Samenzwering tegen Jeremía
Vers 18 De Heere nu heeft het mij te kennen gegeven, dat ik het wete; toen hebt Gij mij hun handelingen doen zien.48 HEERE Als ik in eenvoudigheid mijn beroep waarnam, volgens Gods last, en op geen kwaad dacht.49 hebt Gij Dit spreekt Jeremia tot God, dien hij als getuige neemt, dat hij hier van niets spreekt uit menselijke onderstellingen of meningen, maar alleen uit de goddelijke openbaring, door een gezicht. Vergelijk onder Jer. 24:1.Vers 19 En ik was als een lam, als een os, die geleid wordt om te slachten; want ik wist niet, dat zij gedachten tegen mij dachten, zeggende: Laat ons den boom met zijn vrucht verderven, en laat ons hem uit het land der levenden uitroeien, dat zijn naam niet meer gedacht worde.50 om te slachten; Ter slachting, om geslacht te worden, dat men hem slachte.51 gedachten Dat is, boze aanslagen en praktijken tegen mij voorhanden.52 den boom Te weten den profeet Jeremia met zijne leer en profetie.53 vrucht Hebreeuws eigenlijk, brood; dat is spijs, en voorts vrucht, als die ter spijs dient.54 land Zie Ps. 27:13.Vers 20 Maar, o Heere der heirscharen, Gij rechtvaardige Rechter, Die de nieren en het hart proeft! laat mij Uw wraak van hen zien; want aan U heb ik mijn twistzaak ontdekt.55 rechtvaardige Hebreeuws, rechter der gerechtigheid, of die gerechtigheid richt.56 nieren De innerlijkste en verborgen gedachten en bewegingen; zie Job 19:27; Ps. 7:10.57 van hen zien; Die Gij van hen zult nemen, of aan hen doen.58 ontdekt. Als mijn advokaat en rechter voorgedragen en bevolen.Vers 21 Daarom, zo zegt de Heere van de mannen van Anathoth, die uw ziel zoeken, zeggende: Profeteer niet in den Naam des Heeren, opdat gij van onze handen niet sterft.59 Anathoth, Zie boven Jer. 1:1.60 ziel zoeken, Naar uw leven staan; zie Exod. 4:19; 2 Sam. 4:8.Vers 22 Daarom, zo zegt de Heere der heirscharen: Ziet, Ik zal bezoeking over hen doen: de jongelingen zullen door het zwaard sterven, hun zonen en hun dochteren zullen van honger sterven.61 bezoeking Dat is, hen straffen; zie Gen. 21:1.Vers 23 En zij zullen geen overblijfsel hebben; want Ik zal een kwaad brengen over de mannen van Anathoth, in het jaar hunner bezoeking.62 overblijfsel Dat is, niemand zal er van overblijven, zij zullen allen omkomen en uitgeroeid worden. Welverstaande, zo zij zich niet bekeren.63 het jaar Of, [te weten] het jaar hunner bezoeking; dat is, hunner straf; alzo onder Jer. 23:12, enz.