Jakobs droom te Beth-El
Vers 10 Jakob dan toog uit van Ber-seba, en ging naar Haran.12 Ber-seba, Zie boven, Gen. 21:31.Vers 11 En hij geraakte op een plaats, waar hij vernachtte; want de zon was ondergegaan; en hij nam van de stenen dier plaats, en maakte zijn hoofdpeluw, en leide zich te slapen te dierzelver plaats.13 op een Zie onder, Gen. 28:18.14 van de Dat is, een van de stenen, gelijk af te nemen is uit Gen. 28:18.Vers 12 En hij droomde; en ziet, een ladder was gesteld op de aarde, welker opperste aan den hemel raakte; en ziet, de engelen Gods klommen daarbij op en neder.15 hij droomde; Te weten, een droom, dien God buiten order hem toezond, om hem enige verborgen en heilige zaken te openbaren. Zie ook van zodanige goddelijke openbaring, boven, Gen. 20:3.16 opperste Hebr. hoofd.17 engelen Versta hier, de goede, heilige engelen.Vers 13 En ziet, de Heere stond op dezelve en zeide: Ik ben de Heere, de God van uw vader Abraham, en de God van Izak; dit land, waarop gij ligt te slapen, zal Ik aan u geven, en aan uw zaad.18 Ik ben Zie boven, Gen. 28:3,4.19 uw vader Dat is, bestevaders of grootvaders.Vers 14 En uw zaad zal wezen als het stof der aarde, en gij zult uitbreken in menigte, westwaarts en oostwaarts, en noordwaarts en zuidwaarts; en in u, en in uw zaad zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.20 als het Zie boven, Gen. 13:16.21 gij zult Dat is, krachtiglijk in korten tijd zeer vermenigvuldigd en uitgebreid worden. Alzo ook onder, Gen. 30:30; Jes. 54:3.22 westwaarts Hebr. zeewaarts, of naar de zee; zie boven, Gen. 12:8.23 en in Zie boven, Gen. 12:3, en Gen. 22:18 .Vers 15 En zie, Ik ben met u, en Ik zal u behoeden overal, waarheen gij trekken zult, en Ik zal u wederbrengen in dit land; want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik zal gedaan hebben, hetgeen Ik tot u gesproken heb.24 Ik ben Zie boven, Gen. 21:22, en Gen. 26:24.25 totdat Ik Dat is, nimmermeer; zoals deze manier van spreken dikwijls gebruikt wordt; 2 Sam. 6:23; Matth. 1:25, en Matth. 18:34.