De tempel ingewijd
Vers 16 En de kinderen Israëls, de priesteren en Levieten, en de overige kinderen der gevangenis deden de inwijding van dit huis Gods met vreugde.31 inwijding Vergelijk Exod. 40; Num. 7:10; 1 Kon. 8:63; Neh. 12:27.Vers 17 En zij offerden, ter inwijding van dit huis Gods, honderd runderen, tweehonderd rammen, vierhonderd lammeren en twaalf geitenbokken, ten zondoffer voor gans Israël, naar het getal der stammen Israëls.Vers 18 En zij stelden de priesteren in hun onderscheidingen, en de Levieten in hun verdelingen, tot den dienst Gods, Die te Jeruzalem is, naar het voorschrift des boeks van Mozes.32 onderscheidingen, Een ieder in zijn orde, beurt en op zijn dienst.33 naar het voorschrift Zie Num. 3:6,7, enz; idem Num. 3:32, en Num. 8:9, enz. Versta hierbij, dat zij vernieuwd hebben de ordening door David gemaakt; 1 Kron. 24:3,4,5, enz.