Christus overtreft Mozes
Vers 1 Hierom, heilige broeders, die der hemelse roeping deelachtig zijt, aanmerkt den Apostel en Hogepriester onzer belijdenis, Christus Jezus;1 heilige broeders, Namelijk dewijl wij verstaan hebben, dat Christus waarachtig God is, en ééne natuur met ons deelachtig is geworden, gelijk in Hebr. 1,2 is bewezen.2 der hemelse roeping Dat is, die uit den hemel is, Filipp. 3:14, en ons tot hemelse dingen vermaant, 2 Thess. 2:14. En alzo onderscheidt hij de gelovige Joden van de ongelovigen en hardnekkigen.3 aanmerkt den Namelijk zo, dat gij Hem gehoorzaam blijft. Het Griekse woord betekent ene aanmerking met grote aandacht.4 Apostel Dat is, gezant des Vaders, om ons den raad Gods van onze zaligheid te openbaren. Zie Joh. 20:21.5 Hogepriester Namelijk om ons met God te verzoenen; van welk ambt hij breder zal handelen in Hebr. 5,6.6 onzer belijdenis, Christus Jezus; Dat is, der evangelische leer, waarvan wij belijdenis doen.Vers 2 Die getrouw is Dengene, Die Hem gesteld heeft, gelijk ook Mozes in geheel zijn huis was.7 Die Hem gesteld heeft, Grieks die hem gemaakt heeft; namelijk tot een apostel, profeet en hogepriester. Zie 1 Sam. 12:6; Hand. 2:36.8 zijn huis was. Dat is, Zijne gemeente, die het huis Gods genoemd wordt, omdat Hij daarin door Zijn woord, genade en Geest woont. Zie Matth. 18:20; 1 Tim. 3:15.Vers 3 Want Deze is zoveel meerder heerlijkheid waardig geacht dan Mozes, als degene, die het huis gebouwd heeft, meerder eer heeft, dan het huis.9 Deze is zoveel meerder Namelijk Christus, de apostel en hogepriester onzer belijdenis.10 gebouwd heeft, Of toegerust, toebereid.11 dan het huis. Namelijk dat door Hem gebouwd is, namelijk Zijn gemeente, waarvan Mozes een lidmaat is.Vers 4 Want een ieder huis wordt van iemand gebouwd; maar Die dit alles gebouwd heeft, is God.12 Die dit alles gebouwd heeft, Dat is, teweeggebracht heeft, wat tot den welstand Zijner gemeente behoort.13 is God. Waaruit dan noodwendig volgt dat Christus ook deze ware God is, die dit alles heeft gebouwd, zoals hij in Hebr. 3:3 getuigd had.Vers 5 En Mozes is wel getrouw geweest in geheel zijn huis, als een dienaar, tot getuiging der dingen, die daarna gesproken zouden worden;14 tot getuiging der dingen, Of tot getuigenis. Dit zegt de apostel van de voorzeggingen en ceremoniën des Ouden Testaments, die door Mozes en de profeten zijn voorgesteld, en daarna door Christus en de apostelen nader en breder zouden verklaard worden, gelijk Mozes zelf getuigt; Deut. 18:15.Vers 6 Maar Christus, als de Zoon over Zijn eigen huis; Wiens huis wij zijn, indien wij maar de vrijmoedigheid en den roem der hoop tot het einde toe vast behouden.15 als de Zoon Dat is, als de eigen Zoon en erfgenaam, want anders was ook Mozes een zoon Gods door het geloof.16 huis wij zijn, Dat is, gemeente, of huisgenoten; gelijk Hebr. 3:2.17 de vrijmoedigheid Dat is, het geloof of vertrouwen op Christus, waardoor wij een vrijmoedigen toegang hebben tot God, als tot onzen Vader. Zie hierna Hebr. 10:22, en Rom. 8:15, enz.18 de roem der hoop Dat is, waardoor wij van Gods gunst en toekomende heerlijkheid durven roemen; Rom. 5:2,3.