De HEERE verschijnt wederom aan den profeet
Vers 22 En de hand des Heeren was daar op mij, en Hij zeide tot mij: Maak u op, ga uit in de vallei, en Ik zal daar met u spreken.62 was Of, kwam. Zie boven Ezech. 1:3.63 daar op mij, Te weten te Tel-Abib. Zie daarvan boven Ezech. 3:15.64 vallei, Het Hebreeuwse woord betekent een laag veld, dat tussen de bergen ligt en van dezelve schijnt afgesneden te zijn. Zie ook onder Ezech. 8:4.Vers 23 En ik maakte mij op, en ging uit in de vallei, en ziet, de heerlijkheid des Heeren stond aldaar, gelijk de heerlijkheid, die ik gezien had bij de rivier Chebar; en ik viel op mijn aangezicht.65 heerlijkheid des HEEREN stond aldaar, Zie boven Ezech. 1:28.66 ik viel op mijn aangezicht. Zie boven Ezech. 1:28.Vers 24 Toen kwam de Geest in mij, en stelde mij op mijn voeten, en Hij sprak met mij, en Hij zeide tot mij: Ga, besluit u binnen in uw huis.67 kwam de Geest in mij, Zie boven Ezech. 2:2.68 Hij sprak met mij, Te weten de Geest Gods. Anderen nemen het op het woord Heere, uit Ezech. 3:23.69 binnen in uw huis. Hebreeuws, in het midden van uw huis.Vers 25 Want u aangaande, mensenkind, ziet, zij zouden dikke touwen aan u leggen, en zij zouden u daarmede binden; daarom zult gij niet uitgaan in het midden van hen.70 zij De weggevoerde Joden, die in Tel-Abib aan de rivier Chebar woonden. Zie boven Ezech. 3:15.71 zouden Te weten, indien gij tot hen uitgingt. Anders: zij zullen. Hebreeuws, zij hebben dikke touwen aan u gegeven, dat is, gelegd. Maar dat de verleden tijd, naar de profetische wijze van spreken, hier moet genomen zijn voor den toekomenden, is af te nemen uit de volgende woorden, die op den toekomenden tijd passen.72 dikke touwen aan u leggen, Te weten om u te verhinderen dat gij niet meer tegen hen en die van Jeruzalem zoudt profeteren. Sommigen verstaan dit bij gelijkenis van de moedwillige hardnekkigheid der Joden, die de predikatiën van den profeet onvruchtbaar zou maken, ja doen ophouden.73 in het midden van hen. Onder hen, gelijk boven Ezech. 3:15.Vers 26 En Ik zal uw tong aan uw gehemelte doen kleven, dat gij stom worden zult, en zult hun niet zijn tot een bestraffenden man; want zij zijn een wederspannig huis.74 Ik zal uw tong De Heere geeft hiermede te verstaan dat Hij de moedwilligheid der Joden niet bedwingen, maar een tijdlang toelaten zou tot hun meerdere straf.75 aan uw gehemelte doen kleven, Dit kan verstaan worden òf van lichamelijke stomheid, òf van onbekwaamheid en verslagenheid des geestes, die God zijnen profeet heeft laten overkomen, omdat de Joden zijne predikatiën onwaardig waren. Sommigen verstaan het alsof de Heere zeide: Ik zal u niets openbaren in dien tijd.76 een wederspannig huis. Zie boven Ezech. 2:5; Hebreeuws, een huis der wederspannigheid. Alzo in het volgende.Vers 27 Maar als Ik met u spreken zal, zal Ik uw mond opendoen, en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Heere Heere, wie hoort, die hore, en wie het laat, die late het; want zij zijn een wederspannig huis.77 mond opendoen, Dat is, door mijnen Geest en mijne kracht u de bekwaamheid wedergeven, om uw profetisch ambt te bedienen.78 wie hoort, die hore, Vergelijk boven Ezech. 2:5,7.