Zegenbede en groeten
Vers 20 De God nu des vredes, Die den grote Herder der schapen, door het bloed des eeuwigen testaments, uit de doden heeft wedergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus,44 De God nu des vredes, Met dit gebed besluit de apostel naar zijn gewoonte den brief, en noemt God een God des vredes, gelijk Rom. 15:33, en Rom. 16:20; 2 Cor. 13:11; ten aanzien van het Evangelie des vredes, waardoor ons vrede met God en de mensen wordt verkondigd en inderdaad medegedeeld. Zie Luk. 2:14; Rom. 5:1; Ef. 2:14,15.45 grote Herder der schapen, Namelijk Jezus Christus, gelijk volgt, dien de apostel zo noemt, niet alleen omdat Hij op een bijzondere wijze Zijn schapen heeft verlost, maar ook omdat Hij is een herder van alle herders. Zie Joh. 10:11, enz.; 1 Petr. 5:4.46 door het bloed Dat is, waardoor het nieuwe en dies ook eeuwig blijvende Testament is bevestigd, Hebr. 9:12. En kunnen deze woorden in het bloed, of door het bloed gevoegd worden, òf bij de woorden groten herder der schapen, alzo dat Hij daarom een groot een goed herder is, omdat Hij Zijn schapen door Zijn bloed in eeuwigheid heeft verzoend; òf ook bij de woorden uit de doden heeft wedergebracht; omdat Hij door Zijn bloed het eeuwige Testament bevestigd hebbende, naar de voorzegging der profeten, van den dood niet langer kon gehouden worden, gelijk Petrus getuigt Hand. 2:24, enz.47 des eeuwigen testaments, Dat is, dat nimmermeer veranderd wordt, gelijk het eerste veranderd is; en dienvolgens van een eeuwigdurende kracht is.Vers 21 Die volmake u in alle goed werk, opdat gij Zijn wil moogt doen; werkende in u, hetgeen voor Hem welbehagelijk is, door Jezus Christus; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.48 volmake u in alle goed werk, Of bereide u, make u bekwaam in alle goede werken; dat is, volbrenge in u hetgeen daar nog zou ontbreken, gelijk het Griekse woord eigenlijk beduidt.49 werkende in u, Grieks makende in u; namelijk door Zijnen Heiligen Geest. Zie Filipp. 2:13.50 Denwelken zij de heerlijkheid Namelijk Christus Jezus. Deze lof wordt niemand dan den waren en eeuwigen God in Gods Woord immer gegeven.51 in alle eeuwigheid. Grieks in eeuwigheden eeuwigheden.Vers 22 Doch ik bid u, broeders, verdraagt het woord dezer vermaning; want ik heb u in het kort geschreven.52 verdraagt het woord dezer vermaning; De apostel spreekt hier zo, om te verzachten de scherpheid van sommige vermaningen, die in dezen brief voorkomen, voornamelijk Hebr. 6en Hebr. 10.53 in het kort geschreven. Dit wordt gezegd, niet ten opzichte van andere brieven, maar ten opzichte van de overvloedigheid en zwaarheid der stof, die de apostel hier in het kort verhandelt.Vers 23 Weet, dat de broeder Timotheüs losgelaten is, met welken (zo hij haast komt) ik u zal zien.54 Timotheüs losgelaten is, Hieruit schijnt, dat Timotheüs ergens in Azië gevangen is geweest, gelijk enigen ook besluiten uit 1 Tim. 6:12, hoewel Lukas in de handelingen der apostelen daarvan geen gewag maakt, dewijl hij in zijn geschiedenissen niet verder gaat dan tot de gevangenschap binnen Rome.55 ik u zal zien. Hieruit besluiten enigen dat Paulus van zijn gevangenschap vrij was, toen hij deze brief schreef, gelijk zulks ook van velen genomen wordt uit 2 Tim. 4:17,18, en vele oude leraars schrijven, dat hij na zijn eerste loslating te Rome nog een reis in Syrië en andere plaatsen heeft gedaan. Doch deze woorden kunnen ook verstaan worden van de goede hoop, die hij toen van zijn loslating had, waarvan in Hebr. 13:19 hiervoor is gesproken.Vers 24 Groet al uw voorgangeren, en al de heiligen. U groeten die van Italië zijn.56 voorgangeren, Dat is, herders en leraars, gelijk hiervoor Hebr. 13:7,17.57 de heiligen. Dat is, gelovige christenen, gelijk alom in de titels van de brieven van Paulus te zien is.58 van Italië zijn. Dat is, niet alleen van Rome, maar ook degenen, die uit geheel Italië hem in zijn gevangenschap dikwijls bezochten. Zie Hand. 28:30,31.Vers 25 De genade zij met u allen. Amen.59 De genade zij met u allen. Namelijk Jezus Christus; gelijk de apostel in andere brieven daarbij doet.