Vermaning tot volharding in het geloof
Vers 19 Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus,33 Dewijl wij dan, Hier begint de apostel het tweede deel van dezen brief; namelijk de vermaningen van den schuldigen plicht der gelovigen. En vermaant hen in het overige deel van dit hoofdstuk tot vrijmoedigheid in het geloof, tot standvastigheid in de belijdenis en tot lijdzaamheid in de verdrukking.34 in te gaan Grieks tot den ingang des heiligdoms; dat is, om door geloof, hoop en gebeden regelrecht tot God te gaan in den hemel; Rom. 5:2; Ef. 3:12.Vers 20 Op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees;35 versen en Het Griekse woord betekent eigenlijk dat vers is geslacht; hetwelk hier op de offerande van Christus ziet, die vers geslacht was en allen tijd in volle kracht blijft.36 levenden Dat is, levendmakenden, gelijk Joh. 6:51, want Christus' dood is ons leven.37 weg, Zo noemt hij Christus voor ons geofferd, omdat wij door Hem en Zijn verdiensten tot God toegang hebben. Zie Joh. 14:6.38 ingewijd heeft Of, nieuw voorbereid, of voorgesteld heeft. Zie Hebr. 9:18.39 Zijn vlees; Dat is, Zijn menselijke natuur, waardoor Zijn Goddelijke natuur bedekt werd, gelijk door het voorhangsel de ark des Verbonds en de genadestoel, met het gehele heilige der heiligen.Vers 21 En dewijl wij hebben een groten Priester over het huis Gods;40 over het huis Gods; Dat is, de ganse gemeente Gods. Zie hiervoor Hebr. 3:6.Vers 22 Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water.41 waarachtig hart, Dat is, ongeveinsd, oprecht gemoed.42 onze harten Dat is, onze zielen of gedachten, wil en genegenheden.43 gereinigd zijnde Grieks besprengd; dat is, met besprenging van het bloed van Christus gereinigd en bevrijd zijnde van de kwade conscientie. Zie hiervoor Hebr. 9:14.44 het lichaam gewassen Dat is, onze uitwendige daden of werken, die door het lichaam geschieden.45 met rein water. Dat is, door de werking van den Geest van Christus, die door rein water doorgaans wordt aangeduid. Zie Ezech. 36:25; 1 Joh. 5:6.Vers 23 Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vast houden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw);46 der hoop Namelijk die in ons is; 1 Petr. 3:15.47 vast houden Dat is, standvastig behouden, zonder daar af te wijken, of ons daarvan te laten afleiden.48 is getrouw); Namelijk in het volbrengen van hetgeen hij beloofd heeft.Vers 24 En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken;49 elkander acht nemen, Of, elkander waarnemen.Vers 25 En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert.50 bijeenkomst niet nalaten, Namelijk in de Christelijke vergaderingen, die tot gehoor van Gods woord, algemene gebeden, en gebruik der heilige sacramenten aangericht zijn. Zie Hand. 2:42, en Hand. 20:7; 1 Cor. 11:20, enz.51 de gewoonte hebben, Namelijk die van de waarheid afvallen, of uit vrees der Joden, of ook door nalatigheid, of uit een groot gevoelen van zichzelf, of uit andere oorzaken hierin vertragen. Zie Matth. 18:20.Vers 26 Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden;52 willens zondigen, Dat is, moedwillig afvallen van dit geloof, hetwelk de apostel hier heeft beschreven, gelijk hierna Hebr. 10:29 deze zonde breder wordt verklaard, die de apostel ook hiervoor, Hebr. 6:6, een afvallen heeft genoemd. Hij spreekt dan hier niet van allerlei zonde of afval, maar van die zonde, die Christus noemt de zonde of lastering tegen den Heiligen Geest, Matth. 12:32, en van de zonde tot den dood, waar Johannes van spreekt, 1 Joh. 5:16, gelijk blijkt uit de volgende eigenschappen, die hierna vermeld worden.53 geen slachtoffer meer over Namelijk dewijl zodanigen het enige slachtoffer van het Nieuwe Testament, namelijk van den Heere Jezus en Zijn verdienste moedwillig verwerpen en verachten. En schijnt hier ook de apostel te zien op de plaats Num. 15:30,31, daar ook zelfs naar de wet geen offerande tot verzoening wordt toegelaten voor degenen, die met opgeheven hand zondigden, en den Heere versmaadden, maar zonder genade uit het volk moesten uitgeroeid worden.Vers 27 Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden.54 de tegenstanders Dat is, de vijanden van Gods waarheid en vervolgers van deze.Vers 28 Als iemand de wet van Mozes heeft te niet gedaan, die sterft zonder barmhartigheid, onder twee of drie getuigen;55 te niet gedaan, Dat is, verworpen, verlaten, verloochend, of daarvan afvallig is geworden, gelijk Deut. 13:5,6,7, en Deut. 17:2, wordt verklaard. Want hoewel er meer moedwillige zonden waren, die met den dood werden gestraft, nochtans zo ziet de apostel inzonderheid op deze zonde van den moedwilligen afval, gelijk het Griekse woord athetein, dat is, afzetten of teniet doen, en de vergelijking van Hebr. 10:29 medebrengt.Vers 29 Hoeveel te zwaarder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden, die den Zoon van God vertreden heeft, en het bloed des testaments onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en den Geest der genade smaadheid heeft aangedaan?56 vertreden heeft, Dat is, moedwillig veracht en verworpen heeft. Want hetgeen men vertreedt, pleegt men met verachting en verwerping zo te behandelen.57 het bloed des testaments Dat is, het bloed van Jezus Christus, door hetwelk het Nieuwe Testament is bevestigd; Matth. 26:28.58 onrein geacht heeft, Grieks gemeen; dat is, profaan, onheilig, Mark. 7:2; Hand. 10:14. Want hetgeen men verwerpt of verzaakt, dat houdt men voor onrein of onheilig in zaken van den godsdienst.59 geheiligd was, Namelijk uitwendig, ten aanzien van zijn voorgaande belijdenis, aangaande het gehoor van het Goddelijke woord, gebruik der heilige Sacramenten en afscheiding van andere gemene mensen, namelijk Joden en heidenen. Hoewel de zodanige de ware wedergeboorte niet deelachtig was, gelijk Johannes getuigt, 1 Joh. 2:19, en gelijk zulke, 2 Petr. 2:22, evenwel nog honden en zeugen worden genoemd, al worden zij reeds van hun uitwendig slijk gewassen en de onreinheid van afgoderij en andere onheiligheden hadden verlaten.60 den Geest der genade Dat is, den Heiligen Geest, die in hen enigen smaak van Gods genade begon te werken, waarover zij zich ook enen tijd verblijdden. Zie hiervan breder Hebr. 6:5.Vers 30 Want wij kennen Hem, Die gezegd heeft: Mijn is de wraak, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En wederom: De Heere zal Zijn volk oordelen.61 Die gezegd heeft: Namelijk Deut. 32:35,36 waar de Heere belooft, dat Hij Zijn volk zal wreken over hunne vijanden, en oordelen, dat is, richten en beschermen tegen alle vervolgers en verdrukkers. En hier valt op te merken, dat de apostel de woorden der Griekse overzetters naar den Hebreeuwsen tekst verandert en verbetert.Vers 31 Vreselijk is het te vallen in de handen des levenden Gods.62 te vallen in de handen Namelijk als Hij wraak doet over Zijn vijanden. Anderszins is het beter te vallen in de handen van God dan der mensen, als Hij de Zijnen genadig tuchtigt; 2 Sam. 24:14.Vers 32 Doch gedenkt de vorige dagen, in dewelke, nadat gij verlicht zijt geweest, gij veel strijd des lijdens hebt verdragen.63 nadat gij verlicht zijt geweest, Namelijk eerst, toen gij gelovig geworden zijt, en door den doop de gemeente van Christus zijt ingelijfd. Hoeveel te meer dan, wil hij zeggen, moet gij standvastig zijn en tegen alle verdrukkingen gewapend, nadat gij nu Christus lang hebt beleden en Hem gediend.Vers 33 Ten dele, als gij door smaadheden en verdrukkingen een schouwspel geworden zijt; en ten dele, als gij gemeenschap gehad hebt met degenen, die alzo behandeld werden.64 een schouwspel geworden zijt, Dit kan genomen worden òf eigenlijk, dewijl de Christenen dikwijls in de schouwspelen voor de beesten werden geworpen, 1 Cor. 15:32, òf bij gelijkenis, omdat zij in het openbaar in de synagogen en rechthuizen schandelijk ten toon werden gesteld en kwalijk behandeld, gelijk Christus voorzegt, Luk. 12:11, en Luk. 21:12, en Paulus van zich en andere apostelen spreekt, 1 Cor. 4:9.65 gemeenschap gehad hebt Dat is, medelijden gehad hebt, en alle broederlijke hulp bewezen hebt.Vers 34 Want gij hebt ook over mijn banden medelijden gehad, en de roving uwer goederen met blijdschap aangenomen, wetende, dat gij hebt in uzelven een beter en blijvend goed in de hemelen.66 over mijn banden medelijden gehad, Namelijk wanneer ik te Jeruzalem overvallen en gevangen ben, en genoodzaakt ben geweest mij op den keizer te beroepen, om het geweld der Joden te ontgaan, toen zonder twijfel de gelovige Joden groot mededogen met Paulus hebben gehad en hem alle hulp bewezen. Zie Hand. 21:33.67 met blijdschap aangenomen, Namelijk naar de vermaning en belofte van Christus, Matth. 5:11,12, en naar het voorbeeld der apostelen; Hand. 5:41. Zie ook 1 Thess. 2:14.68 in uzelven Dat is, in de hoop die in u is.Vers 35 Werpt dan uw vrijmoedigheid niet weg, welke een grote vergelding des loons heeft.69 uw vrijmoedigheid niet weg, Dat is, uw vrijmoedige belijdenis, spruitende uit de vrijmoedigheid van het geloof en van de hoop op God, gelijk hiervoor Hebr. 10:23 uitgedrukt staat. Of uw vertrouwen.70 vergelding des loons heeft. Namelijk uit genade en om Christus' wil. Zie Rom. 11:35; Col. 3:24; Hebr. 13:21.Vers 36 Want gij hebt lijdzaamheid van node, opdat gij, den wil van God gedaan hebbende, de beloftenis moogt wegdragen;71 lijdzaamheid van node, Dat is standvastigheid en lijdzame verwachting der vervulling van Gods belofte, gelijk het bewijs, dat de apostel hier uit de plaats van Habakuk haalt, medebrengt.72 de beloftenis moogt wegdragen; Dat is, beloofde zaak of erfenis. Zie Gal. 3:22.Vers 37 Want: Nog een zeer weinig tijds en Hij, Die te komen staat, zal komen, en niet vertoeven.73 Nog een zeer weinig tijds Namelijk is er overig. Deze woorden zijn genomen uit Hab. 2:3; Hagg. 2:7, die de apostel niet van woord tot woord bijbrengt, maar vermeldt den zin daarvan en past ze tot zijn voornemen.74 Hij, Die te komen staat, Namelijk de Messias, Christus.Vers 38 Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven; en zo iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen.75 zal uit het geloof leven; Zie nader van deze overzetting Rom. 1:17.76 zo iemand zich onttrekt, Namelijk van dit geloof en lijdzame verwachting, door afval of verloochening van Christus en Zijn waarheid.Vers 39 Maar wij zijn niet van degenen, die zich onttrekken ten verderve, maar van degenen, die geloven tot behouding der ziel.77 Maar wij zijn niet Hiermede verzacht de apostel het voorgaande dreigement, namelijk dat hij zulk gevoelen van hen niet heeft, hoewel hij zo spreekt, gelijk hij ook in dergelijke waarschuwing hiervoren, Hebr. 6:9, heeft gedaan.78 van degenen, Grieks der onttrekking.79 van degenen, die geloven Grieks des geloofs.80 behouding Of, verkrijging, verwerving.81 der ziel. Dat is, van de zaligheid der ziel; gelijk Christus ook spreekt Matth. 10:39.