Advertentie

Exodus 4:1-17

17 verzen · 21 kanttekeningen · Statenvertaling

Gods wonderen

Vers 1 Toen antwoordde Mozes, en zeide: Maar zie, zij zullen mij niet geloven, noch mijn stem horen; want zij zullen zeggen: De Heere is u niet verschenen!1 zij zullen mij niet geloven, Te weten, de Israëlieten.Vers 2 En de Heere zeide tot hem: Wat is er in uw hand? En hij zeide: Een staf.2 Een staf. Exod. 4:20 wordt hij genoemd de staf Gods, omdat door de kracht van God grote dingen daarmede zijn uitgericht.Vers 3 En Hij zeide: Werp hem ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang; en Mozes vlood van haar.3 Toen werd hij Exod. 7:15 staat: hij werd veranderd in een slang.4 slang; Exod. 7:10 wordt zij een draak genoemd.5 vlood van haar. Te weten, van vrees.Vers 4 Toen zeide de Heere tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar, en zij werd tot een staf in zijn hand.6 hand. Hebreeuws, Palm.Vers 5 Opdat zij geloven, dat u verschenen is de Heere, de God hunner vaderen, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob.Vers 6 En de Heere zeide verder tot hem: Steek nu uw hand in uw boezem. En hij stak zijn hand in zijn boezem; daarna trok hij ze uit, en ziet, zijn hand was melaats, wit als sneeuw.Vers 7 En Hij zeide: Steek uw hand wederom in uw boezem. En hij stak zijn hand wederom in zijn boezem; daarna trok hij ze uit zijn boezem, en ziet, zij was weder als zijn ander vlees.Vers 8 En het zal geschieden, zo zij u niet geloven, noch naar de stem van het eerste teken horen, zo zullen zij de stem van het laatste teken geloven.7 naar de stem van het eerste teken horen, Dat is, naar het woord, dat door het eerste teken is bevestigd. Hier wordt het teken een stem toegeëigend [gelijk Gen. 4:10, aan het bloed] omdat God door zulke tekenen tot de mensen spreekt.Vers 9 En het zal geschieden, zo zij ook deze twee tekenen niet geloven, noch naar uw stem horen, zo neem van de wateren der rivier, en giet ze op het droge; zo zullen de wateren, die gij uit de rivier zult nemen, diezelve zullen tot bloed worden op het droge.Vers 10 Toen zeide Mozes tot den Heere: Och Heere! ik ben geen man wel ter tale, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong.8 Och Heere, Zie van het Hebreeuwse woordje, overgezet Och, Gen. 43:20.9 ben geen man wel ter tale, Hebreeuws, ik ben geen man der woorden; dat is, ik ben niet welsprekend.10 noch van eergisteren, Mozes wanhoopte geheel aan de beterschap van zijn tong, overmits hij zelfs in dien tijd geen beterschap vernam, toen de Heere met hem sprak van deze ambassade.Vers 11 En de Heere zeide tot hem: Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove, of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de Heere?11 gemaakt, Hebreeuws, gesteld, of, gezet; Ps. 94:9.Vers 12 En nu ga henen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult.12 zal u leren, wat gij spreken zult. Te weten, door mijn Geest, gelijk Christus dit ook zijnen apostelen belooft, Matth. 10:19,20; Mark. 13:11; Luk. 12:12.Vers 13 Doch hij zeide: Och, Heere! zend toch door de hand desgenen, dien Gij zoudt zenden.13 zend toch Hebreeuws, zend toch door de hand Gij zenden zoudt; dat is, zend er een, wien Gij weet bekwamer te zijn dan ik ben, tot zulk een boodschap.14 de hand desgenen, dien Gij zoudt zenden. Dat is, door den dienst, gelijk Exod. 9:35; Ps. 77:21; Hag. 1:1; Mal. 1:1; Hand. 7:35.Vers 14 Toen ontstak de toorn des Heeren over Mozes, en Hij zeide: is niet Aäron, de Leviet, uw broeder? Ik weet, dat hij zeer wel spreken zal, en ook, zie, hij zal uitgaan u tegemoet; wanneer hij u ziet, zo zal hij in zijn hart verblijd zijn.15 weet, dat hij zeer wel spreken zal, Hebreeuws, dat hij sprekende spreken zal; dat is, wel ter taal is, welk kan en zal spreken.16 hij zal uitgaan u tegemoet; Anders, hij gaat uit.Vers 15 Gij dan zult tot hem spreken, en de woorden in zijn mond leggen; en Ik zal met uw mond, en met zijn mond zijn; en Ik zal ulieden leren, wat gij doen zult.17 en de woorden Die Ik tot u gesproken heb, en nog spreken zal.18 in zijn mond leggen; Dat is, gij zult hem klaarlijk onderwijzen en ten sterkste gebieden mijn woorden getrouwelijk aan te dienen, waar het behoort. Zie Jes. 51:16, en Jes. 59:21; Jer. 1:9, en Jer. 5:14.Vers 16 En hij zal voor u tot het volk spreken; en het zal geschieden, dat hij u tot een mond zal zijn, en gij zult hem tot een god zijn.19 tot een mond zal zijn, Dat is hij zal uw taalman zijn, en het woord voeren. Anders, in de plaats des monds.20 zult hem tot een god zijn. Dat is, gij zult het beleid van alles hebben, en hem in mijn naam opleggen en bevelen wat hij zeggen zal; en hij zal u, gelijk Mij, gehoor geven. Vergelijk onder, Exod. 7:1.Vers 17 Neem dan dezen staf in uw hand, waarmede gij die tekenen doen zult.21 tekenen doen zult. Waarvan Exod. 7,Exod. 8,Exod. 9,Exod. 10,Exod. 11,zal gesproken worden.

Lees heel Exodus 4

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.