Paulus dankt voor de gaven, die hij van de Filippenzen ontvangen heeft
Vers 10 En ik ben grotelijks verblijd geweest in den Heere, dat gij nu eenmaal wederom verwakkerd zijt om aan mij te gedenken; waaraan gij ook gedacht hebt, maar gij hebt de gelegenheid niet gehad.40 in den Heere, Zie Filipp. 4:4.41 verwakkerd zijt Grieks wederom groeiende, of, spruitende geworden zijt; ene gelijkenis, genomen van de bomen, die des winters schijnen gestorven te zijn, en tegen den zomer wederom uitspruiten en groen worden.42 aan mij te gedenken; Dat is, aan mijne nooddruft in deze banden. Of, voor mij te zorgen.43 gedacht hebt, Namelijk vòòr dezen, hoewel gij het niet hebt gezonden.44 de gelegenheid Namelijk om de gift bekwamelijk aan mij over te zenden.Vers 11 Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben.45 vanwege gebrek; Dat is, als of ik gebrek had moeten lijden, of niet kon lijden.46 heb geleerd Namelijk zo uit Gods Woord, als door de ervaring en oefening.47 vergenoegd te zijn Dat is, tevreden en wel gerust te zijn. Zie van deze deugd 1 Tim. 5:6; Hebr. 13:5.48 in hetgeen ik ben. Dat is, met die dingen die ik heb, al zijn zij weinig en sober. Of, in den staat waarin ik ben.Vers 12 En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden.49 ik weet Dat is, ik heb geleerd, gelijk tevoren.50 vernederd te worden, Namelijk door armoede en gebrek, en daarin tevreden te zijn.51 overvloed te hebben; Dat is, overvloed van onderhoud hebbende, dien recht te gebruiken.52 onderwezen, De apostel gebruikt hier een Grieks woord, hetwelk eigenlijk betekent onderricht te worden in de verborgenheden van enigen godsdienst, die alle man niet waren geopenbaard, en wil daarmede te kennen geven, dat hij deze zaak ten volle verstaan en geleerd heeft.Vers 13 Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.53 Ik vermag Dit doet hij daarbij, opdat hij niet schijne deze deugd zichzelven en zijnen krachten toe te schrijven.54 alle dingen door Namelijk al de voorzeide en dergelijke dingen.55 kracht geeft. Namelijk door de genade en werken Zijns Heiligen Geestes, zonder welke wij niets goeds kunnen denken noch doen; Joh. 15:5; 2 Cor. 3:5; Filipp. 1:29; en Filipp. 2:13.Vers 14 Nochtans hebt gij wel gedaan, dat gij met mijn verdrukking gemeenschap gehad hebt.56 met mijn verdrukking Namelijk die ik hier lijd in banden, gebrek en armoede.57 gemeenschap gehad hebt. Dat is, dezelve u ter harte hebt laten gaan, alsof zij uzelven aanging, Hebr. 13:3. Of, hebt ook aan mij mededeling gedaan in dezelve.Vers 15 En ook gij, Filippensen, weet, dat in het begin des Evangelies, toen ik van Macedonië vertrokken ben, geen Gemeente mij iets medegedeeld heeft tot rekening van uitgaaf en ontvangst, dan gij alleen.58 in het begin Dat is, van dien tijd af, dat ik onder u het Evangelie eerstmaal gepredikt heb.59 mij iets Of, met mij gemeenschap gehad heeft in rekening, enz., namelijk hetzij tot mijne behoefte, of om aan andere arme gemeenten te overhandigen.60 tot rekening Ene gelijkenis van getrouwe rentmeesters of kooplieden, die naarstiglijk in hunne rekenboeken optekenen wat en van wien zij iets ontvangen, wat zij uitgeven, en waartoe zulks besteed is, om goede rekenschap te houden en te kunnen geven.Vers 16 Want ook in Thessalonica hebt gij mij eenmaal en andermaal gezonden, tot nooddruft.61 in Thessalonica Zie van deze stad en des apostels verblijf in dezelve Hand. 17.Vers 17 Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht, die overvloedig is tot uw rekening.62 zoek, maar Dat is, dat het mij zozeer zou te doen zijn om uwe gaven, die gij mij gezonden hebt.63 de vrucht, Dat is, dat uw geloof door zulke vruchten overvloedig betoond worde. Of, dat gij de vrucht en vergelding van deze uwe milddadigheid rijkelijk moogt verkrijgen.64 tot uw rekening. Dat is, opdat ik gelijk als in mijn rekenboek mag aantekenen zulks van u ontvangen te hebben. Hij ziet hier ook op de voorgaande gelijkenis.Vers 18 Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was, als een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk.65 alles ontvangen, Namelijk dat gij mij gezonden hebt, gelijk daarna verklaard wordt.66 ik heb overvloed; Dat is, meer dan genoeg tot mijn onderhoud, zodat gij niet meer behoeft te zenden, gelijk ook de volgende woorden ik ben, enz. hetzelve ook te kennen geven.67 vervuld geworden, Dat is, heb genoeg en overvloed.68 een welriekende Grieks als een reuk der welriekendheid. De apostel ziet hier op de dankoffers des Ouden Testaments, die voorbeelden waren van onze geestelijke dankoffers in het Nieuwe Testament, waaronder mede zijn de werken der weldadigheid jegens de dienaren des Woords en de armen, die hij verklaart met deze beschrijving den Heere zeer aangenaam te zijn, om hen daartoe meer en meer te verwekken. Zie Hebr. 13:16.Vers 19 Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus.69 mijn God zal Namelijk in wien ik geloof, en wien ik dien in Zijne gemeente.70 naar Zijn rijkdom Namelijk alzo al de goederen dezer wereld Hem toebehoren, Ps. 24:1; 1 Cor. 10:26. Of, naar den rijkdom Zijner goeddadigheid, Ef. 2:4.71 vervullen Dat is, u overvloediglijk geven.72 al uw nooddruft, Dat is, al wat gij van node en van doen hebt tot uwe onderhouding.73 in heerlijkheid, Dat is, zeer heerlijk en milddadig.74 door Christus Jezus. Grieks in Christus Jezus.