Advertentie

Exodus 9:13-35

23 verzen · 24 kanttekeningen · Statenvertaling

Zevende plaag. Hagel

Vers 13 Toen zeide de Heere tot Mozes: Maak u morgen vroeg op, en stel u voor Farao's aangezicht, en zeg tot hem: Zo zegt de Heere, de God der Hebreën: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.Vers 14 Want ditmaal zal Ik al Mijn plagen in uw hart zenden, en over uw knechten, en over uw volk, opdat gij weet, dat er niemand is gelijk Ik, op de ganse aarde.7 al Mijn plagen Te weten, allen, die Ik nog voorgenomen heb over u te zenden, totdat gij mijn volk zult laten trekken.8 in uw hart zenden, Hij wil zeggen: hetgeen Ik na dezen over u zal laten komen, zal u in de huid niet gaan, maar het zal zodanig wezen, dat het uw hart doorboren en kwetsen zal.Vers 15 Want nu heb Ik Mijn hand uitgestrekt, opdat Ik u en uw volk met de pestilentie zou slaan, en dat gij van de aarde zoudt verdelgd worden.9 uitgestrekt, Hebreeuws, uitgezonden; te weten, met pestilentie onder het vee, Exod. 9:3,6.10 opdat Ik u en uw volk met de pestilentie zou slaan, Dat is, Ik zou wel met dezelfde pestilentie u ook geslagen hebben, gelijk gij wel verdiend hebt; maar om een andere oorzaak [die Exod. 9:16 verhaald wordt], heb Ik u gespaard.Vers 16 Maar waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de ganse aarde.11 verwekt, Alzo staat er Rom. 9:17. Hebreeuws, daarom heb Ik u doen staan.Vers 17 Verheft gij uzelven nog tegen Mijn volk, dat gij het niet wilt laten trekken?Vers 18 Zie, Ik zal morgen omtrent dezen tijd een zeer zwaren hagel doen regenen, desgelijks in Egypte niet geweest is van dien dag af, dat het gegrond is, tot nu toe.12 een zeer zwaren hagel doen regenen, Dit mirakel is des te wonderbaarlijker, omdat het in Egypte niet placht te regenen, noch te hagelen.Vers 19 En nu, zend heen, vergader uw vee, en alles wat gij op het veld hebt; alle mens en gedierte, dat op het veld gevonden zal worden, en niet in huis verzameld zal zijn, als deze hagel op hen vallen zal, zo zullen zij sterven.13 vergader uw vee, Zie van het Hebreeuwse woord Jer. 4:6.Vers 20 Wie onder Farao's knechten des Heeren woord vreesde, die deed zijn knechten en zijn vee in de huizen vlieden;Vers 21 Doch die zijn hart niet zette tot des Heeren woord, die liet zijn knechten en zijn vee op het veld.14 die zijn hart niet zette tot des HEEREN woord, Dat is, die des Heeren woord niet achtte, noch ter harte nam; zie boven, Exod. 7:23.Vers 22 Toen zeide de Heere tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal hagel zijn in het ganse Egypteland; over de mensen, en over het vee, en over al het kruid des velds in Egypteland.Vers 23 Toen strekte Mozes zijn staf naar den hemel; en de Heere gaf donder en hagel, en het vuur schoot naar de aarde; en de Heere liet hagel regenen over Egypteland.15 donder en hagel, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk stemmen; en het wordt ook genomen voor donder, geluid, gedruis.16 schoot naar de aarde; Hebreeuws, wandelde naar de aarde. Versta hier het vuur van den bliksem, hetwelk met den hagel vermengd was.Vers 24 En er was hagel, en vuur in het midden des hagels vervangen; hij was zeer zwaar; desgelijks is in het ganse Egypteland nooit geweest, sedert het tot een volk geweest is.17 vervangen; Hebreeuws, zich vattende, of bevangende. De hagel, welke water is, vermengde zich met het vuur, zodat dit een mirakel in een ander mirakel is.18 sedert het tot een volk geweest is. Dat is, sinds er volk in Egypte geweest of gewoond heeft.Vers 25 En de hagel sloeg, in het ganse Egypteland, alles wat op het veld was, van de mensen af tot de beesten toe; ook sloeg de hagel al het kruid des velds, en verbrak al het geboomte des velds.19 al het geboomte des velds. Dat is, het grootste deel der bomen, of allerlei bomen; want onder, Exod. 10:5, blijkt, dat er nog enige bomen van deze plaag zijn vrijgebleven.Vers 26 Alleen in het land Gosen, waar de kinderen Israëls waren, daar was geen hagel.Vers 27 Toen schikte Farao heen, en hij riep Mozes en Aäron, en zeide tot hen: Ik heb mij ditmaal verzondigd; de Heere is rechtvaardig; ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen!20 ditmaal verzondigd; Farao kwanswijs hier zijn zonde belijdende, spreekt huichelend, zeggende [ditmaal] alsof hij ook niet meermalen tevoren gezondigd had.Vers 28 Bidt vuriglijk tot den Heere (want het is genoeg), dat geen donder Gods noch hagel meer zij; dan zal ik ulieden trekken laten, en gij zult niet langer blijven.21 (want het is genoeg), Anders, want het is te veel, dat er [meer] donderen Gods en hagel is.22 donder Gods noch hagel meer zij; Dat is, die van God afkomt, of zulke grote en sterke donderslagen.23 en gij zult niet langer blijven. Hebreeuws, en zult niet toedoen te staan.Vers 29 Toen zeide Mozes tot hem: Wanneer ik ter stad uitgegaan zal zijn, zo zal ik mijn handen uitbreiden voor den Heere; de donder zal ophouden, en de hagel zal niet meer zijn; opdat gij weet, dat de aarde des Heeren is!24 dat de aarde des HEEREN is! Anders, dat dit land des Heere zij; als zijnde een Schepper en Regeerder daarvan, Deut. 10:14,15; Ps. 24:1, en Ps. 135:6, en 1 Cor. 10:26.Vers 30 Nochtans u en uw knechten aangaande, weet ik, dat gijlieden voor het aangezicht van den Heere God nog niet vrezen zult.25 dat gijlieden voor het aangezicht van den HEERE God Dit wordt bevestigd en bewezen waar te zijn, onder, Exod. 9:35.Vers 31 Het vlas nu, en de gerst werd geslagen; want de gerst was in de aar, en het vlas was in den halm.26 werd geslagen; Te weten, door den hagel.27 aar, Anders, in den halm. Hebreeuws, de gerst was groene aren, of, halm. En het vlas was halm.Vers 32 Maar de tarwe en de spelt werden niet geslagen; want zij waren bedekt.28 werden niet geslagen; Te weten, door den hagel.29 bedekt. Hebreeuws, duister. Hij wil zeggen dat zij nog geen aren en nog geen halmen hadden.Vers 33 Zo ging Mozes van Farao ter stad uit, en breidde zijn handen tot den Heere; de donder en de hagel hielden op, en de regen werd niet meer uitgegoten op de aarde.Vers 34 Toen Farao zag, dat de regen en hagel, en de donder ophielden, zo verzondigde hij zich verder, en hij verzwaarde zijn hart, hij en zijn knechten.Vers 35 Alzo werd Farao's hart verstokt, dat hij de kinderen Israëls niet trekken liet, gelijk als de Heere gesproken had door Mozes.30 door Mozes. Hebreeuws, door de hand van Mozes; dat is, door Mozes' dienst, als zijnde het instrument hetwelk God de Heere gebruikt heeft. Zie deze wijze van spreken, Exod. 35:29; Lev. 8:36; 2 Sam. 11:14; 2 Kon. 17:13; Hag. 1:1; Mal. 1:1, en elders meer.

Lees heel Exodus 9

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.