Advertentie

Genesis 26:26-33

8 verzen · 14 kanttekeningen · Statenvertaling

Verbond van Izak met Abimélech

Vers 26 En Abimelech trok tot hem van Gerar, met Ahuzzat, zijn vriend, en Pichol, zijn krijgsoverste.48 Pichol, Zie boven, Gen. 21:22. Dit schijnt een ander geweest te zijn van denzelfden naam. Enigen menen dat deze naam den krijgsoversten in dat land gemeen is geweest, gelijk de naam Abimelech den koningen.Vers 27 En Izak zeide tot hen: Waarom zijt gij tot mij gekomen, daar gij mij haat, en hebt mij van u weggezonden?49 en hebt Zie boven, Gen. 26:16.Vers 28 En zij zeiden: Wij hebben merkelijk gezien, dat de Heere met u is; daarom hebben wij gezegd: Laat toch een eed tussen ons zijn, tussen ons en tussen u, en laat ons een verbond met u maken:50 merkelijk Hebr. ziende gezien.51 eed Of, vloek, zie boven, Gen. 14:23, en Gen. 24:41.52 maken: Zie boven, Gen. 15:10,17,18.Vers 29 Zo gij bij ons kwaad doet, gelijk als wij u niet aangeroerd hebben, en gelijk als wij bij u alleenlijk goed gedaan hebben, en hebben u in vrede laten trekken! Gij zijt nu de gezegende des Heeren!53 Zo gij Of, zo gij bij ons kwaad doet! naardien wij u niet, enz., naardien wij bij u, enz. Een vorm van eedzweren waarbij de straf verzwegen wordt; zie boven, Gen. 14:23.54 niet aangeroerd Dat is, niet beschadigd. Zie boven, Gen. 26:11. Maar wat Izak integendeel wedervaren is; zie Gen. 26:14,15,16.55 in vrede Dat is, wij hebben noch uw persoon, noch uw huisgezin, noch uw goederen beschadigd.56 zijt nu Dit is een afgebroken reden. Het schijnt dat zij willen zeggen: dewijl gij zo opmerkelijk door God gezegend zijt, bedenk dan een klein leed niet, dat u wedervaren is.Vers 30 Toen maakte hij hun een maaltijd, en zij aten en dronken.Vers 31 En zij stonden des morgens vroeg op, en zwoeren de een den ander; daarna liet Izak hen gaan, en zij togen van hem in vrede.57 de een Hebr. de man zijn broeder.Vers 32 En het geschiedde ten zelfden dage, dat Izaks knechten kwamen, en boodschapten hem van de zaak des puts, dien zij gegraven hadden, en zij zeiden hem: Wij hebben water gevonden.58 dien zij Zie Gen. 26:25.Vers 33 En hij noemde denzelven Seba; daarom is de naam dier stad Ber-seba, tot op dezen dag.59 hij noemde Zie boven, Gen. 21:31.60 Seba: Hebr. Schiba, dat is, eed.61 Ber-seba, Dat is, Eed-bron, of put van den eed. Boven, Gen. 21:31, wordt gezegd dat het land Ber-seba heet, om den eed, dien Abraham en Abimelech daar elkander deden; maar hier wordt gesproken van een stad in dat land, die ook dezen naam verkregen heeft van den eed van Izak en Abimelech.

Lees heel Genesis 26

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.