Advertentie

Haggai 2:1-10

10 verzen · 25 kanttekeningen · Statenvertaling

De heerlijkheid van den herbouwden tempel

Vers 1 (2:2) In de zevende maand, op den een en twintigsten der maand, geschiedde het woord des Heeren door den dienst van den profeet Haggai, zeggende:2 In de zevende maand, Te weten, van het jaar, waarvan in vers een gesproken is.3 geschiedde het woord des HEEREN Te weten, tot het Joodse volk en de voornaamsten onder dezelve. Alzo ook onder Hag. 2:11.4 door den dienst van den profeet Haggai, Hebr. door de hand van Haggaë, enz. Alzo ook in Hag. 2:11.Vers 2 (2:3) Spreek nu tot Zerubbabel, den zoon van Sealthiël, den vorst van Juda, en tot Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, en tot het overblijfsel des volks, zeggende:Vers 3 (2:4) Wie is onder ulieden overgebleven, die dit huis in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft, en hoedanig ziet gij hetzelve nu? Is dit niet als niets in uw ogen?5 in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft, Te weten, in die heerlijkheid, waar het in was eer het van de Chaldeën is verwoest geworden.6 als niets in uw ogen? Namelijk vergeleken bij dien tempel, welken Salomo gebouwd heeft; zie Ezra 3:12. David had gaandeweg een groten schat van goud, zilver, koper en andere bouwstoffen tot den bouw van den tempel vergaderd, en Salomo deed daar nog een groten schat bij, als hij dien tempel bouwde; maar de Joden, die eerst uit de Babylonische gevangenschap kwamen, waren arm en hadden geen grote macht om dezen nieuwen tempel kostelijk op te bouwen. Anders: is [dit] niet bij dat als niets, enz.Vers 4 (2:5) Doch nu, wees sterk, gij Zerubbabel! spreekt de Heere; en wees sterk, gij Josua, zoon van Jozadak, hogepriester! en wees sterk, al gij volk des lands! spreekt de Heere; en werkt, want Ik ben met u, spreekt de Heere der heirscharen;7 al gij volk des lands! Dit spreekt hij tot den gemenen onder de Joden.8 werkt, Dat is, gaat voort in het bouwen. Zie van het woord werken, Ruth 2:19; Spreuk. 31:13.Vers 5 (2:6) Met het woord, in hetwelk Ik met ulieden een verbond gemaakt heb, als gij uit Egypte uittrokt, en Mijn Geest, staande in het midden van u; vreest niet!9 het woord, Te weten, met dat woord, door hetwelk de hemelen gemaakt zijn, Ps. 33:6,9; dat is, met Christus, in welken Ik; dat is, in en door welken Christus Ik een verbond met ulieden gemaakt heb, waarom Christus Mal. 3:1, de engel des verbonds genoemd wordt, en de apostel zegt 2 Cor. 1:20, dat de belofte in Christus alleen ja en amen is. Anders: naar het woord, doe Ik met ulieden, enz.; dat is, naar de beloften, die Ik uwen vaderen en ulieden gedaan heb, dat Ik wilde zijn hun God en huns zaads God na hen; Gen. 15:18.10 gij uit Egypte uittrokt, Te weten, besloten zijnde in de lenden uwer vaderen. Zie gelijke manier van spreken Hand. 7:53.11 Mijn Geest, Versta, den Heilige Geest, die onze zwakheid mede te hulp komt, Rom. 8:26. Dit vers heeft een klaar bewijs van de drie personen der Heilige Drievuldigheid.12 staande in het midden van u; Dat is, bij u tegenwoordig zijnde met zijn krachtige werking. Anders: en mijn Geest zal in het midden van u blijven; dat is, Hij zal ulieden in het uitvoeren van het werk van dit gebouw kracht verlenen; derhalve vreest niet, de zaak zal een goeden voortgang hebben.Vers 6 (2:7) Want alzo zegt de Heere der heirscharen: Nog eens, een weinig tijds zal het zijn; en Ik zal de hemelen, en de aarde, en de zee, en het droge doen beven.13 Nog eens, Dat is, het zal in korten tijd geschieden, dat Ik hemel en aarde wederom, of ten tweede male bewegen zal. Zie Hebr. 12:26; dat ons lang dunkt te wezen, is bij God maar als een ogenblik; Ps. 90:4, en 2 Petr. 3:8.14 de hemelen, Met de engelen, inwoners des hemels.15 de aarde, Met de mensen op de aarde.16 de zee, Met die in de eilanden wonen.17 het droge Met de mensen, die op het hoge droge land wonen.18 doen beven. Al deze schepselen zullen bewogen worden, ten tijde der geboorte, van het lijden en sterven, van de opstanding en hemelvaart van Christus, en als zijne apostelen dit alles door de ganse wereld zullen gaan prediken.Vers 7 (2:8) Ja, Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot den Wens aller heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de Heere der heirscharen.19 Ik zal al de heidenen Dit is ene profetie van de beroeping der heidenen, als het Evangelie door de ganse wereld zou gepredikt worden.20 doen beven, Of, doen schudden, te weten, alzo dat zij tot den Heere komen. Verg. Hos. 3:5, en Hos. 11:10,11 met de aantekening.21 Wens aller heidenen, Te weten, Christus, dien alle heidenen of natiën zouden wensen te omhelzen, zich tot zijne kerk begevende. Verg. Gen. 49:10. Anders aldus: En de wens der heidenen zal komen. Verstaande zulks van de komst van de Messias. Anders: Dan zullen komen de gewensten aller heidenen; dat is, mijne uitverkorenen, mijn lieve en aangename kinderen uit alle volken en natiën, zullen tot mij komen en in mij geloven. Zie Jes. 2:3.22 dit huis Dat is, dezen tempel.23 met heerlijkheid vervullen, Want Christus, de koning der ere. [Ps. 24:7,8], de Zaligmaker der heidenen, [die groter is dan Salomo, Matth. 12:42], zou in eigen persoon lichamelijk verschijnen, prediken en wonderen doen, [gelijk Maleachi dit duidelijk voorzegt in Mal. 3:1], en Hij zal voorts in zijn gemeente wonen met zijn Geest en genade. Verg. Ezech. 43:5,7.Vers 8 (2:9) Mijn is het zilver, en Mijn is het goud, spreekt de Heere der heirscharen.24 Mijn is het zilver, en Mijn is het goud, Alsof de Heere zeide: Indien Ik dezen nieuwen tempel uitwendig heerlijker hebben wilde van zilver en goud, dat ware mij licht om te doen, want al het zilver en goud der wereld komt mij toe, en Ik kon het u haast doen hebben, maar Ik wil dezen tempel versieren met een veel grotere heerlijkheid, namelijk met de tegenwoordigheid van den Messias, den Koning aller koningen, en met vele geestelijke gaven, waarmede Ik de kerk van het Nieuwe Testament versieren zal.Vers 9 (2:10) De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden, dan van het eerste, zegt de Heere der heirscharen; en in deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de Heere der heirscharen.25 vrede geven, Namelijk door, of in Christus Jezus, den Vredevorst. Zie Rom. 5:1, en Rom. 14:17; Filipp. 4:7. Zie ook Jes. 11:6, en Joh. 14:27.Vers 10 (2:11) Op den vier en twintigsten dag der negende maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des Heeren door den dienst van den profeet Haggai, zeggende:26 der negende maand, Deze maand word Chisleu genoemd, Zach. 7:1; ten dele met onze December overeenkomende.

Lees heel Haggai 2

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.