Veroordeling van den mens
Vers 16 Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.29 Hij: Te weten, God.30 Ik zal zeer Hebr. ik zal vermenigvuldigende vermenigvuldigen.31 kinderen Hebr. zonen, welk woord in de Heilige Schrift veel gebruikt wordt voor kinderen, dat is, voor zonen en dochters ; alzo Exod. 22:24; Ps. 128:6.32 begeerte Dat is, gij zult gehouden zijn u naar uws mans wil te voegen, en zoeken onder hem te schuilen en door zijn beleid geregeerd te worden.33 hij zal over Dat is, hij zal macht hebben over u te gebieden, hetwelk uw vlees nu lastig zal zijn, daar het vóór den val niet dan lieflijk was.Vers 17 En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens.34 Dewijl gij Zie de aantekening op vs. 6.35 vervloekt, Zie Rom. 8:19,20,21.36 met smart Dat is, met kommerlijken en moeilijken arbeid zult gij u op aarde generen.Vers 18 Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen, en gij zult het kruid des velds eten.37 het kruid Of, het gewas des velds, hetwelk gij buiten dezen hof zult moeten vinden, zijnde voortaan van deze vruchten verstoten.Vers 19 In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.38 brood eten, Dat is, uw voedsel en onderhoud krijgen. Alzo is het woord brood voor allerlei voedsel genomen, onder 18:5, 28:20.39 totdat gij tot Dat is, totdat gij sterft.Vers 20 Voorts noemde Adam den naam zijner vrouw Heva, omdat zij een moeder aller levenden is.40 Heva; Hebr. Chavvah.41 aller levenden Hebr. alles levenden, dat is, aller mensen.Vers 21 En de Heere God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog ze hun aan.Vers 22 Toen zeide de Heere God: Ziet, de mens is geworden als Onzer een, kennende het goed en het kwaad! Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van den boom des levens, en ete, en leve in eeuwigheid.42 Ziet, de mens is geworden als onzer één God verwijt hier den mens zijn hoogmoed, waardoor hij meende Gode gelijk te zullen worden, en nu ter contrarie zichzelven en al zijne nakomelingen in de grootste ellende en versmaadheid gebracht had.43 dat hij zijn God heeft niet gewild dat de mens het teken des levens, hetwelk hij door zijne overtreding verloren had, gebruiken zou.Vers 23 Zo verzond hem de Heere God uit den hof van Eden, om den aardbodem te bouwen, waaruit hij genomen was.Vers 24 En Hij dreef den mens uit; en stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden, en een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om te bewaren den weg van den boom des levens.44 cherubim Versta hierdoor, engelen, die alzo genoemd worden; en de Israëlieten waren met dien naam bekend, overmits de ark des verbonds in het heilige der heiligen met twee cherubim [in menselijke gedaante met uitgebreide vleugels] bedekt was, Exod. 25:18; 1 Kon. 6:23; 2 Kron. 3:10.45 een vlammig Hetzij dat het inderdaad vurig geweest is, of de gedaante van een opgaande vlam gehad heeft.46 dat zich omkeerde, Of, omslingerde, en ginds en weder omdraaide.