Genesis 11:26-32
Nakomelingschap van Terah
Vers 26 En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran.Vers 27 En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; en Haran gewon Lot.Vers 28 En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah, in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeen.Vers 29 En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska.Vers 30 En Sarai was onvruchtbaar; zij had geen kind.Vers 31 En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeen, om te gaan naar het land Kanaan; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.Vers 32 En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaren, en Terah stierf te Haran.