Nakomelingschap van Ismaël
Vers 12 Dit nu zijn de geboorten van Ismaël, den zoon van Abraham, dien Hagar, de Egyptische, dienstmaagd van Sara, Abraham gebaard heeft.21 geboorten Dat is, nakomelingen uit hem geboren. Dit wordt hier verhaald om te bevestigen de waarheid der beloften Gods, gedaan boven, Gen. 16:10 en Gen. 17:20.Vers 13 En dit zijn de namen der zonen van Ismaël, met hun namen naar hun geboorten. De eerstgeborene van Ismaël, Nabajoth; daarna Kedar, en Adbeel, en Mibsam,22 hun namen Dat is, zoals zij genaamd worden naar de orde hunner geboorten; men meent dat deze twaalf zonen van Ismaël gewoond hebben in het land Nabathea, gelegen tussen de Eufraat en de Rode zee.23 Nabajoth Zie Jes. 60:7.24 Kedar, Zie Ps. 120:5; Hoogl. 1:5; Jes. 21:16; Jer. 49:28; Ezech. 27:21.25 Mibsam, Van een anderen Mibsam, die de zoon van Simeon was, lezen wij 1 Kron. 4:25.Vers 14 En Misma, en Duma, en Massa,26 Duma, Zie Jes. 21:11; het is ook de naam van een stad in den naam van Juda, Joz. 15:52.27 Massa, Aldus heet ook de plaats aan den berg Horeb, waar het volk Israëls met Mozes twistte.Vers 15 Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma.28 Thema, Zie Job 6:19; Jer. 25:23.Vers 16 Deze zijn de zonen van Ismaël, en dit zijn hun namen, in hun dorpen en paleizen, twaalf vorsten naar hun volken.29 twaalf Dit is de vervulling der belofte, gegeven boven Gen. 17:20.Vers 17 En dit zijn de jaren des levens van Ismaël, honderd zeven en dertig jaren; en hij gaf den geest, en stierf, en hij werd verzameld tot zijn volken.30 en hij Zie boven Gen. 15:15, en boven, Gen. 25:8.Vers 18 En zij woonden van Havila tot Sur toe, hetwelk tegenover Egypte is, daar gij gaat naar Assur; hij heeft zich nedergeslagen voor het aangezicht van al zijn broederen.31 Havila Zie boven, Gen. 2:11, en de aantekening daarop.32 Sur Zie boven, Gen. 16:7, en Gen. 20:1.33 hij heeft Te weten, met ter woon. Zie Num. 34:2; Richt. 7:12. Hebr. hij is gevallen, te weten, met zijn lot en erf, Joz. 23:4; Ps. 78:55.34 voor het Zie boven, Gen. 16:12.