Advertentie

Ezechiël 34:20-31

12 verzen · 23 kanttekeningen · Statenvertaling

Belofte van den enigen rechten Herder

Vers 20 Daarom zegt de Heere Heere alzo tot hen: Ziet Ik, ja, Ik zal richten tussen het vette klein vee, en tussen het magere klein vee.26 tot hen: Of, van.27 vette klein vee, Zie boven Ezech. 34:16.Vers 21 Omdat gij al de zwakken met de zijde en met den schouder verdringt, en met uw hoornen stoot, totdat gij dezelve naar buiten toe verstrooid hebt;28 verdringt, Hebreeuws, stoot; dat is, kwetst met drukken en dringen, dat zij bij u niet kunnen duren.Vers 22 Daarom zal Ik Mijn schapen verlossen, dat zij niet meer tot een roof zullen zijn; en Ik zal richten tussen klein vee en klein vee.Vers 23 En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn.29 knecht David; Den Messias, onzen Heere Jezus Christus, Davids Zoon naar het vlees, en des Vaders knecht naar zijn Middelaarsambt. Zie Jes. 42:1, en wijders 2 Sam. 22:51; Jer. 23:5, en Jer. 30:9, en vergelijk Jes. 40:11, onder Ezech. 37:24; Joh. 10:11, enz.; Hebr. 13:20; 1 Petr. 2:25, en 1 Petr. 5:4.Vers 24 En Ik, de Heere, zal hun tot een God zijn; en Mijn knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen, Ik, de Heere, heb het gesproken.30 God zijn; Dat is, Heiland. Zie Gen. 17:7; Lev. 18:2, en dat door zijnen Zoon, dien Hij ons tot een profeet, priester en koning gegeven heeft.31 Vorst zijn Of, prins. Vergelijk Joz. 5:14,15; Jes. 9:5; Hand. 5:31.32 midden van hen, Vergelijk Matth. 18:20, en Matth. 28:20; Openb. 1:13.Vers 25 En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, en zal het boos gedierte uit het land doen ophouden; en zij zullen zeker wonen in de woestijn, en slapen in de wouden.33 verbond Zie Jer. 31:31.34 vredes met hen maken, Zie Gen. 37:14; Richt. 6:24, en vergelijk Jes. 11:6,9, en Jes. 35:9; Jer. 33:6,9, onder Ezech. 37:26; Hos. 2:18.35 zeker wonen in de woestijn, Hebreeuws, in zekerheid, of vertrouwen, gelijk Ezech. 34:27,28, en elders dikwijls.Vers 26 Want Ik zal dezelve, en de plaatsen rondom Mijn heuvel, stellen tot een zegen; en Ik zal den plasregen doen nederdalen op zijn tijd, plasregens van zegen zullen er zijn.36 dezelve, Te weten woestijn en wouden, waarin mijne schapen legeren, waarop het voorgaande en volgende schijnt te zien; of dezelve, te weten schapen.37 zegen; Dat is, met mijn goddelijken zegen zo overvloediglijk begenadigen, dat zij als louter zegen en een voorbeeld daarvan zullen zijn. Vergelijk Gen. 12:2, met de aantekening. De geestelijke zegeningen worden hier door lichamelijke afgebeeld. Vergelijk Joël. 2:23.Vers 27 En het geboomte des velds zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik de Heere ben, als Ik de disselbomen huns juks zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand dergenen, die zich van hen deden dienen.38 inkomst geven, Vergelijk Lev. 26:4.39 disselbomen Zie Jer. 27:2, en versta hier het geestelijke juk der slavernij onder den Satan en de zonde.40 deden dienen. Of, die hen dwongen te dienen; zie Jer. 22:13, en Jer. 25:14, met de aantekening.Vers 28 En zij zullen den heidenen niet meer ten roof zijn, en het wild gedierte der aarde zal ze niet meer vreten; maar zij zullen zeker wonen, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke.Vers 29 En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en den smaad der heidenen niet meer dragen.41 plant Den Heere Jezus Christus; vergelijk Jer. 23:5, met de aantekening.42 naam verwekken; Dat is, vermaarde, beroemde. Vergelijk de manier van spreken met Gen. 6:4. Of, een plant tot enen naam; dat is, die tot een naam [dat is, roem] zal zijn. Vergelijk Deut. 26:19; Jer. 33:9, en onder Ezech. 39:13, met de aantekening.43 weggeraapt worden Hebreeuws eigenlijk, verzameld; zie van zulk een gebruik van het Hebreeuwse woord Ps. 26:9. Anders: verteerd.44 smaad der heidenen Of, schande, schaamroodheid, die u van de heidenen is aangedaan; vergelijk onder Ezech. 36:6,7,15.Vers 30 Maar zij zullen weten, dat Ik, de Heere, hun God, met hen ben, en dat zij Mijn volk zijn, het huis Israëls, spreekt de Heere Heere.45 met hen ben, Zie Gen. 21:22.46 dat zij Mijn volk zijn, Versta, [uit het voorgaande] zij [de schapen] zullen weten dat zij mijn volk zijn; zie Deut. 7:6.47 huis Israëls, Mijn ware kerk; zie Gal. 6:16, enz.Vers 31 Gij nu, o Mijn schapen, schapen Mijner weide! gij zijt mensen; maar Ik ben uw God, spreekt de Heere Heere.48 mensen; Opdat de grote ongelijkheid, die daar is tussen dien groten God en ons nietige mensen, ons niet afschrikke, noch de conscientie en bevinding van ons onvermogen ons versaagd make, zo verzekert ons God hier met een zeer lieflijke aanspraak, dat Hij, niettegenstaande zulks alles, dat beloofde genadewerk aan zijne schapen zal voltrekken, alsof Hij zeide: Weest getroost en goedsmoeds, gij mijn lieve schaapjes, Ik ben en blijf uw Heiland. Vergelijk Joh. 10:28,29.

Lees heel Ezechiël 34

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.