Vers 1 Petrus nu en Johannes gingen te zamen op naar den tempel, omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende ure;1 de ure des Namelijk op welke, benevens de gebeden, ook het dagelijks avondoffer opgeofferd werd. Zie Exod. 29:38,39.2 de negende ure; Namelijk na den opgang der zon, te weten als die ure nu geëindigd was; overeenkomende met onze derde ure na den middag. Zie Hand. 2:15; Joh. 11:9.Vers 2 En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels, genaamd de Schone, om een aalmoes te begeren van degenen, die in den tempel gingen;3 man, die Namelijk van over de veertig jaren; Hand. 4:22.4 de Schone, Deze was een van de poorten des voorhofs, en zo het schijnt de grote poort, die tegen het oosten stond, alzo genaamd om hare schoonheid en kostelijkheid. Zie Josef. Antiq. lib. 15, cap. 14.5 aalmoes te De armen te laten bedelen was van God verboden onder zijn volk, Deut. 15:4, zodat dit ook een teken was, dat toen onder de Joden de wetten Gods zeer vervallen waren.Vers 3 Welke, Petrus en Johannes ziende, als zij in den tempel zouden ingaan, bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen.Vers 4 En Petrus, sterk op hem ziende, met Johannes, zeide: Zie op ons.Vers 5 En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen.6 iets van hen Dat is, enige aalmoes.Vers 6 En Petrus zeide: Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geve ik u; in den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, sta op en wandel!7 in den Naam Dat is, door Christus' bevel en kracht; of vertrouwende op de beloften en kracht van Christus.8 den Nazarener, Zie Matth. 2:23.Vers 7 En hem grijpende bij de rechterhand richtte hij hem op, en terstond werden zijn voeten en enkelen vast.9 voeten en enkelen Grieks baseis; dat is fondamenten. Want de voeten zijn als het fondament, waarop het lichaam rust, staat en gedragen wordt.Vers 8 En hij, opspringende, stond en wandelde, en ging met hen in den tempel, wandelende en springende, en lovende God.10 opspringende, Dat is, niet alleen opstaande, maar tot een teken van volkomen genezing en van blijdschap opspringende. Zie Jes. 35:6, en Hand. 14:10.Vers 9 En al het volk zag hem wandelen en God loven.Vers 10 En zij kenden hem, dat hij die was, die om een aalmoes gezeten had aan de Schone poort des tempels; en zij werden vervuld met verbaasdheid en ontzetting over hetgeen hem geschied was.Vers 11 En als de kreupele, die gezond gemaakt was, aan Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk gezamenlijk tot hen in het voorhof, hetwelk Salomo's voorhof genaamd wordt, verbaasd zijnde.11 vasthield, liep Dat is, zich vast omtrent hen hield, zonder van hen te wijken.12 Salomo's Dat is, die eerst door Salomo om den tempel gebouwd was, en daarna, met den tempel verwoest zijnde, wederom op dezelfde plaats opgebouwd was, en daarom den naam van Salomo had behouden. Zie 1 Kon. 6:3; Joh. 10:23; Hand. 5:12.Vers 12 En Petrus, dat ziende, antwoordde tot het volk: Gij Israëlietische mannen, wat verwondert gij u over dit, of wat ziet gij zo sterk op ons, alsof wij door onze eigen kracht of godzaligheid dezen hadden doen wandelen?13 antwoordde tot Dat is, sprak.14 godzaligheid Namelijk alsof wij door dezelfde dit zouden verdiend hebben.Vers 13 De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men Hem zoude loslaten.15 De God Abrahams, Dat is, de ware God, die zich aan deze patriarchen en voorvaders geopenbaard, met hen en hunne nakomelingen een verbond gemaakt heeft, en die van hen is gekend en gediend geweest. Zie Hand. 5:30; Filipp. 2:9.16 Kind Jezus Of, knecht, dienaar. Zie Jes. 53:11, en, Hand. 3:26, en Hand. 4:27.17 verheerlijkt, Namelijk Hem van de doden opgewekt en in den hemel tot de hoogste eer opgenomen hebbende, en door onzen dienst dusdanige wonderen doende.18 verloochend, Namelijk dat Hij uw koning was; Joh. 19:15.Vers 14 Maar gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd, dat u een man, die een doodslager was, zou geschonken worden;19 den Heilige Zie Hand. 2:27.20 een man, die Namelijk Bar-Abbas. Zie Mark.15:7.Vers 15 En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn.21 den Vorst des Dat is, die enige leidsman is, om de mensen door zijn verdiensten en krachtige werkingen tot het eeuwige leven te brengen. Zie Hand. 4:12.22 waarvan wij getuigen Dat is, van welke zaak, of van welken Christus.Vers 16 En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid.23 in Zijn Naam Grieks zijns naams; dat is, dewijl hij in den naam van Christus geloofd heeft, gelijk in het volgende verklaard wordt. Zie Mark. 11:22; Rom. 3:22.24 Zijn Naam dezen Dat is, deze Jezus Christus zelf, in wiens naam en door wiens kracht dit wonder geschied is.25 gesterkt, dien Dat is, zijne voeten vastgemaakt, dat hij nu op dezelfde staan en gaan kan.26 door Hem is, Of, in Hem.27 volmaakte gezondheid Namelijk van al Zijn leden, die Hij nu ten volle kan gebruiken.Vers 17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uw oversten.28 onwetendheid Dit zegt hij om hen te troosten met de hoop van vergeving, alzo zij niet tegen de Heiligen Geest gezondigd hadden. Zie Luk. 23:34; Joh. 16:3; 1 Cor. 2:8; 1 Tim. 1:13.29 oversten. Dit moet verstaan worden van sommigen derzelven, van welken de apostel spreekt 1 Cor. 2:8; want van sommigen getuigt Christus dat zij tegen den Heiligen Geest gezondigd hebben; Matth. 12:30,31,32.Vers 18 Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten te voren verkondigd had, dat de Christus lijden zou.Vers 19 Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,30 der verkoeling Dat is, der verkwikking van de gelovigen, die de hitte der vervolgingen in deze wereld onderworpen zijn; Ps. 66:12; Jes. 28:12; Jer. 6:16.Vers 20 En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is;31 gezonden zal Namelijk voor de tweede reis, of in zijn tweede toekomst ten oordeel.32 tevoren gepredikt Anders, tevoren besteld, geschikt, geordineerd.Vers 21 Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.33 ontvangen Dat is, ontvangen hebbende, behouden.34 tot de tijden Dat is, tot den dag des algemenen oordeels, op welken alle dingen, die nu om der zonden wil der ijdelheid onderworpen zijn, weder terecht zullen gebracht en hersteld worden; Rom. 8:20; 2 Petr. 3:13, of, totdat alles volkomen zal vervuld zijn, wat door de profeten is voorzegd geweest.35 van alle eeuw. Dat is, eertijds in voortijden; of van het begin der eeuwen; Joh. 9:32. Onder dezen is ook geweest Enoch; Jud.:14.Vers 22 Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal.36 een Profeet Dat is, een uitnemend leraar, op een bijzondere wijze van God gezonden.37 gelijk mij; Dat is, mij gelijk zijnde naar de menselijke natuur, en in uitnemendheid van bijzondere zending, getrouwheid en wonderen; doch hem in veel ook teboven gaande. Zie Deut. 18:15; Hebr. 3:2,3,4,5.38 in alles, wat Of, naar alles.Vers 23 En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke.39 uitgeroeid zal Of, verdelgd, vernield; Mozes zegt, Deut. 18:19, van dien wil ik het eisen; dat is, ik zal hem straffen, namelijk gelijk hier verklaard wordt, met uitroeiing uit mijn volk; Hebr. 2:2,3.Vers 24 En ook al de profeten, van Samuël aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er hebben gesproken, die hebben ook deze dagen te voren verkondigd.40 van Samuël aan, Hoewel vóór Samuëls tijd na Mozes ook enige profeten geweest zijn, zo wil nochtans Petrus dat men voornamelijk zal zien op Samuël en de profeten, die na hem geweest zijn, ten tijde der koningen en daarna, alzo deze klaarder van Christus hebben geprofeteerd; Hand. 10:43.Vers 25 Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.41 kinderen der Dat is, afkomstig van de profeten; of, wien de profeten voornamelijk zijn gezonden geweest.42 verbonds, hetwelk Of, testaments. Zie Gen. 17:7; Rom. 9:4.43 met onze vaderen Of, tot onze vaderen.44 geslachten der Dat is, volken. Waarvan zie nadere verklaring Gal. 3:8; Gen. 22:18.Vers 26 God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw boosheden.45 opgewekt hebbende Namelijk uit de doden; of verwekt, dat is, in de wereld gezonden; Hand. 13:22,23.46 Kind Jezus, Of, knecht, dienaar. Zie Hand. 3:13.47 tot u gezonden, Namelijk Joden en burgers van Jeruzalem; Hand. 13:46.48 zegenen zou, Namelijk met genade in dit leven en met heerlijkheid in het toekomende.49 daarin dat Hij Of, daarin een iegelijk van u zich afkere van zijne boosheden. Doch het eerste komt beter overeen met het woord zegenen, gelijk ook met dergelijke plaats Hand. 5:31.
Advertentie
Handelingen 3