De heilige zalfolie
Vers 22 Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende:Vers 23 Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;30 voornaamste specerijen, Hebreeuws, hoofdspecerijen; dat is, van de principaalste of beste, alzo ook Hoogl. 4:14; Ezech. 27:22.31 de zuiverste mirre, Hebreeuws, mirre des vrijdoms; dat is, die oprecht en onvervalst is, en vrij van alle onzuiverheid. Zij is een gom, vloeiende uit den mirreboom, de voortreffelijkste onder alle gomsoorten.32 vijfhonderd sikkels, Dat is, zoveel als vijf honderd sikkels wegen.33 half zoveel, Hebreeuws, de helft daarvan; te weten, van vijf honderd sikkels.Vers 24 Ook kassie, vijfhonderd, naar den sikkel des heiligdoms, en olie van olijfbomen een hin;34 een hin; Zie Lev. 19:36.Vers 25 En maak daarvan een olie der heilige zalving, een zalf, heel kunstiglijk gemaakt, naar apothekerswerk; het zal een olie der heilige zalving zijn.35 apothekerswerk; Anders, oliebereiders, zalfmakers. Zie 1 Kron. 9:30.Vers 26 En met dezelve zult gij zalven de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis.Vers 27 En de tafel met al haar gereedschap, en den kandelaar met zijn gereedschap, en het reukaltaar;Vers 28 En het altaar des brandoffers, met al zijn gereedschap, en het wasvat met zijn voet.Vers 29 Gij zult ze alzo heiligen, dat zij heiligheid der heiligheden zijn; al wat ze aanroert, zal heilig zijn.36 Gij zult ze alzo heiligen, Te weten, door, of met de olie, waarvan Exod. 30:23,24,25, gesproken is.Vers 30 Gij zult ook Aäron en zijn zonen zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen.37 gij zult hen heiligen, Te weten, door de zalving der heilige olie.Vers 31 En gij zult tot de kinderen Israëls spreken, zeggende: Dit zal Mij een olie der heilige zalving zijn bij uw geslachten.Vers 32 Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken; het is heiligheid, zij zal ulieden heiligheid zijn.38 geens mensen vlees zal men ze gieten; Te weten, behalve op de lichamen van Aäron en zijn zonen.Vers 33 De man, die zulk een zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.39 op wat vreemds doet, Anders, op iemand vreemds.40 die zal uitgeroeid worden uit zijn volken. Zie Gen. 17:14.