Advertentie

Genesis 14:18-24

7 verzen · 12 kanttekeningen · Statenvertaling

Abram en Melchizédek

Vers 18 En Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester des allerhoogsten Gods.37 Melchizedek, Hebr. Melchitsedek, die een voorbeeld was op Christus. Zie Ps. 110:4; Hebr. 7:1.38 Salem, Hebr. Schalem, daarna genoemd Jeruzalem.39 bracht Om Abram te vereren en zijn vermoeid heir te verversen, en niet om God daarmede offerande te doen. Want het Hebr. woord, dat hier staat, wordt nergens in de Heilige Schrift voor offeren gebruikt.Vers 19 En hij zegende hem, en zeide: Gezegend zij Abram Gode, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit!40 zegende hem, Als een priester des Allerhoogsten. Zie Hebr. 7:7.41 Gezegend Dat is, van den Heere begenadigd, en met allerlei weldaden naar ziel en lichaam begaafd.Vers 20 En gezegend zij de allerhoogste God, Die uw vijanden in uw hand geleverd heeft! En hij gaf hem de tiende van alles.42 gezegend Dat is, geloofd en gedankt; gelijk boven Gen. 9:26, onder Gen. 24:27.43 gaf hem Abram gaf aan Melchizedek tienden. Zie Hebr. 7:4 enz., en vergelijk dit met het volgende vs. 23.Vers 21 En de koning van Sodom zeide tot Abram: Geef mij de zielen; maar neem de have voor u.44 zielen; Hebr. de ziel, dat is, de mensen, of personen, of lieden. Zie boven Gen. 12:5.Vers 22 Doch Abram zeide tot den koning van Sodom: Ik heb mijn hand opgeheven tot den Heere, den allerhoogsten God, Die hemel en aarde bezit;45 Ik heb Dat is, Ik heb gezworen met opgeheven hand. Zie deze manier van zweren ook Exod. 6:7; Num. 14:30; Deut. 32:40; Ezech. 20:5,6; Openb. 10:5,6.Vers 23 Zo ik van een draad aan tot een schoenriem toe, ja, zo ik van alles, dat het uwe is, iets neme! opdat gij niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt!46 Zo ik Dit is een afgebroken rede, bij de Hebreën zeer gebruikelijk, waardoor zij de straf, die zij verdienen, zo zij vals zweren, plegen te verzwijgen, tonende daarmede dat zij generlei straf uitnemen, maar die overlaten aan het rechtvaardig oordeel van God. Versta dan hier: Wee mij, of God doe mij dit of dat, zo ik, enz. Zie onder Gen. 26:29.Vers 24 Het zij buiten mij; alleen wat de jongelingen verteerd hebben, en het deel dezer mannen, die met mij getogen zijn, Aner, Eskol en Mamre, laat die hun deel nemen!47 Het zij Of, zonder mij, daar ik niets van het uwe zal nemen. Anderen vertalen: behalve alleen wat, enz. Zie dergelijke manier van spreken, onder Gen. 41:16.48 laat Laat volgen niet alleen den jongelingen, wat zij van den roof der vijanden verteerd hebben, maar ook aan de drie mannen, wat zij daarvan nog voor hun deel zouden mogen eisen.

Lees heel Genesis 14

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.