Vermaning tot volharding naar het voorbeeld van Christus
Vers 1 Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is;1 een wolk der getuigen Dat is, zulk een hoop of menigte van getuigen, als in Hebr. 11verhaald zijn, die in het geloof en de hoop standvastig en lijdzaam hebben volhard.2 rondom ons hebben liggende, Zo spreekt de apostel, omdat gelijk een wolk, die rondom ons in het lucht hangt, altijd van ons gezien wordt, hoe wij ons keren, wij ook alzo waar wij ons keren in Gods woord, deze voorbeelden voor ogen vinden.3 allen last, Namelijk van wereldse zorg, bekommering en wellusten, gelijk ook Christus de zijnen vermaant Luk. 21:34.4 de zonde, Hij verstaat hier inzonderheid de zonde van begeerlijkheid, die vanzelf uit de overblijfselen der verdorvene natuur lichtelijk in ons rijst, of door de gelegenheden, die uitwendig voorvallen, ons in onzen Christelijken loop verhinderingen voortbrengt, die wij moeten wederstaan en van ons werpen. Zie Rom. 8:1,13.5 die ons lichtelijk omringt, Grieks die lichtelijk ons omstaat.6 met lijdzaamheid lopen Of door lijdzaamheid lopen. Want als de loopbaan lang is en zwarigheden op den weg zijn, zo is ook lijdzaamheid in het lopen van node, om niet te bezwijken.7 de loopbaan, Of den loopstrijd. Want beide betekent het Griekse woord agon. En elders vergelijkt de Heilige Schrift ook den stand en het leven van een Christen met een loop om den prijs, of een strijd in het lopen; 1 Cor. 9:24; 2 Tim. 4:7.Vers 2 Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God.8 Ziende op den overste Leidsman Namelijk vooral; want, hoewel wij ook wèl doen, ziende op de voorgaande getuigen, zo moeten wij nochtans vooral onze ogen hierin op Christus slaan, die de leidsman tot het geloof is, en de volmaker daarvan.9 voor de vreugde, Dat is, in plaats van de vreugde, namelijk welker gebruik hij had kunnen behouden, ten ware dat hij zich om onzentwil had vernederd en het kruis verkoren; Filipp. 2:6, enz. Anderen zetten het over, om de vreugde; namelijk waartoe Hij door Zijn lijden, niet alleen zelf zou komen, maar ook de gelovigen brengen; Luk. 24:26; 1 Petr. 1:11.10 schande veracht, Namelijk die hem van de zondaren aangedaan werd in leven en sterven, gelijk in Hebr. 12:3 verklaard wordt.11 is gezeten aan de rechter hand Namelijk daarna, als hij dit alles standvastig en lijdzaam had overwonnen, ons ook tot een voorbeeld van een gelukkige uitkomst.Vers 3 Want aanmerkt Dezen, Die zodanig een tegenspreken van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet verflauwt en bezwijkt in uw zielen.12 Dezen, Die zodanig Namelijk Jezus, die zo groot en heerlijk is, dat wij bij Hem niet kunnen vergeleken worden.13 tegenspreken Hierdoor wordt alle verachting, smaad en hoon verstaan, die Christus tot den schandelijken dood van het kruis toe is aangedaan.14 van de zondaren tegen Zich Dat is, van de goddeloze en onrechtvaardige mensen, die Hij met één woord had kunnen verslaan, gelijk dit woord ook gebruikt wordt Ps. 1:1; Joh. 9:25,31.15 verflauwt en bezwijkt Of verslapt.16 in uw zielen. Dat is, in de volstandige hoop en lijdzaamheid uwer ziel.Vers 4 Gij hebt nog tot den bloede toe niet tegengestaan, strijdende tegen de zonde;17 tot den bloede toe niet tegengestaan, Dat is, tot het uiterste of tot den dood toe.18 tegen de zonde; Sommigen nemen hier het woord zonde voor zondaren, gelijk Hebr. 12:3 is uitgedrukt. Anderen voor de zonde zelf, die in ons is, waar hij Hebr. 12:1 van gesproken heeft, die wij met zwaren strijd moeten afleggen, ook zelfs door de kastijding en verdrukkingen, gelijk Hebr. 12:10,11 wordt verklaard.Vers 5 En gij hebt vergeten de vermaning, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht niet klein de kastijding des Heeren, en bezwijkt niet, als gij van Hem bestraft wordt;19 En gij hebt vergeten Of hebt gij vergeten, enz.? vragenderwijze.20 vermaning, Namelijk der wijsheid; Spreuk. 3;11,12.21 de kastijding des Heeren, Het Griekse woord paideia betekent eigenlijk een kastijding die den kinderen tot hunne verbetering wordt aangedaan.22 bestraft wordt; Of wedersproken, met woorden getuchtigd.Vers 6 Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt.23 die Hij aanneemt. Dat is, voor zijn zoon erkent en houdt.Vers 7 Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?)24 verdraagt, Namelijk lijdzaam, of gewillig, als voren.25 zo gedraagt Zich God Dat is, zulks is u een zeker teken, dat gij rechte kinderen zijt, en dat God u die toezendt als een vader. Want de goddelozen worden ook wel van God gestraft, maar als van een rechter, en spreken dikwijls godslasteringen tegen den God des hemels in deze straffingen; zie Openb. 16:10,11; of vallen in wanhoop, gelijk Saul, Judas, enz.26 als zonen, Namelijk ware en rechte kinderen.Vers 8 Maar indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden, en niet zonen.27 bastaarden en niet zonen. Namelijk die de vaders dikwijls verre van zich doen, en voor wie zij geen rechte zorg menigmaal dragen, omdat zij hunne rechte erfgenamen niet zijn.Vers 9 Voorts, wij hebben de vaders onzes vleses wel tot kastijders gehad, en wij ontzagen hen; zullen wij dan niet veel meer den Vader der geesten onderworpen zijn, en leven?28 onzes vleses wel tot kastijders gehad, Dat is, onzer lichamen, gelijk de tegenstelling van den vader der geesten vereist.29 den Vader der geesten Dat is, den vader der zielen, gelijk dit woord geesten ook hierna Hebr. 12:23 wordt gebruikt. En wordt God een Vader der geesten bijzonder genoemd, omdat onze zielen van Hem zonder middel in de lichamen worden geschapen. Zie hiervan ook Num. 16:22, en Num. 27:16; Pred. 12:7; Zach. 12:1.Vers 10 Want genen hebben ons wel voor een korten tijd, naar dat het hun goed dacht, gekastijd; maar Deze kastijdt ons tot ons nut, opdat wij Zijner heiligheid zouden deelachtig worden.30 voor een korten tijd, Grieks voor weinige dagen; dat is, in de jaren onzer jonkheid.31 Zijner heiligheid Want door het afsterven der zonde, en door de oefening der lijdzaamheid, nemen wij meer en meer toe in de heiligheid, waartoe de kastijdingen middelen en werktuigen zijn.Vers 11 En alle kastijding als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen, die door dezelve geoefend zijn.32 een vreedzame vrucht Dat is, der gerechtigheid die onzen conscientiën vrede en blijdschap toebrengt, in plaats van de droefheid, die ons de kastijding aandeed, namelijk dewijl wij daardoor verzekerd worden, dat wij rechte kinderen zijn.33 geoefend zijn. Namelijk met geduld en lijdzaamheid, gelijk voren.Vers 12 Daarom richt weder op de trage handen, en de slappe knieën;34 Daarom richt weder op Namelijk om met blijdschap in de loopbaan tot het einde toe te lopen. En een besluit van deze vermaning is in Hebr. 12:1 voorgesteld.Vers 13 En maakt rechte paden voor uw voeten, opdat hetgeen kreupel is, niet verdraaid worde, maar dat het veelmeer genezen worde.35 paden voor uw voeten, Of gangen met uwe voeten.36 verdraaid worde, Dat is, meer en meer uit den weg, of uit het lid wijken. De apostel gaat voort in de begonnen gelijkenis van het lopen in de rechte baan tot het einde toe, en dat zonder aan de ene of de andere zijde af te wijken. Want velen onder de Joden tot het christendom bekeerd, zagen altijd om naar het Jodendom, en gingen niet rechtuit, zie Hand. 15:1; Gal. 2:14.