Advertentie

Ezechiël 45:9-25

17 verzen · 30 kanttekeningen · Statenvertaling

Voorschriften omtrent de offers

Vers 9 Alzo zegt de Heere Heere: Het is te veel voor u, gij vorsten Israëls! doet geweld en verstoring weg, en doet recht en gerechtigheid; neemt uw uitstotingen op van Mijn volk, spreekt de Heere Heere.24 Het is te veel voor u, Zie boven Ezech. 44:6. Sommigen verstaan dit alsof God zeide: Gij hebt land, meer dan genoeg voor u, aan hetgeen Ik u toegelegd heb, daarom enz. Anderen houden het voor een verbloemde bestraffing van de overleden koningen van Juda, tot wie God spreekt alsof zij tegenwoordig waren; of van de antichristische kerkelijke en burgerlijke tirannen, die Gods volk zeer lang zouden plagen.25 uitstotingen op van Mijn volk Dat gij hen uit het hunne verdrijft en uitstoot, trekkende dat aan u; zulk een overlast zult gij van hen wegnemen, hen daarvan ontlasten. Zie gelijke manier van spreken Jes. 57:14.Vers 10 Een rechte waag, en een rechte efa, en een rechte bath zult gijlieden hebben.26 rechte waag, Hebreeuws, waag, of weegschalen der gerechtigheid, en alzo in het volgende; gelijk Lev. 19:35,36.27 efa, Zie Lev. 5:11.28 bath zult gijlieden hebben. Zie 1 Kon. 7:26.Vers 11 Een efa en een bath zullen van enerlei mate zijn, dat een bath het tiende deel van een homer houde; ook een efa het tiende deel van een homer; de mate daarvan zal zijn naar den homer.29 zullen Hebreeuws, zal.30 enerlei mate zijn, Een efa in droge en een bath in natte waren.31 homer houdt; De grootste maat van droge waren. Anders ook genoemd kor. Zie 1 Kon. 4:22, en onder Ezech. 45:14.32 homer. Als zijnde de grootste maat, naar welke de anderen moesten geregeld zijn.Vers 12 En de sikkel zal zijn van twintig gera; twintig sikkelen, vijf en twintig sikkelen en vijftien sikkelen, zal ulieden een pond zijn.33 sikkel zal zijn van twintig Zie Gen. 23:15, en Gen. 24:22.34 gera; Zie Lev. 27:25. Het is bij ons zoveel [gelijk het sommigen bekwamelijk op onze munt gepast hebben] als een halve braspenning, van welke twintig een oordje rijksdaalders maken, zoveel als een algemene of burgerlijke sikkel bedroeg, van welken hier gesproken wordt.35 pond zijn. Hebreeuws, maneh, dat is mina. Zie 1 Kon. 10:17; 2 Kron. 9:16; Ezra 2:69, met de aantekening. De zin is, dat zestig sikkels een pond of mina van goud of zilver zouden maken. Dit wordt gehouden, bij sommigen, voor een nieuwe ordinantie, dewijl de oude mina maar vijftig sikkelen van het heiligdom en honderd algemene hield; maar hier staat van zestig sikkelen, hetwelk zoveel meer zou moeten zijn in het heilige en burgerlijke. Enigen menen dat er zodanige drie verscheidene soorten van munt zouden geweest zijn, die tezamen een pond of mijne zou maken. God wil zeggen dat de gerechtigheid in alles strikt en op het nauwste zal worden onderhouden.Vers 13 Dit is het hefoffer, dat gijlieden offeren zult: het zesde deel van een efa van een homer tarwe; ook zult gij het zesde deel van een efa geven van een homer gerst.36 hefoffer, Of, de offeranden die, enz. Hebreeuws, de heffing die gij zult heffen. Dit verstaan sommigen van hetgeen het volk het ganse jaar door zou opbrengen tot de gewone offeranden des tempels. [Anderen duiden het op de inwijding des tempels]. Van de offeranden in het algemeen, zie boven Ezech. 40:39.37 zesde deel van een efa Hebreeuws alsof men zeide: zessen; dat is het zesde deel geven; gelijk vertienen, het tiende deel geven.Vers 14 Aangaande de inzetting van olie, van een bath olie; gij zult offeren het tiende deel van een bath uit een kor, hetwelk is een homer van tien bath, want tien bath zijn een homer.38 kor, Zie boven Ezech. 45:11.Vers 15 Voorts een lam uit de kudde, uit de tweehonderd, uit het waterrijke land van Israël, tot spijsoffer, en tot brandoffer, en tot dankofferen om verzoening over hen te doen, spreekt de Heere Heere.39 waterrijke land van Israël, Dat is, uit het beste en vetste weiden. Anders: boven den wijn, of den drank van Israël; dat is, dien Israël zou opbrengen tot drankoffers; vergelijk Ezech. 45:17.Vers 16 Al het volk des lands zal in dit hefoffer zijn, voor den vorst in Israël.40 in dit hefoffer zijn, Of, zullen tot dit hefoffer, [waarvan in het voorgaande gesproken] [gehouden, of verplicht zijn].41 voor den vorst in Israël. Of, om den wil van den vorst. Sommigen verstaan het alzo, dat zij met deze contributie vervullen zouden hetgeen anders de vorst zou doen. Vergelijk 2 Kron. 31:3, met de aantekening. Anders: met den vorst; idem, tot den vorst toe, zulks dat de vorst daartoe niet gehouden is, als wiens bijzondere offeranden in het volgende verhaald worden. Men zou het ook kunnen nemen als een inhoud of titel van het volgende, en daarbij voegen aldus: Aangaande den vorst in Israël, of van den vorst, enz.; [gelijk zulke titels bij de profeten gevonden worden], die zal doen gelijk volgt.Vers 17 En het zal den vorst opleggen te offeren de brandofferen, en het spijsoffer, en het drankoffer, op de feesten, en op de nieuwe maanden, en op de sabbatten, op alle gezette hoogtijden van het huis Israëls; hij zal het zondoffer, en het spijsoffer, en het brandoffer, en de dankofferen doen, om verzoening te doen voor het huis Israëls.42 opliggen te offeren de brandofferen, Hebreeuws, op den vorst zal zijn; dat is, het zal zijn plicht zijn.43 op alle gezette hoogtijden van het huis Israëls; Of, in alle gezette bijeenkomsten.44 doen, Of, bereiden; dat is geven, aanbrengen, laten toemaken.Vers 18 Alzo zegt de Heere Heere: In de eerste maand, op den eersten der maand, zult gij een volkomen var, een jong rund, nemen; en gij zult het heiligdom ontzondigen.45 Alzo zegt de Heere HEERE: De volgende nieuwe ordinantie hebben enigen wel aangemerkt, dat Mozes nergens tevoren gegeven was, gelijk ook buiten dat, het onderscheid dat er is tussen verscheidene nieuwe offeranden en ceremoniën, die hier worden vermeld, en de oude voorgaande, uit de vergelijking klaarlijk kan worden afgeleid, tot een teken van de afschaffing der ceremoniën en van het vorige priesterdom door de komst en het enig volkomen offer van den Messias, dat hier door vele offeranden wordt afgebeeld naar den stijl van het Oude Testament en den eis van dien tijd, als de klaarheid des lichts en de tijd der herstelling nog niet gekomen was. Zie Gal. 3:23,24,25, en Gal. 4:1,2,3; idem Hebr. 9:8,10.46 jong rund, nemen; Hebreeuws, kind, of zoon van een rund.Vers 19 En de priester zal van het bloed des zondoffers nemen, en doen het aan de posten des huizes, en aan de vier hoeken van het afzetsel des altaars, en aan de posten der poorten van het binnenste voorhof.47 posten des huizes, Hebreeuws, post, en zo in het volgende.Vers 20 Alzo zult gij ook doen op den zevenden in die maand; vanwege den afdwalende, en vanwege den slechte; alzo zult gijlieden het huis verzoenen.48 vanwege den afdwalende, Dat is, voor zodanigen, die door enige afdwaling, of slechtheid, onwetendheid, onverstand, het huis des Heeren mogen hebben ontsticht of verontreinigd, maar niet door moedwil en met opgeheven hand, afbeeldende deze ordinantie, hoe men den zwakken gevallen boetvaardigen zal te hulp komen en oprichten, door middel van een welgeregelde en Christelijke tucht; vergelijk Matth. 16:19, en Matth. 18:18,21, enz.; Joh. 20:23; Rom. 14:4,10,13; Gal. 6:1, enz.; Jak. 5:19,20; 1 Joh. 5:16, enz.Vers 21 In de eerste maand, op den veertienden dag der maand, zal ulieden het pascha zijn; een feest van zeven dagen, ongezuurde broden zal men eten.49 zal men eten. Hebreeuws, zal gegeten worden.Vers 22 En de vorst zal op denzelven dag voor zichzelven, en voor al het volk des lands, bereiden een var des zondoffers.50 des zondoffers. Een var tot een zondoffer. Hebreeuws, een var der zonde; dat is, des zondoffers, gelijk doorgaans in deze stof. Zie Lev. 4:3.Vers 23 En de zeven dagen van het feest zal hij een brandoffer den Heere bereiden, van zeven varren en zeven rammen, die volkomen zijn, dagelijks, de zeven dagen lang, en een zondoffer van een geitenbok, dagelijks.Vers 24 Ook zal hij een spijsoffer bereiden, een efa tot een var, en een efa tot een ram; en een hin olie tot een efa.51 hin olie tot een efa. Zie Lev. 19:36.Vers 25 In de zevende maand, op den vijftienden dag der maand zal hij op het feest desgelijks doen, zeven dagen lang; gelijk het zondoffer, gelijk het brandoffer, en gelijk het spijsoffer, en gelijk de olie.52 feest Versta, het feest der loofhutten, of tabernakelen. Merk, dat aan het pinksterfeest hier niet gedacht wordt; vergelijk Zach. 14:16,19.53 desgelijks doen, Hebreeuws, naar, of gelijk die; dat is, zoals hij op het voorgaande feest gedaan zal hebben met al deze offeranden, die tevoren verhaald zijn en hier kortelijk worden aangeroerd.

Lees heel Ezechiël 45

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.