Genesis 9:18-29

De zonen van Noach

Vers 18 En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaan.Vers 19 Deze drie waren de zonen van Noach; en van dezen is de ganse aarde overspreid.Vers 20 En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard.Vers 21 En hij dronk van dien wijn, en werd dronken; en hij ontblootte zich in het midden zijner tent.Vers 22 En Cham, Kanaans vader, zag zijns vaders naaktheid, en hij gaf het zijn beiden broederen daar buiten te kennen.Vers 23 Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen.Vers 24 En Noach ontwaakte van zijn wijn; en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had.Vers 25 En hij zeide: Vervloekt zij Kanaan; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!Vers 26 Voorts zeide hij: Gezegend zij de Heere, de God van Sem; en Kanaan zij hem een knecht!Vers 27 God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaan zij hem een knecht!Vers 28 En Noach leefde na den vloed driehonderd en vijftig jaren.Vers 29 Zo waren al de dagen van Noach negenhonderd en vijftig jaren; en hij stierf.

Advertentie

Liever lezen zonder advertenties? Lees meer over Plus