Advertentie

Ezra 3

13 verzen · 24 kanttekeningen · Statenvertaling

Regeling van den eredienst 

Vers 1 Toen nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israëls in de steden waren, verzamelde zich het volk, als een enig man, te Jeruzalem.1 zevende maand Genoemd Thisri, passende eensdeels op onzen September, eensdeels op October. In deze maand werd het loofhuttenfeest gehouden; Lev. 23:24; Num. 29:12.2 aankwam, Hebreeuws, aanraakte.3 als een enig man, Zie Richt. 20:1.Vers 2 En Jesua, de zoon van Jozadak, maakte zich op, en zijn broederen, de priesters en Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, en zijn broederen, en zij bouwden het altaar des Gods van Israël, om daarop brandofferen te offeren, gelijk geschreven is in de wet van Mozes, den man Gods.4 Jesua, Zie boven, Ezra 2:2.5 broederen, Dat is, verwanten, bloedvrienden, en zo in het volgende.6 zoon van Sealthiël, Dat is, kindskind; want hij was een zoon van Pedaja, die Sealthiëls zoon was; 1 Kron. 3:17,18,19. Hij wordt Matth. 1:12 Salathiël genoemd.7 man Gods. Zie Richt. 13:6.Vers 3 En zij vestigden het altaar op zijn stelling, maar met verschrikking, die over hen was, vanwege de volken der landen; en zij offerden daarop brandofferen den Heere, brandofferen des morgens en des avonds.8 maar met verschrikking, Dat is, zij lieten den godsdienst niet na, hoewel bevreesd zijnde, enz. Anders, want vrees was op hen van, enz.; dat is, zij zochten door de oefening van den waren godsdienst zich te verzekeren tegen hun vijanden.9 landen; Versta, de omliggende omstreken, waarin hun vijanden woonden. Zie onder, Ezra 4:7,8,9,10, enz.10 morgens Zie Num. 28:3,4, enz. met de aantekening.Vers 4 En zij hielden het feest der loofhutten, gelijk geschreven is; en zij offerden brandofferen dag bij dag in getal, naar het recht, van elk dagelijks op zijn dag.11 recht, Zie Num. 29:12, enz.12 elk Hebreeuws, het woord, of, de zaak eens dags op zijn dag.Vers 5 Daarna ook het gedurig brandoffer, en van de nieuwe maanden, en van alle gezette hoogtijden des Heeren, die geheiligd waren; ook van een ieder, die een vrijwillige offerande den Heere vrijwilliglijk offerde.13 gedurig Zie Num. 28:6.14 geheiligd waren; Zie Lev. 8:10.Vers 6 Van den eersten dag af der zevende maand begonnen zij den Heere brandofferen te offeren; doch de grond van den tempel des Heeren was niet gelegd.Vers 7 Zo gaven zij geld aan de houwers en werkmeesters, ook spijs en drank, en olie aan de Sidoniërs en aan de Tyriërs, om cederenhout van den Libanon te brengen aan de zee naar Jafo, naar de vergunning van Kores, koning van Perzië, aan hen.15 houwers en werkmeesters, Houthouwers en steenhouwers, die hout uit de bossen en stenen uit de rotsen zouden houwen. Het Hebreeuwse woord begrijpt beiden, en beiden waren tot het bouwen des tempels nodig.16 spijs en drank, Naar het exempel van Salomo; 1 Kon. 5:6,9,11.17 Libanon Zie 1 Kon. 4:33.18 Jafo, Anders genaamd Joppe; Hand. 9:36. Zie 2 Kron. 2:16.

Aanvang van den herbouw des tempels 

Vers 8 In het tweede jaar nu hunner aankomst ten huize Gods te Jeruzalem, in de tweede maand, begonnen Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, en Jesua, de zoon van Jozadak, en de overige hunner broederen, de priesters en de Levieten, en allen, die uit de gevangenis te Jeruzalem gekomen waren; en zij stelden de Levieten, van twintig jaren oud en daarboven, om opzicht te nemen over het werk van des Heeren huis.19 tweede maand, Genoemd Jiar, passende eensdeels op April, anderdeels op Mei.20 van twintig jaren Hebreeuws, een zoon van twintig jaar.Vers 9 Toen stond Jesua, zijn zonen en zijn broederen, en Kadmiel met zijn zonen, kinderen van Juda, als een man, om opzicht te hebben over degenen, die het werk deden aan het huis Gods, met de zonen van Henadad, hun zonen en hun broederen, de Levieten.21 Juda, Boven, Ezra 2:40 genoemd Hodavja, en Neh. 7:43 Hodeva.Vers 10 Als nu de bouwlieden den grond van des Heeren tempel leiden, zo stelden zij de priesteren, aangekleed zijnde, met trompetten, en de Levieten, Asafs zonen, met cimbalen, om den Heere te loven, naar de instelling van David, den koning van Israël.22 aangekleed zijnde, Te weten, met de priesterlijke klederen.23 instelling van David, Hebreeuws, naar de handen; dat is [gelijk sommigen verstaan], met psalmen, die David gemaakt en daartoe verordineerd had. Zie 2 Kron. 5:13, en 2 Kron. 29:27, en vergelijk 1 Kron. 16:7, enz.Vers 11 En zij zongen bij beurten, met den Heere te loven en te danken, dat Hij goed is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israël. En al het volk juichte met groot gejuich, als men den Heere loofde over de grondlegging van het huis des Heeren.Vers 12 Maar velen van de priesteren, en de Levieten, en hoofden der vaderen, die oud waren, die het eerste huis gezien hadden, dit huis in zijn grondlegging voor hun ogen zijnde, weenden met luider stem; maar velen verhieven de stem met gejuich en met vreugde.24 huis in zijn grondlegging Sommigen aldus: die het eerste huis op zijn grondvesting gezien hadden, dit huis [nu] voor hun ogen zijnde, enz. De zin is dat zij, de grondlegging van dezen tempel met hun ogen nu aanschouwende en die met den grond van den eersten tempel vergelijkende, daaruit lichtelijk konden afnemen hoeveel het gebouw van het voorgaande zou verschillen. Zie Hagg. 2:3.Vers 13 Zodat het volk niet onderkende de stem van het gejuich der vreugde, van de stem des geweens van het volk; want het volk juichte met groot gejuich, dat de stem tot van verre gehoord werd.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.