Advertentie

Exodus 4:18-31

14 verzen · 17 kanttekeningen · Statenvertaling

Mozes terug naar Egypte

Vers 18 Toen ging Mozes heen, en keerde weder tot Jethro, zijn schoonvader, en zeide tot hem: Laat mij toch gaan, dat ik wederkere tot mijn broederen, die in Egypte zijn, en zie, of zij nog leven. Jethro dan zeide tot Mozes: Ga in vrede!Vers 19 Ook zeide de Heere tot Mozes in Midian: Ga heen, keer weder in Egypte, want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten.22 zeide de HEERE tot Mozes in Midian: Of, had gezegd.23 uw ziel zochten. Dat is, uw leven; zie Gen. 19:17; dat is, wie u zochten te doden; zie dergelijke manier van spreken, 1 Sam. 22:23, en 1 Kon. 19:14; Ps. 54:5; Matth. 2:20.Vers 20 Mozes dan nam zijn vrouw, en zijn zonen, en voerde hen op een ezel, en keerde weder in Egypteland; en Mozes nam den staf Gods in zijn hand.24 staf Gods in zijn hand. Dien God hem had heten te nemen, Exod. 4:17, en door welk middel God tekenen doen wilde, Exod. 17:9. Deze staf wordt ook de staf Gods genaamd, om aan te wijzen dat de kracht om wonderheden te doen niet in den staf, noch in Mozes, maar in God was.Vers 21 En de Heere zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verstokken, dat hij het volk niet zal laten gaan.25 die Ik in uw hand gesteld heb; Dat is, die Ik willens ben door uw dienst en mijn macht te doen.26 verstokken, Anders, verstijven, verharden; alzo namelijk, dat Ik hem mijn genade onthouden en hem aan zijn bozen wil en lusten overgeven zal, zodat hij door zijn eigen boosheid, en door des duivels ingeven, en uit zulke wonderheden, oorzaak en aanleiding nemen zal, des te meer mijn geboden tegen te staan. Zie dergelijke manier van spreken onder, Exod. 10:1, en Deut. 2:30; Jes. 63:17.Vers 22 Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de Heere: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.27 is Israël. Dat is, het volk of de nakomelingen van Israël: deze worden genoemd Gods eerstgeboren zoon, omdat zij uit genade uit alle heidenen eerst verkoren waren, om Gods volk en kinderen te wezen, en God zo aangenaam, gelijk de eerstgeborenen hunnen ouders zijn.Vers 23 En Ik heb tot u gezegd: Laat Mijn zoon trekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten trekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden!28 heb tot u gezegd: Anders, Ik zeg u.Vers 24 En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de Heere hem tegenkwam, en zocht hem te doden.29 op den weg, in de herberg, Te weten, naar Egypte.30 hem te doden. Omdat hij de besnijdenis aan zijn zoon verzuimd had. Zie Gen. 17:14.Vers 25 Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons, en wierp die voor zijn voeten, en zeide: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom!31 een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons, Anders, een scherpen steen.32 wierp die voor zijn voeten, en zeide: Anders, deed het [te weten, de afgesneden voorhuid] zijne [te weten, aan Mozes] voeten roeren. Anderen verstaan dat Zippora haar zoon voor de voeten van Mozes geworpen heeft.33 Voorwaar, gij zijt mij Versta deze woorden aldus, alsof Zippora zeide tot haar man: ik heb uw leven moeten rantsoenen met het bloed mijns zoons, dien ik besneden heb, en alzo zijt gij mij als een nieuwe bruidegom geworden.34 een bloedbruidegom! Hebreeuws, een bruidegom der bloeden.Vers 26 En Hij liet van hem af. Toen zeide zij: Bloedbruidegom! vanwege de besnijdenis.35 Hij liet van hem af. Te weten, God, of de engel, die Mozes doden wilde.36 vanwege de besnijdenis. Het schijnt dat zij niet wel tevreden is geweest om de besnijdenis van haar zonen.Vers 27 De Heere zeide ook tot Aäron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging, en ontmoette hem aan den berg Gods, en hij kuste hem.37 aan den berg Gods, Genoemd Horeb; boven, Exod. 3:1.Vers 28 En Mozes gaf Aäron te kennen al de woorden des Heeren, Die hem gezonden had, en al de tekenen, die Hij hem bevolen had.Vers 29 Toen ging Mozes en Aäron, en zij verzamelden al de oudsten der kinderen Israëls.Vers 30 En Aäron sprak al de woorden, die de Heere tot Mozes gesproken had; en hij deed de tekenen voor de ogen des volks.Vers 31 En het volk geloofde, en zij hoorden, dat de Heere de kinderen Israëls bezocht, en dat Hij hun verdrukking zag, en zij neigden hun hoofden, en aanbaden.38 zag, Te weten, mededogendheid, gelijk Exod. 3:7.

Lees heel Exodus 4

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.