maar zo zij in Mijn raad hadden gestaan, zo zouden zij Mijn volk Mijn woorden hebben doen horen, en zouden hen afgekeerd hebben van hun bozen weg, en van de boosheid hunner handelingen.55 raad hadden gestaan, Waarvan boven Jer. 23:18.56 weg, Zie Gen. 6:12.Vers 23 Ben Ik een God van nabij, spreekt de Heere, en niet een God van verre?57 Ben Ik een God van nabij, Geenszins, wil de Heere zeggen, maar Ik ben een God van nabij en van verre. Dit wordt in het volgende verklaard.Vers 24 Zou zich iemand in verborgene plaatsen kunnen verbergen, dat Ik hem niet zou zien? spreekt de Heere; vervul Ik niet den hemel en de aarde? spreekt de Heere.Vers 25 Ik heb gehoord, wat de profeten zeggen, die in Mijn Naam leugen profeteren, zeggende: Ik heb gedroomd, ik heb gedroomd.58 gedroomd, ik heb gedroomd. God heeft mij dit en dat door een droom geopenbaard; zie Gen. 20:3, en Gen. 28:12, en Num. 12:6.Vers 26 Hoe lang? Is er dan een droom in het hart der profeten, die de leugen profeteren? Ja, het zijn profeten van huns harten bedriegerij.59 Hoe lang? Zullen zij alzo spreken en mijn volk bedriegen?60 een droom Versta een goddelijken droom. Dit woord is hier uit het voorgaande en volgende ingevoegd.Vers 27 Die daar denken om Mijn volk Mijn Naam te doen vergeten, door hun dromen, die zij, een ieder zijn naaste, vertellen; gelijk als hun vaders Mijn Naam vergeten hebben door Baäl.61 denken Voorhebben en bedenken dat zij mijn volk mogen brengen tot een goddeloze onachtzaamheid en onwetendheid van mij, mijn woord, wil en werken.Vers 28 De profeet, bij welken een droom is, die vertelle den droom; en bij welken Mijn woord is, die spreke Mijn woord waarachtiglijk; wat heeft het stro met het koren te doen? spreekt de Heere.62 droom is, Ene goddelijke droom, van mij hem toegezonden; sommigen menen: de Heere wil zeggen dat die een valsen en versierden droom heeft, dien zal vertellen of voorstellen als zijn eigen versiersel en vond, niet als van God gekomen zijnde.63 waarachtiglijk; Of, getrouwelijk. Hebreeuws eigenlijk, [in, of met] waarheid of getrouwheid.64 wat heeft het stro met het koren te doen? Dat is, welke gemeenschap hebben valse leer of menschengedichtselen [die geen nut kunnen doen] met mijn zaligmakend woord en waarheid? Zie de manier van spreken 2 Sam. 16:10, enz.Vers 29 Is Mijn woord niet alzo, als een vuur? spreekt de Heere, en als een hamer, die een steenrots te morzel slaat?65 te morzel slaat? Alzo in stukken slaat, dat de stukken verstrooid worden, of dat de steenrots als gruis verstrooid wordt, waarop de betekenis van het Hebreeuwse woord ziet. Vergelijk boven Jer. 22:28, en onder Jer. 51:20, met de aantekening.Vers 30 Daarom, ziet, Ik wil aan de profeten, spreekt de Heere, die Mijn woorden stelen, een ieder van zijn naaste;66 Ik wil aan de profeten, Gelijk boven Jer. 21:13.67 naaste; Of, metgezel; dat is, die heimelijk en steelsgewijze met elkander samenspannen en de een den ander leren wat zij tezamen het volk als mijn woord en op mijn naam zullen voorstellen; of die wel weten dat de ware profetieën mijn woord zijn, en ontkennen het evenwel voor het volk, of houden het achter, stelende alzo mijn woord uit de harten der mensen en benemende hun de gedachten, die zij daarvan mogen hebben, opdat het in den wind geslagen worde. Sommigen menen dat dit ziet op de arglistigheid der valse profeten, die enige woorden en manieren van spreken, die de ware profeten gewoon waren in hunne profetieën te gebruiken, hun ontstalen, en tot een dekmantel van hun bedrog in hun valse profetieën gebruikten, en de ware profeten alzo, gelijk men zegt, naäapten, waarvan in het volgende.Vers 31 Ziet, Ik wil aan de profeten, spreekt de Heere, die hun tong nemen, en spreken: Hij heeft het gesproken;68 hun tong nemen, Dat is, hunne tong stoutelijk hiertoe misbruiken, of, [met] hunne tongen vangen; dat is, de mensen met zoete woorden verstrikken en overreden, stoutelijk en valselijk zeggende dat het mijn woord is, hetgeen hun eigen versiersel is.69 Hij heeft het gesproken; Namelijk de HEERE: gelijk de ware profeten, bij en in het verhaal van Gods woorden, zeer dikwijls deze woorden plegen te gebruiken: spreekt, of, zegt de HEERE. Hebreeuws eigenlijk, het gezegde, of gesprokene des HEEREN; Matth. 22:44, uit Ps. 110:1, wordt daarvoor gesteld [gelijk als hier] heeft gezegd, of gesproken, of sprak, in deze woorden: De HEERE heeft gezegd, of gesproken tot mijnen Heere. Alwaar dit woord ook in den Hebreeuwsen tekst staat.Vers 32 Ziet, Ik wil aan degenen, die valse dromen profeteren, spreekt de Heere, en vertellen die, en verleiden Mijn volk met hun leugenen en met hun lichtvaardigheid; daar Ik hen niet gezonden, en hun niets bevolen heb, en zij dit volk gans geen nut doen, spreekt de Heere.70 valse dromen profeteren, Hebreeuws, dromen der valsheid, of der leugen, leugendromen.71 gans geen nut doen, Hebreeuws, nut doende, geen nut doen.Vers 33 Wanneer dan dit volk, of een profeet, of priester u vragen zal, zeggende: Wat is des Heeren last? Zo zult gij tot hen zeggen: Wat last? Dat Ik ulieden verlaten zal, spreekt de Heere.72 vragen zal, Te weten spottenderwijze, en niet uit een heilige bekommering.73 last? Alzo werden de profetieën genoemd, die Gods dreigementen, straffen en plagen inhielden. Zie 2 Kon. 9:25, enz. Alsof zij zeiden: Hebt gij al weder wat kwaads in het hoofd? Hebt gij niets anders dan zwarigheid te profeteren?74 verlaten zal, Gelijk onder Jer. 23:39.Vers 34 En aangaande den profeet, of den priester, of het volk, dat zeggen zal: Des Heeren last; dat Ik bezoeking zal doen over dien man en over zijn huis.75 volk, Dat is, die van het volk, welke, enz.76 Des HEEREN last; Noemende alzo des Heeren woord, uit enkel spotternij, boosheid en verkeerdheid, alsof er in Gods woord geen getrouw onderwijs en overvloedige troost ware, maar enkel dreigen, vloeken en straffen, om de mensen wanhopend te maken.77 bezoeking zal doen Door straf. Zie Gen. 21:1.Vers 35 Aldus zult gijlieden zeggen, een iegelijk tot zijn naaste, en een iegelijk tot zijn broeder: Wat heeft de Heere geantwoord, en wat heeft de Heere gesproken?78 zeggen, In godvruchtigen ernst en nederigheid vragende naar des HEEREN woord.Vers 36 Maar des Heeren last zult gij niet meer gedenken; want een iegelijk zal zijn eigen woord een last zijn, dewijl gij verkeert de woorden van den levenden God, den Heere der heirscharen, onzen God.79 gedenken; Dat is, vermelden, zulke woorden niet meer in den mond voeren, gelijk gij nu spottende dagelijks doet.80 zijn eigen woord een last zijn, Door zijne spotternijen en omkeringen van Gods woord zal hij zichzelven den vloek en het verderf op den hals halen, zo zeker alsof er een uitgedrukte profetie tegen hem geprofeteerd was.Vers 37 Aldus zult gij zeggen tot den profeet: Wat heeft u de Heere geantwoord en wat heeft de Heere gesproken?81 profeet: Een waren profeet, gelijk Jeremia was.Vers 38 Maar dewijl gij zegt: Des Heeren last; daarom, zo zegt de Heere: Omdat gij dit woord zegt: Des Heeren last, daar Ik tot u gezonden heb, zeggende: Gij zult niet zeggen: Des Heeren last;82 Maar dewijl gij zegt: Of: Zult gij dan nog zeggen des HEEREN last? Blijft gij nog even hardnekkig niet vragende naar alle waarschuwingen en dreigementen?Vers 39 Daarom, ziet, Ik zal u ook ganselijk vergeten, en u, mitsgaders de stad, die Ik u en uw vaderen gegeven heb, van Mijn aangezicht laten varen.83 ook ganselijk vergeten, Hebreeuws, vergeten vergetende.84 laten varen. Of, laten heengaan; zulke betekenis van het Hebreeuwse woord is in de heilige Schriftuur algemeen. Anders, [door verwisseling ener letter in het Hebreeuws] uit- of wegrukken, wegrijten.Vers 40 En Ik zal u eeuwige smaadheid aandoen, en eeuwige schande, die niet zal worden vergeten.85 eeuwige smaadheid Hebreeuws, smaadheid der eeuwigheid, en zo in het volgende.86 aandoen, Of, op u leggen.

Lees heel Jeremia 23

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.