Het doel der Wet
Vers 19 Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, dien het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand des Middelaars.79 Waartoe is dan de wet? Dit was ene tegenwerping der valse leraars, indien de wet den mens niet rechtvaardigt, dat zij dan geen gebruik heeft en tevergeefs gegeven is.80 om der overtredingen Namelijk bekend te maken, Rom. 3:20, en Rom. 5:20, en Rom. 7:7, en daarvan te overtuigen.81 daarbij gesteld, Of, geordineerd.82 het zaad zou Namelijk dat beloofde zaad Abrahams, welk is Christus, zie Gal. 3:16, die het einde der wet is; Rom. 10:4.83 dien het beloofd was; Namelijk het erfdeel, als zijnde het hoofd van al degenen die erfgenamen zullen zijn, want van Hem, in Hem, en door Hem is het dat wij allen de erfenis verkrijgen en medeërfgenamen met Hem worden; Rom. 8:17.84 zij is Namelijk de wet.85 door de engelen Dat is, door den dienst der engelen; hetwelk, hoewel het in de historie van de wetgeving niet vermeld wordt, zo is het nochtans, dat zulks uit andere plaatsen afgenomen kan worden en in de gemeente geloofd is geweest. Zie Hand. 7:38,53; Hebr. 2:2.86 besteld Of geordineerd.87 in de hand Dat is, door de bediening, Hebreeuws. Mal. 1:1.88 des Middelaars. Waardoor sommigen verstaan Mozes, dien God gebruikt heeft als een bode en tussenspreker tussen hem en het volk in het geven van de wet, Exod. 19:21. Anderen verstaan Christus, door welken God het volk Israëls uit Egypte door de woestijn heeft geleid, en tot Mozes op den berg Sinaï heeft gesproken, Hand. 7:38; 1 Tim. 2:5.Vers 20 En de Middelaar is niet Middelaar van een, maar God is een.89 van een, maar Dat is, van ééne partij, maar is altijd van twee verschillende partijen, om die te verenigen.90 is een. Dat is, blijft altijd dezelfde, zonder dat Hij veranderd wordt, niet alleen in Zijn wezen, maar ook in Zijnen wil, voornemen en besluiten. Of, is de ene partij van beiden.Vers 21 Is dan de wet tegen de beloftenissen Gods? Dat zij verre; want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.91 Is dan de wet Dit is een tweede tegenwerping, die de valse apostelen tegen hetgeen de apostel terstond gezegd heeft, zouden kunnen voorstellen, namelijk zo de wet de overtredingen ontdekt en verdoemt, en de beloftenissen derzelve bedekt en vergeeft, zo schijnen deze tegen elkander te strijden.92 Dat zij verre; Dat is, dat volgt geenszins.93 gegeven ware, Namelijk tot zulk een einde, opdat de mens daardoor zou gerechtvaardigd worden. Of, die zodanig ware, dat de mens die volkomenlijk zou kunnen onderhouden.94 die machtig was Dat is, de mensen rechtvaardigen en het eeuwige leven toebrengen.95 zo zou waarlijk Dat is, zo dat zo ware, zo zou de wet strijden tegen de beloftenis. Maar dat is zo niet, en daarom zo is hier geen strijd. Zie Rom. 8:3.Vers 22 Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus aan de gelovigen zou gegeven worden.96 Maar Dat is, dit is een bewijs, dat de wet niet kan levend maken of rechtvaardigen, omdat niemand de wet volmaakt onderhoudt, maar alle mensen daardoor overtuigd worden van zonde.97 de Schrift heeft Dat is, de geschreven wet, en de profeten als uitleggers derzelve.98 onder de zonde Ene gelijkenis, genomen van misdadigers, die in den kerker gesloten worden om bewaard te worden tot de straf. Zie dergelijke Rom. 11:32.99 opdat de belofte Dat is, de beloofde zegening en erfenis.100 uit het geloof Dat is, door het geloof in Christus, als door een werktuig, waarmede de beloofde zegening aangenomen wordt.101 aan de gelovigen Grieks den gelovenden; namelijk in Christus, en niet den werkenden, dat is, die door de werken der wet de gerechtigheid zoeken; Joh. 3:16; Rom. 3:22, en Rom. 4:4,5.102 zou gegeven worden. Namelijk van God, uit genade, omniet.Vers 23 Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden.103 eer het geloof kwam, Dat is, eer Christus, die het fondament des geloofs is, waar het geloof op ziet en steunt, in het vlees is gekomen. Zie Gal. 3:19.104 in bewaring gesteld, Het Griekse woord betekent zulk ene bewaring, die met krijgsvolk en wacht geschiedt, in een vaste plaats. De apostel gebruikt hier wederom dezelfde gelijkenis als in Gal. 3:22, gelijk uit het volgende woord blijkt. Doch de apostel schijnt hier ook te zien op dit gebruik der wet, dat dezelve gediend heeft om de Joden van de andere volken daarmede als af te sluiten en gelijk als alleen te bewaren. Zie Deut. 4:7; Ps. 147:19; Ef. 2:14.105 tot op het geloof, Dat is, tot op Christus, die geopenbaard zou worden, gelijk tevoren.Vers 24 Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden.106 onze Namelijk de Joden, die onder de wet waren.107 tuchtmeester geweest Grieks Paedagoges; hetwelk betekent een die de kinderen ter school leidt, onderwijst en tuchtigt. Zo vergelijkt hij dan de Joden onder de wet bij kinderen, en de gelovige Christenen bij volwassenen, die geen tuchtmeester meer van node hebben.108 tot Christus, Dat is, om ons te leiden tot Christus. Hetwelk de wet der zeden doet, als zij ons van zonde overtuigt en den vloek verkondigt, en derhalve ons toont dat wij dan, om behouden te worden, onze toevlucht tot Christus moeten nemen, die ons van de zonde en den vloek verlost heeft; en de wet der ceremoniën, dewijl deze de mensen niet alleen overtuigden van hunne zonden, maar ook voorbeelden en afbeeldingen van Christus en Zijne weldaden waren, 1 Cor. 5:7; Col. 2:17, en leerden dat hetgeen door dezelve afgebeeld was, in Christus alleen te vinden is;; Hebr. 9:10,11, enz.109 uit het geloof Dat is, door de verdiensten van Christus met waar geloof van ons aangenomen, en ons van God uit genade toegerekend.Vers 25 Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.110 het geloof gekomen is, Dat is, Christus, op wien het geloof ziet, gelijk Gal. 3:23.111 niet meer onder Overmits dezelve deze zijn dienst nu volbracht heeft, en wij nu tot mannelijken ouderdom zijn gekomen; Ef. 4:13.Vers 26 Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.112 gij zijt allen Namelijk die het Evangelie hebt aangenomen, zowel heidenen als Joden.113 kinderen Gods Grieks zonen; namelijk volwassenen, die niet meer staan onder den tuchtmeester. Want hoewel de gelovigen des Ouden Testaments onder de wet ook Gods kinderen geweest zijn, zo is het nochtans dat zij als kleine kinderen onder den tuchtmeester gehouden worden, en daarom van dienstknechten niet verschilden; Gal. 4:1.114 door het geloof Zie Joh. 1:12.115 in Christus Jezus. Dat is, door Christus, welke zijnde de eigen en eniggeboren Zoon Gods, ons verdiend heeft dat wij om Zijnentwil uit genade tot kinderen aangenomen worden; Ef. 1:5.Vers 27 Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan.116 zovelen als gij Dit is, allen die gedoopt zijn; hetwelk verstaan moet worden van al degenen, die niet alleen den uitwendigen doop des waters, maar ook den inwendigen doop des Geestes ontvangen, 1 Petr. 3:21, gelijk blijkt in Simon den tovenaar, Hand. 8:13,21, die wel den uitwendigen, maar den inwendigen doop niet heeft ontvangen.117 in Christus gedoopt Dat is, in den naam en in het geloof van Christus.118 aangedaan. Namelijk als een geestelijk kleed, waarmede onze geestelijke naaktheid en schaamte bedekt wordt, en wij als met een bruiloftskleed versierd worden; Rom. 13:14.Vers 28 Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus.119 Daarin is noch Hetgeen hij in het algemeen gezegd had van alle gelovigen, dat verklaart hij breder en betuigt, dat onder hen geen onderscheid meer is, van welke natie, stand, of geslacht zij zijn.120 een Dat is, als een mens, de een zowel als de ander, door Christus erfgenaam gemaakt des eeuwigen levens.121 in Christus Jezus. Niet in de politie of huishouding, waar ongelijkheid is, maar aangaande de weldaden van Christus.Vers 29 En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.122 gij van Christus zijt, Namelijk Galaten, die tevoren heidenen was, en nu in Christus gelooft.123 Abrahams zaad, Dat is Abrahams kinderen, gelijk gesproken wordt Gal. 3:7, van welke allen Christus het hoofd is, als het beloofde zaad Abrahams, Gal. 3:16,19.124 naar de beloftenis Namelijk die Abraham en zijn zaad gedaan is, en dienvolgens niet uit de werken der wet. Zie Gal. 3:18.125 erfgenamen. Namelijk des eeuwigen levens, waarvan het land Kanaän een voorbeeld was; Hebr. 11:9.