Vermaning tot geduld en gebed
Vers 7 Zo zijt dan lankmoedig, broeders, tot de toekomst des Heeren. Ziet, de landman verwacht de kostelijke vrucht des lands, lankmoedig zijnde over dezelve, totdat het den vroegen en spaden regen zal hebben ontvangen.24 zijt dan lankmoedig, Dat is, verdraagt lankmoedig het ongelijk en geweld, dat deze rijken u aandoen.25 tot de toekomst Namelijk om te oordelen; die dan het ongelijk den vromen aangedaan, zal wreken, en aan hun verdrukkers rechtvaardig vergelden 2 Thess. 1:5,6, en dan hen van dezen volkomen verlossen; Luk. 21:28.26 lankmoedig zijnde over Dat is, met lankmoedigheid deze verwachtende.27 den vroegen en Dat is, die nodig is als het land eerst bezaaid is.28 spaden regen Die daarna tegen den tijd van den oogst tot het gewas dienstig is. Zie Deut. 11:14.Vers 8 Weest gij ook lankmoedig, versterkt uw harten; want de toekomst des Heeren genaakt.29 gij ook lankmoedig, Namelijk gelijk de landman. Of gij dan weest lankmoedig.30 versterkt uw harten; Namelijk met een vast vertrouwen dat de Heere Zijn beloften, den gelovigen gedaan, te Zijner tijd zekerlijk zal volbrengen.31 de toekomst des Heeren Namelijk ten oordeel; gelijk tevoren.32 genaakt. Dat is, zal niet lang vertoeven, waarop Hij u van der goddelozen gezelschap en geweld zal verlossen.Vers 9 Zucht niet tegen elkander, broeders, opdat gij niet veroordeeld wordt; ziet, de Rechter staat voor de deur.33 Zucht niet tegen Dat is, geeft elkander geen oorzaak met onbehoorlijke woorden of werken, om tegen elkander daarover te zuchten, dat is, bedroefd te zijn of tot God te klagen.34 de Rechter Namelijk Jezus Christus, die als rechter der wereld alle ongelijk zal straffen.35 staat voor de deur. Dat is, is nabij met Zijn komst, gelijk een die al tot de deur of poort is gekomen, bereid zijnde om in te gaan. Zie Matth. 24:33.Vers 10 Mijn broeders, neemt tot een voorbeeld des lijdens, en der lankmoedigheid de profeten, die in den Naam des Heeren gesproken hebben.36 des lijdens, Grieks van het lijden van het kwaad; dat is der verdrukkingen.37 de profeten, die Hun voorbeeld stelt ook de Heere Christus daartoe voor; Matth. 5:12.38 in den Naam des Dat is, uit last, bevel en ingeven des Heeren. Zie 2 Petr. 1:20,21.Vers 11 Ziet, wij houden hen gelukzalig, die verdragen; gij hebt de verdraagzaamheid van Job gehoord, en gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer.39 het einde des Heeren Dat is, de goede uitkomst, die de Heere aan Job verleend heeft uit al Zijn lijden dat Hij geduldig gedragen heeft. Zie van deze Job 42:10.40 zeer barmhartig Grieks is van vele ingewanden; en wordt door de ingewanden verstaan een inwendige beroering des gemoeds tot barmhartigheid. Zie Luk. 1:78; Filipp. 2:1; Col. 3:12.Vers 12 Doch voor alle dingen, mijn broeders, zweert niet, noch bij den hemel, noch bij de aarde, noch enigen anderen eed; maar uw ja, zij ja, en het neen, neen; opdat gij in geen oordeel valt.41 zweert niet, Namelijk lichtvaardig; of uit mismoedigheid, gelijk de mensen in tegenspoed menigmaal plegen. Zie ook Matth. 5:34, en Matth. 23:16,18. Want anders is een wettig eedzweren bij den naam Gods niet verboden; Hebr. 6:16.42 noch bij den hemel, Dat is, niet bij enige schepselen, gelijk velen gewoon waren te doen, die meenden als zij den naam Gods niet uitdrukten in hunne reden, dat zij dan deze niet ontheiligden, of lichtvaardig misbruikten; gelijk ook de Farizeën leerden. Zie Matth. 5:34, enz.43 noch enigen anderen Die lichtvaardigheid of bij enige andere schepselen zou gedaan worden.44 uw ja, zij ja, Dat is, de waarheid eenvoudig uitdrukkende met ja, en desgelijks, als iets ontkend wordt, het eenvoudig uitdrukkende met neen, zonder enigen eed daarbij te doen in uw gewone rede, samensprekingen of handelingen.45 in geen oordeel valt. Dat is, straf die God gedreigd heeft dengenen die Zijn naam lichtvaardig misbruiken, Exod. 20:7. Zie van deze wijze van spreken Matth. 23:14; Luk. 23:40; Rom. 2:3, en Rom. 13:2; 1 Cor. 11:29; Jak. 3:1. Anderen lezen in geveinsdheid; waarmee dan aangewezen zou worden, dat zodanige lichtvaardige eden, òf bij de schepselen uit geveinsdheid gedaan worden, òf de mensen tot geveinsdheid brengen, gelijk blijkt in de Farizeën; Matth. 23:19.Vers 13 Is iemand onder u in lijden? Dat hij bidde. Is iemand goedsmoeds? Dat hij psalmzinge.46 in lijden? Namelijk van enig kwaad, gelijk het Griekse woord meebrengt.Vers 14 Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den Naam des Heeren.47 krank onder u? Namelijk van lichamelijke ziekte.48 de ouderlingen Namelijk die de gave hebben van gezondmaking door wonderen, welke toen sommigen leraars en ouderlingen gegeven werd. Zie 1 Cor. 12:9.49 over hem Of voor hem.50 bidden, hem Zo heeft gebeden Elia over den zoon der weduwe, 2 Kon. 4:33; Christus over Lazarus, Joh. 11:41, en Paulus over Eutichus Hand. 20:10, namelijk dat God hem zijn zonden wil vergeven en zijn gezondheid wedergeven.51 zalvende met olie Namelijk naar het voorbeeld der discipelen, die van Christus ontvangen hebbende de gave van wonderbaarlijke gezondmaking, daartoe olie gebruikten, Mark. 6:13; niet dat in de olie enige verborgen kracht was om de ziekten te genezen, maar zij gebruikten deze als een buitengewoon teken, waaruit bekend was, dat door hun dienst zulk een wonder van God geschiedde tot bevestiging van hun leer; gelijk men ziet dat Christus en de apostelen, in het genezen van de ziekten nu speeksel, slijk, aanrakingen, oplegging der handen, dan hunne schaduwen, gordels en zweetdoeken daartoe gebruiken. Welke gave van wonderbaarlijke gezondmaking, daar zij nu vele honderden jaren opgehouden heeft, als niet meer nodig zijnde, daar de Evangelische leer genoegzaam met wonderen is bevestigd, zo wordt tevergeefs en spottend dit uiterlijk teken nog heden als een sacrament gebruikt, en nog meer wordt het bijgelovig misbruikt, als men meent dat zulke zalving kracht heeft om de zonden weg te nemen en tot zaligheid der zielen dienstig is.52 in den Naam des Heeren. Dat is, aanroepende de naam des Heeren die de bewerker is van zulke wonderbaarlijke gezondmaking.Vers 15 En het gebed des geloofs zal den zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden.53 het gebed des geloofs Dat is, dat zo door de ouderlingen als door de zieken uit waar geloof tot den Heere gedaan wordt.54 behouden, Dat is, zal de zieken verlossen van de lichamelijke ziekte, naar den wil des Heeren.55 de Heere zal hem Namelijk als zijnde de werkmeester van deze wonderbaarlijke gezondmaking. Hetwelk uitdrukkelijk daarbij gedaan wordt, opdat men niet mene, dat de olie of het uitgesproken gebed, zulke kracht zou hebben in zichzelve.56 oprichten, en zo Of ophelpen; namelijk uit zijn ziekte.57 zonden gedaan zal Namelijk om welke God hem die ziekte zou mogen toegezonden hebben; gelijk Joh. 5:14; 1 Cor. 11:30.58 vergeven worden. Namelijk van den Heere, als men Hem daarom behoorlijk bidt.Vers 16 Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel.59 Belijdt elkander de De apostel wil hiermee niet leren, dat de gelovigen al hun zonden zouden moeten openbaren en belijden aan een kerkedienaar, om van hem ontslag of vergeving te verkrijgen, gelijk verkeerd gemeend wordt. Want hij spreekt hier uitdrukkelijk van een belijdenis, die men elkander moet doen, dat is de ene gelovige aan den ander, en dat ook onderling, naar gelegenheid der zaken, en worden door de zonden verstaan, in de eerste plaats die zonden, die de ene gelovigen tegen den ander zou mogen gedaan hebben, waardoor de liefde van den naaste verbroken en onvrede zou mogen ontstaan zijn; waarvan de apostel wil dat degene, die tegen zijnen naaste misdaan heeft, zijne schuld zal belijden of bekennen, en met hem daarover verzoenen, gelijk ook Christus leert Matth. 5:23, hetwelk, gelijk het ten allen tijde wel behoort te geschieden, zo is het inzonderheid nodig als men ziek is. Daarbenevens zo iemand in enige zonde zou mogen gevallen zijn, waarover hij zo bezwaard is, dat hij zichzelf alleen niet wel kan troosten, dat hij dan die zonde openbare aan een ander, hetzij kerkedienaar, of enig ander goed vriend, om van dezen getroost te worden uit Gods Woord en om hem te helpen bidden, dat die zonde hem door God mag vergeven worden; gelijk de volgende woorden medebrengen.60 bidt voor elkander, Namelijk om vergeving der zonden, die men elkander beleden heeft, als om de gezondheid des lichaams wanneer iemand ziek is, gelijk in Jak. 5:15.61 gezond wordt; Namelijk naar lichaam en naar ziel.62 krachtig gebed Dat is, vurig en oprecht; of sterk aanhoudende.63 des rechtvaardigen Dat is, van een vroom gelovig mens.Vers 17 Elias was een mens van gelijke bewegingen als wij; en hij bad een gebed, dat het niet zou regenen; en het regende niet op de aarde in drie jaren en zes maanden.64 bewegingen als wij; Of lijden. Zie Hand. 14:15, hetwelk daarbij gedaan wordt, opdat men niet zou menen dat Elia vanwege zijn groten ijver en godzaligheid enige verdienste in het bidden bij God zou hebben gehad, daar hij zijn zwakheden ook gehad heeft, en alleen uit genade door God is verhoord.65 bad een gebed, Of bad met een gebed; ene Hebreeuwse wijze van spreken, door welke verdubbeling te kennen gegeven wordt, dat hij zeer sterk bad.66 op de aarde in Dat is, over het land der Israëlieten. Want het was geen algemene droogte over de ganse wereld.Vers 18 En hij bad wederom, en de hemel gaf regen, en de aarde bracht haar vrucht voort.Vers 19 Broeders, indien iemand onder u van de waarheid is afgedwaald, en hem iemand bekeert,67 van de waarheid Namelijk der Evangelische leer, hetzij in gevoelen, of in wandel.68 bekeert, Namelijk door onderrichtingen in den gezonde leer en ernstige vermaningen tot boetvaardigheid, welke middelen zijn waardoor God de mensen bekeert; en worden aan deze middelen toegeschreven hetgeen Gods eigen werk is, omdat Hij daardoor krachtig werkt.Vers 20 Die wete, dat degene, die een zondaar van de dwaling zijns wegs bekeert, een ziel van den dood zal behouden, en menigte der zonden zal bedekken.69 een ziel Namelijk des dwalenden; Jud.:23.70 van den dood zal Namelijk van den eeuwigen dood.71 behouden, en Namelijk als een werktuig zijnde van deze behoudenis. Zie dergelijke 1 Tim. 4:16.72 der zonden zal Namelijk des afgedwaalden.73 bedekken. Dat is, zal het daartoe brengen, dat God de zonden des afgedwaalden bedekken en hem niet toerekenen zal; en ook dat zijn zonden bij de mensen vergeten en vergeven zullen worden.