Advertentie

Jeremia 12:7-17

11 verzen · 34 kanttekeningen · Statenvertaling

Het land verwoest; profetie over de verwoesters

Vers 7 Ik heb Mijn huis verlaten, Ik heb Mijn erfenis laten varen; Ik heb de beminde Mijner ziel in de hand harer vijanden gegeven.21 huis verlaten, Den tempel; dat is, Ik zal het zekerlijk verlaten, en zo in het volgende.22 erfenis Dat is, mijn volk; zie boven Jer. 10:16; alzo in Jer. 12:8.23 beminde Hebreeuws, de min, of liefde mijner ziel; dat is, die Ik, gelijk een man zijne vrouw, liefhad. Vergelijk boven Jer. 11:15; alzo onrecht voor ongerechtige; Job 24:20.Vers 8 Mijn erfenis is Mij geworden als een leeuw in het woud; zij heeft haar stem tegen Mij verheven, daarom heb Ik haar gehaat.24 verheven, Hebreeuws, gegeven; dat is, zij is stout, trots, wild en onbetoomd, brullende tegen mij en mijne bevelen, waarschuwingen en dreigementen, gelijk een leeuw in het woud.25 gehaat. En vervolgens van mij verstoten, verworpen en verlaten, gelijk Jer. 12:7.Vers 9 Mijn erfenis is Mij een gesprenkelde vogel; de vogelen zijn rondom tegen haar; komt aan, verzamelt, al gij gedierte des velds, komt om te eten!26 een gesprenkelde Dat is, als een vreemde onbekende vogel, die [niet mijn livrei, maar] vele vreemde verven heeft, waar alle andere vogels zullen naar toe vliegen om dien te vernielen. Anders: is [niet] mijne erfenis mij een gevingerde, of geklauwde roofvogel, tegen welken de roofvogels rondom [vliegen]? Te weten de vijanden van alle kanten; of, o gij vogels, [vliegt] rondom tegen haar. Vergelijk Jes. 18:6, Ezech. 39:17, enz.Vers 10 Veel herders hebben Mijn wijngaard verdorven, zij hebben Mijn akker vertreden; zij hebben Mijn gewensten akker gesteld tot een woeste wildernis.27 herders Dat is, vorsten van Babel zullen, enz.; vergelijk onder Jer. 49:19,20, met de aantekening.28 wijngaard Het Joodse volk, gelijk Jes. 5:1, enz.29 akker Of, stuk [land].30 gewensten Hebreeuws, stuk van den wens, of der begeerte.31 woeste wildernis. Hebreeuws, wildernis de woestheid of verwoesting.Vers 11 Men heeft hem gesteld tot een woestheid, verwoest zijnde treurt hij tot Mij; het ganse land is verwoest, omdat er niemand is, die het ter harte neemt.32 Men heeft Hebreeuws, hij heeft gesteld; dat is, een ieder der vijanden, of men heeft, enz.33 hem gesteld Mijn akker.34 ter harte Hebreeuws, op, of aan, in het hart legt, of stelt [vergelijk 2 Sam. 13:33, enz.]; te weten, wat door Jeremia en andere getrouwe profeten door Gods last wordt voorgedragen.Vers 12 Op alle hoge plaatsen in de woestijn zijn verstoorders gekomen; want het zwaard des Heeren verteert van het ene einde des lands tot aan het andere einde des lands; er is geen vrede voor enig vlees.35 hoge plaatsen Daar men anderszins gemeenlijk placht, en nu ook meende heilig en vrij te zijn.36 zwaard Vergelijk onder Jer. 25:29, en Jer. 47:6.37 vrede Dat is, rust, welvaart, voor enige levende ziel, of enig mens; zie Gen. 6:12.38 enig vlees. Hebreeuws, allen.Vers 13 Zij hebben tarwe gezaaid, maar doornen gemaaid; zij hebben zich gepijnigd, maar niet gevorderd; wordt alzo beschaamd vanwege ulieder inkomsten, vanwege de hittigheid van den toorn des Heeren.39 Zij hebben De Joden.40 gepijnigd, Of, wee gedaan, met groten arbeid.41 wordt alzo Dat is, zo zult gij zekerlijk beschaamd worden; vergelijk Ps. 37:3; Spreuk. 3:4. Alzo spreekt God in zijne beloften en dreigementen, vermits de zekerheid van die.42 vanwege Dat is, vanwege het gebrek uwer inkomsten, die gij ziet dat u feilen.Vers 14 Alzo zegt de Heere: Aangaande al Mijn boze naburen, die Mijn erfenis aanroeren, dewelke Ik Mijn volke Israël erfelijk gegeven heb; ziet, Ik zal hen uit hun land uitrukken, maar het huis van Juda zal Ik uit hunlieder midden uitrukken.43 Mijn boze Die rondom mijn volk en land wonen, als Syriërs, Ammonieten, Moabieten, Filistijnen, enz. die Israël bij deze gelegenheid dat Ik hen tuchtig, mede mochten op het lijf vallen.44 erfenis Kanaän. Zie boven Jer. 2:7.45 aanroeren, Zie Gen. 26:11.46 uitrukken, maar Door de vijanden, zie onder Jer. 47,Jer. 48,Jer. 49.47 uitrukken. Dat is, verlossen, uitredden, zodat deze boze naburen hun moed aan Juda niet zullen koelen. Zie gelijk gebruik van enerlei woord boven Jer. 1:17.Vers 15 En het zal geschieden, nadat Ik hen zal uitgerukt hebben, zo zal Ik wederkeren, en Mij hunner ontfermen; en Ik zal hen wederbrengen, een iegelijk tot zijn erfenis, en een iegelijk tot zijn land.48 hen zal uitgerukt Die boze naburen.49 ontfermen; Vergelijk onder Jer. 48:47.Vers 16 En het zal geschieden, indien zij de wegen Mijns volks vlijtiglijk zullen leren, zwerende bij Mijn Naam: Zo waarachtig als de Heere leeft! gelijk als zij Mijn volk geleerd hebben te zweren bij Baäl, zo zullen zij in het midden Mijns volks gebouwd worden.50 de wegen De zaligmakende godsdienst, dien Ik mijne kerk heb voorgeschreven en die bij haar in zwang gaat. Vergelijk Jes. 2:3, enz. Dit ziet op de beroeping der heidenen.51 vlijtiglijk Hebreeuws, lerende zullen leren.52 zwerende Dat is, mij recht naar mijn woord kennende en dienende. Vergelijk boven Jer. 4:2, enz.53 gebouwd worden. Door de predikatie van het Evangelie bekeerd en mijner kerk ingelijfd zijnde, zullen zij den zegen van mijn genadeverbond met hen genieten. Zie Ef. 2:18,19,20,21,22.Vers 17 Maar indien zij niet zullen horen, zo zal Ik diezelve natie ten enenmale uitrukken en verdoen, spreekt de Heere.54 ten enenmale uitrukken Hebreeuws, uitrukken, uitrukkende, of uitplukken, uitplukkende. Vergelijk Jes. 60:12.

Lees heel Jeremia 12

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.