Wetten over diefstal
Vers 1 Wanneer iemand een os, of klein vee steelt, en slacht het, of verkoopt het, die zal vijf runderen voor een os wedergeven, en vier schapen voor een stuk klein vee.Vers 2 Indien een dief gevonden wordt in het doorgraven, en hij wordt geslagen, dat hij sterft, het zal hem geen bloedschuld zijn.1 in het doorgraven, Gelijk Matth. 24:43. Hebreeuws, in doorgraving, of, met een doorgravend instrument.2 het zal hem geen bloedschuld zijn. Hebreeuws, het zal hem geen bloeden zijn; dat is, hem [te weten den doodslager des diefs] zal geen bloed toegerekend worden; hij zal daarom niet als een doodslager gestraft worden. Aldus wordt het woord bloeden genomen, Num. 35:27, en elders.Vers 3 Indien de zon over hem opgegaan is, zo zal het hem een bloedschuld zijn; hij zal het volkomen wedergeven; heeft hij niet, zo zal hij verkocht worden voor zijn dieverij.3 Indien de zon Dat is, indien het klaar dag is als de dief inbreekt, die hem dan doodslaat, diens bloed zal daarom vergoten worden.4 over hem opgegaan is, Te weten, over den dief, toen hij geslagen werd.5 hem een bloedschuld zijn; Te weten, den doodslager.6 volkomen wedergeven; Hebreeuws, wedergevende wedergeven; hij, te weten den dief, van welken Exod. 22:1 gesproken is, welke zaak hier vervolgd wordt.Vers 4 Indien de diefstal levend in zijn hand voorzeker gevonden wordt, hetzij os, of ezel, of klein vee, hij zal het dubbel wedergeven.7 in zijn hand Dat is, bij hem, hetzij in zijn huis, of stal, eer hij het gestolene geslacht of verkocht heeft.8 voorzeker gevonden wordt, Hebreeuws, gevonden wordende gevonden wordt.9 hetzij os, of ezel, of klein vee, Hebreeuws, van den os tot den ezel.Vers 5 Wanneer iemand een veld, of een wijngaard laat afweiden, en hij zijn beest daarin drijft, dat het in eens anders veld weidt, die zal het van het beste zijns velds en van het beste zijns wijngaards wedergeven.10 wijngaard laat afweiden, Versta hierbij, of iets dergelijks, als hof, of tuin, jonge boompjes of hagen, enz.Vers 6 Wanneer een vuur uitgaat, en vat de doornen, zodat de koornhoop verteerd wordt, of het staande koorn, of het veld; hij, die den brand heeft aangestoken, zal het volkomen wedergeven.11 en vat Hebreeuws, en het vindt de doornen.12 de doornen, Versta hierbij, of het stro, of hooi, of iets dergelijks, wat lichtelijk in brand komt.Vers 7 Wanneer iemand zijn naaste geld of vaten te bewaren geeft, en het wordt uit diens mans huis gestolen; indien de dief gevonden wordt, hij zal het dubbel wedergeven.13 of vaten te bewaren geeft, Dat is, huisraad.Vers 8 Indien de dief niet gevonden wordt, zo zal de heer des huizes tot de goden gebracht worden, of hij niet zijn hand aan zijns naasten have gelegd heeft.14 goden gebracht worden, Dat is, overheden, gelijk Exod. 21:6.15 of hij niet zijn hand aan zijns naasten have gelegd heeft. Versta hierbij, om te onderzoeken.Vers 9 Over alle zaak van onrecht, over een os, over een ezel, over klein vee, over kleding, over al het verlorene, hetwelk iemand zegt, dat het zijn is, beider zaak zal voor de goden komen; wien de goden verwijzen, die zal het aan zijn naaste dubbel wedergeven.16 hetwelk iemand zegt, Anders, die zegt dat het dat is, of dat hij het is.17 beider zaak zal voor de goden komen; Te weten, des klagers, en des beklaagden.Vers 10 Wanneer iemand aan zijn naaste een ezel, of os, of klein vee, of enig beest te bewaren geeft, en het sterft, of het wordt verzeerd, of weggedreven, dat het niemand ziet;18 bewaren geeft, Te weten, voor geld.19 niemand ziet; Te weten, die daarvan getuigen kon.Vers 11 Zo zal des Heeren eed tussen hen beiden zijn, of hij niet zijn hand aan zijns naasten have geslagen heeft; en derzelver heer zal dien aannemen; en hij zal het niet wedergeven.20 des HEEREN eed tussen hen beiden zijn, Dat is, de eed, waarmede de Heere tot getuige wordt aangeroepen.21 zal [dien] aannemen; Dat is, met den eed tevreden zijn, en zich laten vergenoegen.22 hij zal het niet wedergeven. Te weten, de bewaarder.Vers 12 Maar indien het van hem zekerlijk gestolen is, hij zal het zijn heer wedergeven.23 zekerlijk gestolen is, Hebreeuws, stelende gestolen is.Vers 13 Is het gewisselijk verscheurd, dat hij het brenge tot getuige, zo zal hij het verscheurde niet wedergeven.24 het brenge tot getuige, Dat is, iets, of, wat van het verscheurde, gelijk Amos 3:12.Vers 14 En wanneer iemand van zijn naaste wat begeert, en het wordt beschadigd, of het sterft; zijn heer daar niet bij zijnde, zal hij het volkomen wedergeven.25 begeert, Versta hierbij, en hij leent het hem.26 zal hij het volkomen wedergeven. Hebreeuws, zal het wedergevende wedergeven; dat is, betalen.Vers 15 Indien zijn heer daarbij geweest is, hij zal het niet wedergeven; indien het gehuurd is, zo is het voor zijn huur gekomen.27 indien het gehuurd is, De zin is: hij die het gehuurd heeft, zal vrij zijn met de bedongen huur te betalen.Vers 16 Wanneer nu iemand een maagd verlokt, die niet ondertrouwd is, en hij ligt bij haar, die zal haar zonder uitstel een bruidschat geven, dat zij hem ter vrouwe zij.28 die niet ondertrouwd is, Een ondertrouwde maagd te beslapen was de dood; Deut. 22:23.Vers 17 Indien haar vader ganselijk weigert haar aan hem te geven, zo zal hij geld geven naar den bruidschat der maagden.29 ganselijk weigert haar aan hem te geven, Hebreeuws, weigerende weigert.30 geven Hebreeuws, wegen; eertijds woog men elkander het geld toe.31 naar den bruidschat der maagden. Dit was vijftig sikkelen zilvers, Deut. 22:29. Dit zijn omtrent twaalf rijksdaalders en een half.Vers 18 De toveres zult gij niet laten leven.32 toveres zult gij niet laten leven. Versta, dat dit ook gesproken wordt van de tovenaars, Deut. 18:10.Vers 19 Al wie bij een beest ligt, die zal zekerlijk gedood worden.33 die zal zekerlijk gedood worden. Lev. 20:15, beveelt God dat het beest ook zal gedood worden.Vers 20 Wie den goden offert, behalve den Heere alleen, die zal verbannen worden.34 offert, Onder den naam van offerande doen, moet men ook verstaan allerlei dienst en eerbieding, Deut. 17:3.35 die zal verbannen worden. Dat is, hij zal gehouden worden voor vervloekt, en zal uitgeroeid worden.